Rotterdam: havens fiscaal gelijk aanpakken

De beheerder van de Rotterdamse haven gaat waarschijnlijk in beroep tegen het besluit van de Europese Commissie, dat Nederlandse zeehavens met ingang van volgend jaar vennootschapsbelasting moeten betalen.

Volgens het Havenbedrijf komt de concurrentiepositie van Rotterdam in gevaar, doordat havens in België, Frankrijk en Duitsland dezelfde belasting pas minimaal twee jaar later moeten gaan betalen.

Donderdag maakte de Europese Commissie bekend dat de Nederlandse regering is gevraagd de vrijstelling van vennootschapsbelasting, die al vijftig jaar bestaat, op te heffen voor exploitanten van zes zeehavens. Het gaat om Havenbedrijf Rotterdam, Havenbedrijf Amsterdam, Zeeland Seaports, Havenschap Moerdijk, Port of Den Helder en Groningen Seaports. De vrijstelling botst met Europese regels voor staatssteun.

Het kabinet is „teleurgesteld” over het besluit uit Brussel. Het vindt dat er geen eerlijke concurrentie tussen Europese zeehavens is.

Eurocommissaris Margrethe Vestager (Mededinging) wil gelijke regels voor publieke en private ondernemingen. „Indien havens winst genereren met economische activiteiten moet deze winst worden belast volgens de gewone nationale belastingwetgeving, teneinde concurrentieverstoringen tegen te gaan”, aldus Vestager in een toelichting.

Rotterdam verzet zich niet tegen de belastingplicht, maar tegen het respijt dat de concurrentie krijgt.

Rotterdam gaat ervan uit dat het 60 miljoen euro aan vennootschapsbelasting per jaar moet betalen – een kwart van de nettowinst.