Column

Minister Van der Steur heeft zijn gezag nu alweer verspeeld

Regel één in het verkeer tussen minister en parlement is maximale informatieverschaffing. Daaraan heeft het volledig ontbroken in de kwestie-Maat waarover minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) zich gisteren in de Tweede Kamer moest verantwoorden. Het was een langdurige en voor de minister pijnlijke vertoning.

Nog maar net begonnen – Van der Steur volgde minister Opstelten pas tien maanden geleden op – moest hij nu al vijf lessen ter verbetering aan de Tweede Kamer melden. Een motie van nagenoeg de voltallige oppositie die neerkwam op ondercuratelestelling van de minister haalde het weliswaar niet, maar het effect is er niet minder om. De minister die zo’n verademing leek na zijn uitgebluste voorganger heeft na drie ‘affaires’ nu al een flink deel van zijn krediet verspeeld. Een goed en verbaal handig Kamerlid blijkt wat anders dan een bekwame en gezaghebbende bestuurder.

Van der Steur vergaloppeerde zich vorig jaar toen hij een optreden van emeritus hoogleraar anatomie George Maat „buitengewoon ongepast en onsmakelijk” noemde. Maat had tijdens een lezing een uiteenzetting gegeven van het forensisch onderzoek naar lichamelijke resten van slachtoffers van MH17. Meer kennis van de feiten zou de minister nooit tot deze conclusie hebben gebracht. Overigens was niet alleen de minister, maar ook een flink deel van de nu zo kritische Tweede Kamer toentertijd heel snel met het negatieve oordeel over de forensisch expert.

Maat verkeerde in de veronderstelling een lezing te geven voor studenten in zijn vakgebied. Twee medewerkers van RTL maakten echter heimelijk opnamen van het optreden. In RTL Nieuws werd hiervan verslag gedaan inclusief de verbolgen reacties van nabestaanden. Al heel snel bleek de zaak genuanceerder te liggen. Maat had wel degelijk de nodige zorgvuldigheid betracht.

Met ruiterlijk toegeven dat hij te snel had geoordeeld zou Van der Steur heel wat ellende bespaard zijn geweest. Maar pas een week geleden volgden de excuses aan Maat. Hij was „van ver gekomen”, zei de minister zelf tijdens het Kamerdebat op woensdag. Inderdaad, van heel ver en niet van harte.

Met het klungelige optreden staat het ministerie van Veiligheid en Justitie voor de zoveelste keer op een verkeerde manier in de belangstelling. Keer op keer is structurele verbetering beloofd, keer op keer bleef deze uit. Opeenvolgende bewindslieden van VVD-huize zouden wat laten zien. We hebben het gezien. Een belangrijk element in de Nederlandse buitenlandse politiek is opkomen voor de rechtsstaat elders. Wat meer oog voor de eigen rechtsstaat zou ook geen kwaad kunnen.