Ono, mooie sushi voor haastige filmfans

Foto Rien Zilvold

Tijdens de editie 1988 prijkte het programma van het International Film Festival Rotterdam met de twaalf uur durende gastronomische marathon Kinobouffe. Honderd toeschouwers, vier films, vijf chefs, vijf gangen, vijf wijnen. De films over eten en drinken werden vertoond in Lumière, een bioscoop die niet meer bestaat, en terwijl je daar in het donker zat, bereidde de chef van dienst het gerecht dat tussen twee vertoningen werd geserveerd in het aan de overzijde van de Kruiskade gelegen Hotel Central.

Het was een sympathiek initiatief dat nooit een vervolg heeft gekregen. Bijna dertig jaar later moeten films als Tampopo en Babette’s Feast tot de klassieken worden gerekend en chefs als Paul Fagel, John Halvemaan en Rob Baris behoren tot de wegbereiders van de nieuwe Nederlandse gastronomie.

Gehaast dineren

De filmkijkers van nu kunnen hun smaakpapillen verwennen op talloze plekken rondom de festivallocaties Rotterdamse Schouwburg, Cinerama en LantarenVenster. Dat zal veelal gehaast gaan, want het programma van het IFFR is net een spoorboekje: er kan elk moment een trein vertrekken.

De bezoeker van LantarenVenster die wat meer tijd heeft, kan zich vervoegen bij het in het aanpalende gebouw gevestigde Ono, een modern ingericht Japans restaurant met uitzicht op de Rijnhaven. We zitten op comfortabele banken aan het raam en vragen om een sake als aperitief. Of we die warm of koud willen? Koud, en omdat onze voorkeur uitgaat naar een droge, wordt ons de Kubota (8,50 euro) aangeraden. Voor alle zekerheid krijgen we die in een klein glas om te proeven, na instemmend geknik onzerzijds komt de sake in wijnglazen.

Enorme variatie

De keuken van het restaurant hangt als het ware in een bak boven de bar. Jammer genoeg kun je aan een tafel beneden gezeten de koks onder leiding van chef Lin Lun niet op de vingers kijken.

Bestudering van de kaart vraagt concentratie. Er is een enorme variatie aan sushi’s („De beste van Rotterdam en omstreken”, zeggen ze zelf, wat op voorhand nogal op-de-borst-klopperig klinkt) en andere traditionele Japanse gerechtjes. Het handigste is om de bentobox te bestellen. Dat is zo’n fraai gelakte doos met vakjes. Je kiest voor vis, vlees of vegetarisch en dan komt alles in orde. Het is een lonkend perspectief, maar voor ons toch te veel de weg van de minste weerstand. We zijn met zijn drieën, dus plukken we uit alle hoeken van de kaart.

Helaas is de toro, het vette buikdeel van de blauwvintonijn, deze avond op, zodat we voor de sashimi zijn aangewezen op de maguro, minder vet tonijnvlees. We doen de mix met shake, zalm (14,50 euro). Verder komen op tafel: tamago maki (sushi met omelet gerold in zeewier, 6 euro), hamachi (witvis met plakjes jalapeñopeper, 14,50 euro), een halve softshell-krab in een maki-rol (8,50 euro), een Philadelphia maki-rol (gevuld met roomkaas, 8,50 euro), uzura toban yaki (gegrild vlees met paddestoelen, 17,50 euro), tempura ebi (in beslag gefrituurde grote garnalen, 19,50 euro) en hotate yaki (coquille st.-jacques in een pittige, romige saus, 8,75 euro).

Rauwe zeëëgel

We delen alles en zijn het niet altijd met elkaar eens. Ik vind de coquille te veel bedolven onder de saus en van de combinatie roomkaas-sushi word ik geen fan. Mijn vrouw heeft wel eens betere tempura gegeten en onze dochter griezelt van de kaki shochu (6,25 euro) waarbij ik me wel iets kan voorstellen: een rauwe oester, een rauwe zeeëgel en een rauw kwartelei met wat groen in een borrelglas. Je giet het in één keer achterover. De smaken van zee en gras, een opkikker van jewelste.

Dit is het gerecht waarvoor we terugkomen.