Portugezen willen geen plotse veranderingen

Zondag kiest Portugal een nieuwe president. Die zal voor evenwicht en stabiliteit moeten zorgen in het wankele Portugese politieke landschap.

Oud-leider van de conservatieve PSD, Marcello Rebelo de Sousa, is de grote favoriet bij de presidentsverkiezingen.

‘Uit de euro, terug naar de escudo”, staat te lezen op een gigantisch billboard aan de Avenida da República in Lissabon. Het is de verkiezingsleus van de communistische arbeiderspartij PCTP/MRPP, maar vertegenwoordigt slechts een heel klein deel van de bevolking.

Portugal heeft een turbulent politiek jaar achter de rug. Toch maken de presidentsverkiezingen van komende zondag geen grootse emoties los. Verwacht wordt dat veel kiezers thuisblijven. „Zeker omdat de parlementsverkiezingen net geweest zijn”, stelt de eminente politicoloog António Costa Pinto (62) in zijn kantoor aan de Universiteit van Lissabon.

Na de verkiezingen van 4 oktober viel de nieuwe centrum-rechtse regering van Pedro Passos Coelho binnen twee weken. Tot ieders verrassing zocht de socialist António Costa steun bij het Linkse Blok en de communisten. Zo kreeg Portugal een links minderheidkabinet met gedoogsteun uit onverwachte hoek.

De centrum-rechtse president Aníbal Cavaco Silva kon slechts toekijken. Een slimme zet van de socialisten, zegt Costa Pinto. „Ondanks een verkiezingsnederlaag zijn ze toch aan de macht.”

De politicoloog verontschuldigt zich voor de stapels dossiers op zijn bureau. „We hebben net een onderzoek gedaan naar de laatste verkiezingen”, vertelt hij. „Daaruit blijkt dat de socialisten veel stemmen zijn kwijtgeraakt aan het Linkse Blok. Die partij bestaat al veertien jaar, maar is nu opeens een factor van betekenis geworden.” De partij is een beetje te vergelijken met het Griekse Syriza en het Spaanse Podemos. „Maar dan minder radicaal. Ze willen niet breken met Europa. De communisten zijn daar wel voor.”

De conservatieven in Portugal waarschuwden dat het land onder een nieuwe socialistische regering een rigoureus einde zou maken aan de bezuinigingen, waardoor opnieuw een crisis zou kunnen ontstaan.

Portugal werd in 2011 geregeerd door de socialistische premier José Sócrates toen het land bij de trojka 78 miljard euro noodhulp aanvroeg. Een centrum-rechts kabinet voerde daarna harde bezuinigingen door, die de nieuwe socialistische regering nu heeft teruggedraaid. Zo gaat de werkweek naar 35 uur en gaan de salarissen iets omhoog. Dat zijn geen enorme veranderingen. Daar kan eigenlijk iedereen wel mee leven

Lijken in de kast

Het gevaar voor het huidige kabinet zit hem volgens Costa Pinto in lijken die nog in de kast liggen. „Niemand weet waar het gevaar precies vandaan zal komen. De teruglopende economie in voormalige koloniën als Brazilië en Angola is niet gunstig voor Portugal. Uit die landen zijn veel investeringen gekomen.”

Een nieuwe president zou in theorie ook een snel einde kunnen maken aan de socialistische regering van Costa, maar dat ligt volgens Costa Pinto niet voor de hand. In Portugal heeft een president geen uitvoerende macht. Wel kan het staatshoofd verkiezingen uitschrijven.

Opvolger Cavaco Silva

Zondag gaan de Portugezen naar de stembus om een opvolger te kiezen voor Cavaco Silva, die na twee termijnen van vijf jaar niet herkiesbaar is. Tien kandidaten doen mee in de strijd om het presidentschap, maar de gematigde Marcelo Rebelo de Sousa is de grote favoriet. Voor een directe overwinning heeft de voormalige leider van de conservatieve PSD meer dan 50 procent van de stemmen nodig. Haalt hij dat niet dan volgt twee weken later een tweede ronde. „Het zal spannend worden of Rebelo de Sousa in één keer wint”, voorspelt Costa Pinto.

De nieuwe president zal voor evenwicht en stabiliteit moeten zorgen in het wankele Portugese politieke landschap.

Costa Pinto: „Dat doet hij natuurlijk niet door direct de regering naar huis te sturen. Op korte termijn zijn er verder weinig structurele hervormingen in Portugal te verwachten. Misschien is dat wel jammer, maar snelle grote veranderingen passen nu eenmaal niet bij de Portugezen. Een grote meerderheid wil bij de Europese Unie blijven. Ik denk wel 70 procent. Portugezen lopen niet graag uit de pas. Ze zijn liever het braafste jongetje van klas.”