Wat stinkt er aan de Tadic-deal?

FC Twente onderzoekt eigen transfers naar aanleiding van de verkoop van Dusan Tadic, waarbij speler en makelaar ruim 3 miljoen toucheerden.

Dusan Tadic, sinds 2014 speler bij Southampton, hier nog in het shirt van FC Twente in februari 2014. Foto Olaf Kraak/ANP Fotot OLAF KRAAK/ANP

Joop Munsterman gaf augustus 2014 op de site van FC Twente een toelichting op de ‘drukke’ transferzomer waarin onder anderen Dusan Tadic en Quincy Promes werden verkocht. Het was driekwart jaar voor Munsterman aftrad en de financiële malaise van de club in volle omvang duidelijk werd.

De voorzitter sprak, geheel tegen zijn natuur in, ontnuchterende woorden richting supporters. Ja, grote transfersommen waren gemoeid met de twee verkochte aanvallers. Maar lang niet alles wat binnenkwam kon worden uitgegeven. Over de 13 miljoen euro (met bonussen oplopend tot 14 miljoen) die Southampton had betaald voor Tadic, zei de voorzitter dat FC Twente „ongeveer de helft” overhoudt.

Buitensporige vergoedingen

De rest, zei Munsterman, ging op aan vijf partijen. Te weten: investeringsmaatschappij Doyen dat 10 procent transferrechten had, Tadic’ oude club FC Groningen die een doorverkooppercentage had bedongen en er was de verplichte solidariteitsbijdrage voor clubs die de Serviër opgeleid hebben (5 procent). De overige twee profiterende partijen waren Tadic’ zaakwaarnemer(s) en de speler zelf.

Juist hun deel is nu aanleiding voor een onderzoek naar alle transfers van FC Twente in de periode 2012-2015 dat dinsdagavond werd aangekondigd op de nieuwjaarsreceptie. Aanleiding zijn de ‘buitensporige vergoedingen voor bemiddeling’ bij de verkoop van Tadic, meldde dagblad Tubantia donderdag.

Drie miljoen naar speler en zaakwaarnemer

Maar hoeveel is buitensporig? Heel veel, blijkt nu. Bekend is dat Doyen 10 procent kreeg van de netto transferopbrengst, ofwel ruim 1 miljoen euro. FC Groningen, dat Tadic in 2012 voor 7,1 miljoen verkocht aan FC Twente, kreeg 15 procent van de meeropbrengst: 787.500 euro. De solidariteitsbijdrage bedroeg 650.000 euro. Samen is dat rond de 2,5 miljoen euro.

Als „ongeveer de helft” van 13 miljoen voor FC Twente overbleef, zoals Munsterman zei, dan is dus ruim drie miljoen euro in de zakken van de laatste twee partijen beland: zaakwaarnemer en speler. Bronnen rond de club bevestigen de hoogte van dit bedrag. Munsterman en zijn eind vorig jaar afgetreden opvolger Aldo van der Laan onthouden zich van commentaar.

Gangbaar is een tarief van 10 procent voor de zaakwaarnemer bij een transfer. Rond de 30 procent voor speler en zaakwaarnemer, zoals in dit geval, is erg hoog. Volgens Serge Rossmeisl van de werkgeversorganisatie FBO (Federatie van Betaald voetbal Organisaties) is een dergelijke commissie „fors, maar niet uniek”. Ook een vergoeding aan de speler bij zijn eigen transfer is niet ongebruikelijk, maar daarover moet dan wel loonbelasting worden betaald.

Was dit belastingontduiking?

De hoofdbrekens bij FC Twente gaan niet direct over de hoogte van de vergoeding voor speler en zaakwaarnemer. Kennelijk zijn er bij de verwerking van de ‘bemiddelingskosten’ onregelmatigheden opgedoken. Een mogelijkheid is dat een vergoeding voor de speler via de zaakwaarnemer overgemaakt is. Dat mag niet. Over een vergoeding aan de speler moet loonbelasting betaald worden, terwijl over de diensten van een zaakwaarnemer alleen, indien vereist, btw betaald wordt.

Zie daar een potentieel geval van belastingontduiking, al staat dat volgens de club zeker niet vast. „Gedurende het onderzoek doen wij geen mededelingen”, zegt clubwoordvoerder Richard Peters.

FC Twente werd in een andere kwestie, rond een opgedoken geheim contract met investeerder Doyen, eind vorig jaar gestraft met voorwaardelijke licentieontneming en drie jaar uitsluiting van Europees voetbal. Vorige maand verleende de gemeente Enschede aan FC Twente een garantstelling van 32 miljoen zodat de club financiering kon aantrekken om de schuldpositie af te bouwen.

Overigens werd toen al gemeld dat er contracten met spelersmakelaars mogelijk niet in orde zijn. Als onderdeel van de „check, check, dubbelcheck”, zoals de Enschedese wethouder Eelco Eerenberg het noemde, voerde accountantskantoor Ernst & Young een boekenonderzoek uit. In dat rapport wordt melding gemaakt van twee typen makelaarscontracten die mogelijk in strijd zijn met FIFA-regelgeving en KNVB Reglement Spelersmakelaars. Welke contracten dat zijn, is onleesbaar gemaakt op de site van de gemeente.

Hierbij gaat het vermoedelijk om contracten waarbij een vast percentage aan vergoeding is afgesproken met zaakwaarnemers van spelers. Dat mag niet volgens regels van de FIFA. Een staffel mag wel, oftewel dat bij een bepaald (transfer)bedrag een zaakwaarnemer een bepaalde vergoeding krijgt. Serge Rossmeisl van FBO schat niet in dat de club daar (hard) voor gestraft zal worden.

De problemen zijn nog niet voorbij

Zo zijn de problemen van FC Twente zeker niet voorbij, nadat het ergste leed van jubileum- en rampjaar 2015 geleden leek. Interim-directeur Onno Jacobs kon donderdag tegen Tubantia niet zeggen of de meest recente jaarrekening (over 2014-2015, nog niet gepubliceerd) aangepast zal moeten worden als de transfer van Tadic op een andere manier in de financiële verslagen verwerkt moet worden. Het zou de derde keer op rij zijn dat FC Twente zijn jaarrekening moet terugtrekken.