Zeventien moorden in één jaar – wat is er aan de hand in West-Brabant?

West-Brabantse burgemeesters zijn bezorgd over de moorden in hun regio. Ze zien toenemend gebruik van steeds zwaardere wapens, en willen meer politie.

Plaats delict in West-Brabant:de parkeerplaats bij het ziekenhuis in Waalwijk waar vorig jaar een verpleegkundige werd doodgeschoten. Foto’s REMKO DE WAAL/ANP, MARICMEDIA/ANP, Erald van der AA/ANP

Het is een drukke dag in het Bredase winkelcentrum Tuinzigt, een vrijdagmiddag in april. Mensen lopen met hun winkelwagentjes de Jumbo uit, de parkeerplaats staat vol auto’s. Plotseling klinken harde knallen. Midden op de parkeerplaats, tussen het winkelend publiek, wordt de 28-jarige Rudi Schouten vermoord. Hij is beschoten én gestoken. De politie vindt een hakbijl op de plaats van het delict. De verdachten die later worden aangehouden zijn leden van motorclub Satudarah.

2015 is een bloedig jaar voor de regio West-Brabant. Zeventien moorden werden er gepleegd. Dat is meer dan in enig andere regio, twee moorden meer dan in Amsterdam, dubbel zo veel als in de rest van de provincie. In 2014 werden in de hele regio Zeeland-West-Brabant twaalf moorden geteld, over het jaar ervoor meldde de politie er ‘slechts’ zes.

Het stijgende aantal moorden is te verklaren door een cultuur van wapengebruik onder criminelen, zeggen de burgemeesters van Breda, Roosendaal, Gilze en Rijen, Oosterhout, Drimmelen en Geertruidenberg. De onderwereld grijpt steeds sneller naar de wapens. De Brabantse bestuurders zijn bezorgd dat straks ook burgerslachtoffers worden en roepen op de capaciteit van de recherche uit te breiden.

Ze hebben die wapens nu eenmaal

De moord op Rudi Schouten in 2015 staat voor de Bredase burgemeester Paul Depla symbool voor het geweld in zijn regio. Maar ook een voorval aan het einde van het jaar, toen gewapende mannen midden op de dag een duo uit een autobedrijf ontvoerden, is volgens hem een signaal. „Ik zie het laatste jaar dat criminelen steeds sneller wapens gebruiken, ook bijvoorbeeld bij overvallen”, zegt Depla. „Ze hébben die wapens nu eenmaal en gebruiken die niet alleen voor conflicten in de hennephandel. Als iemand met zijn poten aan de vrouw van een crimineel heeft gezeten, kunnen ze die wapens ook gebruiken. En als criminelen elkaar met wapens te lijf gaan, kan er zomaar een onschuldige voorbijganger het leven laten.”

Van de zeventien West-Brabantse moorden uit 2015 kan grofweg de helft in verband worden gebracht met georganiseerde criminaliteit. Bij vier ervan waren leden van beruchte motorclubs betrokken.

Zo werd in oktober in het buitengebied van Hooge Zwaluwe een lugubere vondst gedaan. In een vakantiewoning lagen twee vermoorde mannen, onder wie de Amsterdamse No Surrender-chef Brian Dalfour. Twee vermoedelijke daders werden zwaargewond gevonden; de een was gedropt bij een ziekenhuis in Oosterhout, de ander op straat in Breda.

„We schrokken ons kapot”, zegt burgemeester Gert de Kok van Drimmelen, waaronder Hooge Zwaluwe valt. „Vooral van het gemak waarmee conflicten worden beslecht met zware wapens.” Hij zegt landelijke hulp nodig te hebben om die wapencultuur goed te kunnen bestrijden.

Steeds meedogenlozer

De verruwing van de georganiseerde misdaad is al langer een zorg in Brabant. Om drugsgerelateerd geweld tegen te gaan, is de Taskforce Brabant-Zeeland in het leven geroepen. Daarin werken Belastingdienst, gemeenten, Openbaar Ministerie en politie samen. Voor de aanpak van de georganiseerde criminaliteit in Zuid-Nederland zijn eind 2014 125 politiemensen extra vrijgemaakt.

Volgens regionaal recherchechef Rienk de Groot is in zijn gebied sprake van een continue „wapenwedloop”. De politie vindt telkens zwaardere wapens, en criminelen worden steeds meedogenlozer in het gebruik ervan. „We merken bij invallen dat een groeiend deel van de criminele wereld in onze regio zich aan het bewapenen is. Ze willen duidelijk maken wie de grootste is, wie de machtigste.”

Tegelijk merkt De Groot dat een deel van de beroepscriminelen helemaal niet op vuurwapengeweld zit te wachten. „Die willen dat de redelijkheid terugkeert in de criminele wereld.”

De politie in de regio Zeeland-West-Brabant nam vorig jaar 732 wapens in beslag. Alleen in Oost-Nederland en Rotterdam werden er meer aangetroffen. Een deel van de wapens werd gevonden in het buitengebied van West-Brabant, met z’n weilanden en lieflijke boerderijtjes. In de dorpjes Hulten (gemeente Gilze en Rijen) en Den Hout (gemeente Oosterhout) trof de politie tientallen wapens aan. Ze zouden toebehoren aan Jan B. uit Hulten, en er is mogelijk een verband met de liquidaties in de Amsterdamse onderwereld.

De wapenvondst in die kleine dorpjes heeft er nogal wat losgemaakt, vertelt de Oosterhoutse burgemeester Stefan Huisman. „Zo’n rustig kerkdorpje als Den Hout, waar dan tientallen wapens worden aangetroffen... Mijn inwoners maken zich oprechte zorgen over hun veiligheid. Maar de cultuur van wapengebruik is moeilijk af te remmen. Je kunt nu eenmaal niet alle huizen en loodsen in dit vaak uitgestrekte landschap doorzoeken.”

Flink wat drugslabs opgerold

Een aantal burgemeesters ziet het toenemende geweld overigens als neveneffect van hun beleid. „We rollen de laatste tijd flink wat hennepplantages en drugslabs op. Daardoor gaan criminelen elkaar wantrouwen”, zegt burgemeester Jan Boelhouwer van Gilze en Rijen. „We zitten ze op de hielen. Criminelen gaan elkaar daardoor verraden en met wapens verhaal halen.”

Burgemeester Jacques Niederer van Roosendaal: „We schudden flink aan de boom en zien gewoon onrust ontstaan in het criminele milieu. In die onrust wordt er niet voor teruggedeinsd elkaar dood te schieten. Die cultuur is lastig te doorbreken. Beroepscriminelen luisteren niet naar een Postbus 51-spotje dat oproept geen vuurwapens te gebruiken.”

Wat regionaal politiechef Rienk de Groot betreft, moet de politie in West-Brabant meer aandacht aan vuurwapens besteden. Onderzoek moet niet ophouden bij het oppakken van een crimineel en afpakken van zijn wapen. „We moeten het probleem gerichter aanpakken. Als we ergens een pistool vinden, moet je daar verder op rechercheren. Hoe komt die persoon daaraan, wat heeft-ie ermee gedaan, en waarom heeft hij een vuurwapen nodig?”

De meeste voor dit artikel geïnterviewde burgemeesters willen dat ‘Den Haag’ meer politiecapaciteit vrijmaakt voor de regio. „De criminaliteit hier is zo zwaar dat het de politie soms echt over de schoenen loopt”, zegt Boelhouwer van Gilze en Rijen. „Die 125 man erbij zijn bijna een druppel op een gloeiende plaat. We hebben meer opsporingsdeskundigheid nodig om dit probleem echt te kunnen tackelen.”

De Bredase burgemeester Depla speelt met het idee panden waarin wapens worden aangetroffen te sluiten, zoals dat nu al op grote schaal met drugspanden gebeurt. „Ik vind: als je wapens in je bezit hebt, heb je ook maatschappelijk een probleem veroorzaakt. Het is gewoon gevaarlijk voor de omgeving.”

Ook Depla vindt dat de mogelijkheden van de politie moeten worden uitgebreid. „We hebben hulp nodig uit Den Haag of van de Nationale Politie. In deze regio is meer hoogwaardige recherchecapaciteit nodig. Je moet de grote zaken diepgaander kunnen onderzoeken, om de structuren te ontmantelen. Anders ben je niet in staat de wapencultuur in het zuiden aan te pakken en kan het geweld hier straks in elke gemeente zomaar losbarsten.”