Column

Koning tussen angst en verlamming

De koning bezocht van de week onverwachts opvanglocatie Ter Apel. De Rijksvoorlichtingsdienst bracht daarvan zestien foto’s naar buiten. De koning geeft de staatssecretaris een hand, de koning in de slaapzaal, de koning in de school, de koning op het basketbalveld, in de gang.

RTL Nieuws en RTV Drenthe namen de lakeienzinnetjes van de RVD over: „Bij de rondleiding kwamen alle fases van de aanmelding aan bod.” En: „Daarnaast hadden ze een gesprek met bestuurders over bestuurlijke samenwerking rond de opvang.”

Op de foto’s zijn de bedden in de slaapzaal leeg, er zijn geen kinderen in de school, geen pummels op het basketbalveld, geen erehaag in de gang. Waar waren de asielzoekers?

„De slaapzaal was leeg omdat die overdag niet wordt gebruikt”, zegt de woordvoerder van het COA als ik ernaar vraag. En de school midden op de dag? De lege straten op het terrein? „Er was steeds toevallig niemand in beeld.”

Nou ben ik toevallig wel eens in Ter Apel geweest – het terrein puilde uit van de asielzoekers.

De RVD met dezelfde vraag gebeld. Die sturen me meteen door naar het ministerie van Veiligheid en Justitie. Het is kennelijk een levensgevaarlijke vraag.

Ik bekijk oude foto’s van bezoeken van koningin Beatrix. Aan het opvangcentrum in Nunspeet in 1993. Daar loopt ze te midden van jongeren, intens pratend met een jongen met krukken en een donker meisje met een staart. Aan het asielzoekerscentrum van Drachten in 1996. Tientallen lachende gezichten om een strooien hoed. Bij alle huisjes hangt de Nederlandse vlag uit.

„De koning en de staatssecretaris wilden zich laten informeren over de uitvoering van het vreemdelingenbeleid”, laat de woordvoerder van het ministerie weten. De betrokkenen hebben „knetterhard gewerkt”. Dat begrijp ik, maar waarom hebben ze geen asielzoekers ontmoet? „We vragen aan media om in verband met de privacy geen asielzoekers herkenbaar in beeld te brengen.”

Waarom kon dat in de tijd van Beatrix dan wel? Daar heeft niemand een antwoord op.

In de vergaderzaal waar de koning de bestuurders spreekt over de bestuurlijke samenwerking, neemt ook de adjunct-directeur van VluchtelingenWerk plaats, Jasper Kuipers. Bij de krentenbollen met kaas vertelt de koning hem dat hij koning is van alle Nederlanders, de Nederlanders met zorgen, de ruimhartige Nederlanders en de Nederlanders met een verblijfsvergunning.

„Wat me opviel”, zegt Kuipers, „de koning zocht de ruimte, tussen de angst en de verlamming in de samenleving. Hoe gaan we om met het vluchtelingenvraagstuk, zei hij. Met degenen die hier blijven?”

En waarom mocht hij geen asielzoekers ontmoeten, vraag ik Kuipers. „Dat is”, zegt hij, „een politieke keuze geweest die voor hem is gemaakt.”