Weldadige klassieke oase in schrijvershotel

Tot nu toe heb ik het aardig verborgen gehouden, mijn heimelijke voorliefde voor hotel-restaurants. Het internationale en anonieme karakter, zowel de hotelbar als het -restaurant, prikkelt mijn fantasie. Ook al is het interieur vaak onpersoonlijk, soms zelfs kil of smakeloos: je weet even niet in welke wereldstad je je bevindt, en da’s een prettige sensatie.

Vorige zomer opende de brasserie van het Ambassade Hotel op de Herengracht. Het hotel heeft al jaren een stevige reputatie als schrijvershotel; verschillende uitgeverijen brengen of brachten hun auteurs (Umberto Eco, Jonathan Safran Foer, Gerrit Komrij) er onder, in de Librarybar zijn de eerste gesigneerde exemplaren van hun werk in te zien. De hoteleigenaar (Ambassade is een van de weinige particuliere hotels in de stad) houdt van kunst, en heeft een enorme collectie Cobrawerken – er hangt hier voor een kapitaal aan de muur. De brasserie op de eerste verdieping ziet er smaakvol en evenwichtig uit met visgraatparket op de vloer en de muren gevuld met werk van Cobraschilder Wolvecamp. Het is goed toeven in Ambassade, ook vanwege de prettige akoestiek en de dito service.

De brasserie heeft een Franse kaart met klassieke gerechten, zoals salade chèvre chaud, slakken, uiensoep, confit de canard, steak bavette en daurade. Verder is er een driegangenmenu (vlees, vis of vegetarisch, 37,-) en er zijn nog wat gerechten van de dag. Omdat ik in december mijn vleesmaximum royaal heb overschreden (er is ook een côte de bœuf van een kilo), vraag ik om een vegetarisch driegangenmenu, een verrassing dus; mijn tafelgenoot eet à la carte: fruits de mer als voorgerecht (19,50) en de ‘plat authentique’, vandaag een entrecôte Mirabeau met vergeten Hollandse groenten en rosevalaardappeltjes (25,50). We hebben in de bar al een mooi glas Crémant de Bourgogne (7,50) gedronken en gaan verder met een glas rosé (Pomponette, 5,50) uit de Provence, die eigenlijk alleen per fles wordt geschonken, maar vooruit, de sommelier is niet kinderachtig.

Het (vegetarische) voorgerecht is simpel, doeltreffend en misschien niet héél verrassend: salade van stoofpeer met blauwe kaas met wat getoaste brioche, bietensaus en een grote zure kapperappel. Spannender is de fruits de mer, mooi op het bord gedresseerd: een creuse met tobiko (viseitjes), venusschelpjes, een quenelle van tartaar van Hollandse garnalen, scheermes met groene kruidenmayonaise, zalm gevuld met kruidenkaas, ingelegde sardines en bleekselderij. Lekker, en het ziet er ook nog eens prachtig uit.

Het vegetarische hoofdgerecht is ook weer simpel, maar wel verdomde verleidelijk: een romige risotto met allerlei soorten paddenstoelen en wat gegrilde groenten – hoe lekker kan eenvoudig zijn. De entrecôte Mirabeau aan de andere kant van de tafel is goed gegrild, saignant, sappig door dat fijne vetrandje, uitgesproken door de ansjovis en olijven die bij dit gerecht horen. De geroosterde groenten, waaronder pastinaak en zoete aardappel, zijn eenvoudig maar elegant gepresenteerd met dopjes crème en saus. Bij de risotto heeft de goed geïnformeerde jongeman (Lars, hij heeft zich netjes voorgesteld) een glas pinot noir (5,50) van het Duitse huis Stepp geschonken; een beetje te warm maar verder uitstekend. Bij de entrecôte komt een steviger rode Mas Collet (5,50) van het Spaanse huis Celler de Capçanes, die overeind blijft bij de krachtige smaken van het vlees. Opvallend is hoe schappelijk de wijnen geprijsd zijn, zo valt de rekening uiteindelijk alleszins mee.

We ronden af met een lekker lichte crêpe sinaasappel-caramelsaus (6,50) – er staan nogal wat crêpes op de kaart – en een stuk chocoladetaart, boterzacht en best lekker.

Brasserie Ambassade is een weldadige oase in een steeds drukkere stad, een plek waar goed voor de gasten wordt gezorgd, waar uitstekend gekookt wordt – klassiek en zeker niet revolutionair, eerder vertrouwenwekkend. En terwijl we de gracht aflopen neuriën we vrolijk een liedje uit onze jonge jaren: „Je bent niet hip, je bent niet vlot…”