Onrust dwingt Draghi tot actie

De ECB ontkomt niet aan een reactie op de ingrijpende internationale ontwikkelingen: een ultralage olieprijs en onrust over de Chinese economie.

ECB-president Draghi tijdens zijn persconferentie donderdag. Foto Reuters, Kai Pfaffenbach

Mario Draghi is verwikkeld in een harde strijd, klonk donderdag door op zijn persconferentie. „We geven niet op”, zei de president van de Europse Centrale Bank. En zelfs: „We capituleren niet”.

Het lukt de ECB maar niet om de inflatie in de eurozone op het gewenste niveau te brengen: vlak onder de 2 procent. Nu is die nog 0,2 procent. En nog maar anderhalve maand geleden, op 3 december, nam het ECB-bestuur extra maatregelen om de inflatie aan te jagen.

Maar door de onstuimige ontwikkelingen op de financiële markten in de afgelopen weken is dit besluit eigenlijk al achterhaald, maakte Draghi donderdag duidelijk na een vergadering van het bestuur. De Italiaan zinspeelde op wéér nieuwe maatregelen bij de volgende ECB-vergadering, in maart. Dan zal het nodig zijn om „de positie in ons monetaire beleid tegen het licht te houden en mogelijk te herzien”.

In december verlaagde de ECB de depositorente, die banken krijgen als ze geld stallen bij de ECB. Dit moet banken aanzetten om in plaats daarvan geld uit te lenen aan burgers en bedrijven. Ook verlengde de ECB haar opkoopprogramma van staatsobligaties van september 2016 tot maart 2017. De lage rente en de opkoop, waarmee de ECB miljarden euro’s in de financiële markten pompt, moeten de prijzen opdrijven.

Het inflatiedoel van 2 procent is heilig voor de ECB. Bij dergelijke inflatie kan de economie gezond groeien zonder dat de prijzen de pan uitrijzen. Vorig jaar rond deze tijd vreesde de ECB deflatie, een negatieve prijsspiraal die een recessie kan veroorzaken.

Als de ECB in maart inderdaad actie onderneemt is een verdere verlaging van de depositorente, van nu -0,3 procent naar bijvoorbeeld -0,4 procent, een optie. De negatieve rente betekent dat banken dan een nóg hogere boete betalen als ze geld wegzetten bij de ECB. Uit het recent gepubliceerde verslag van de decembervergadering bleek dat deze optie toen al is besproken. Sommige bestuursleden wezen er wel op dat banken die het geld niet kunnen uitlenen, op kosten gejaagd kunnen worden. Die kunnen ze doorberekenen aan klanten. Ook een verhoging van het bedrag dat de ECB maandelijks aan obligaties opkoopt – nu 60 miljard euro – kwam in december aan de orde. Maar daarvoor was geen meerderheid.

Wat is er veranderd sinds december, waardoor de ECB nu alweer overweegt in actie te komen? De olieprijs is sindsdien „met 40 procent gedaald”, zo benadrukte Draghi. De lage olieprijs drukt de inflatie als geheel. Ook zorgt de grotere onzekerheid over de economie in landen als China voor „neerwaartse risico’s” voor de economie in Europa. En de koers van de euro is gestegen. Import wordt dan goedkoper, wat de prijzen verder drukt.

„Alle inflatie-indicatoren die we gebruiken zijn gedaald”, zei Draghi. Maar de ECB zal niet „capituleren” voor de „mondiale factoren” die de inflatie drukken.

Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Want Draghi vecht niet alleen tegen krachten in de wereldeconomie, hij moet ook strijd leveren binnen zijn eigen, 25-koppige bestuur. Een minderheid binnen het bestuur, bestaande uit centralebankiers uit Duitsland, Nederland en Baltische landen, voelt niets voor het opkoopprogramma van obligaties, ook wel bekend als kwantitatieve verruiming.

In december was het bestuur verdeeld: de Noord-Europeanen wilden minder doen, anderen juist meer. Het resultaat was een compromis dat de meeste beleggers flink teleurstelde omdat Draghi eerder een veel grotere ingreep had gezinspeeld. De koers van de euro schoot omhoog en de aandelenbeurzen daalden toen het compromis bekend werd.

Dat was een flinke klap voor Draghi, die de markten tot dusver altijd positief had weten te verrassen. Zijn persconferentie van donderdag was erop gericht om het vertrouwen van beleggers te herstellen. Hij benadrukte dat hij ditmaal „unaniem” werd gesteund door het bestuur. De prijs voor die hervonden consensus is wel dat Draghi in erg algemene termen sprak, klaarblijkelijk om niemand voor het hoofd te stoten.

Hoewel de Italiaan soms grote woorden gebruikte – er is bijvoorbeeld „geen limiet” aan het opkoopprogramma – heeft hij evenmin iets concreets in het vooruitzicht gesteld voor de vergadering van maart. Het bestuur zal „mogelijk” iets gaan doen, dus niet zeker.

Eerst zien, dan geloven

Die onzekerheid werd weerspiegeld in de ambivalente marktreactie op Draghi’s optreden. De Europese aandelenbeurzen stegen eerst flink – de AEX-index ging van onder de 400 naar 408 punten – maar daalden vervolgens tijdens de persconferentie.

Daarna gingen ze weer de hoogte in. De AEX sloot donderdag 2,65 procent hoger, op 406 punten. De euro daalde met ongeveer een cent tot rond de 1,08 dollar, maar stond donderdagavond alweer een cent hoger. Eerst zien, dan geloven, moeten veel beleggers hebben gedacht bij het vooruitzicht op een nieuwe ronde maatregelen uit Frankfurt.

Aan Draghi de taak om de club dwarse centralebankiers op één lijn te brengen.