In het belang van de zeehondenbaby

Natuurbeschermers willen opvang voor alle zielige zeehonden. Pieterburen ligt dwars: „Dat lijkt intensieve zeehondenhouderij”.

Zeehonden uit de crèche in Pieterburen worden vrijgelaten op een zandbank bij Lauwersoog. Foto Martijn Beekman/ANP

Er woedt een oorlogje om de opvang van zeehonden in de Waddenzee. Verschillende groepen hebben aan staatssecretaris Van Dam (Natuur, PvdA) gevraagd nieuwe centra voor de opvang te mogen openen, op Terschelling en in het Oost-Groningse Termunten. Dat is ongewenst, schrijft het Groninger Landschap in een brief aan de bewindsman, ondertekend door vier andere natuurorganisaties waaronder Natuurmonumenten en Waddenvereniging.

De meeste zieke of gewonde zeehonden in de Waddenzee worden nu nog opgevangen in de zeehondencrèche in Pieterburen. Daar is plaats voor honderdvijftig dieren. „Dat is al veel, want de opvang moet wetenschappelijk verantwoord en hygiënisch gebeuren”, zegt directeur Niek Kuizenga. Nog meer zeehonden elders langs de Waddenzee opvangen is onzinnig, vindt hij. Alleen „emotionele en commerciële motieven” kunnen ten grondslag liggen aan plannen voor opvang op twee nieuwe locaties van honderd en driehonderd zeehonden. „Dat is veel en veel te veel. Dat begint op intensieve dierhouderij te lijken.”

‘Ieder dier telt’

De initiatiefnemers voor de nieuwe centra vinden juist dat Pieterburen onvoldoende zeehonden opvangt. „Ieder dier telt”, zegt Jeroen de Boer. Hij is voorzitter van de zeehondenopvang Eemsdelta, die ijvert voor een opvang in Termunten. Vroeger werkte hij bij de zeehondencrèche in Pieterburen. De Boer: „Veel mensen vinden tegenwoordig dat als de populatie zeehonden maar groot genoeg is, het individuele dier geen waarde heeft en opvang niet nodig is. Daar zijn wij het niet mee eens. Voor een individueel dier maakt het niet uit of een populatie groot genoeg is. Je bent verplicht een dier in nood te helpen. Wij willen opkomen voor zeehonden die gewond zijn of longworm hebben, in visnetten verstrikt zijn of hun moeder kwijt zijn geraakt.” De Boers stichting wordt geadviseerd door Lenie ’t Hart, oprichter van de crèche in Pieterburen, waar ze enkele jaren terug onder geruzie met pensioen ging.

De Boer heeft goede hoop dat het ministerie de benodigde ontheffing op zeer korte termijn gaat verlenen. „Wij voldoen aan alle voorwaarden.” Zijn droom is dat er straks „zes of zeven” opvangcentra voor zeehonden zijn, en dat die „ongeveer zoals dierenasiels in Nederland” samenwerken, het liefst onder begeleiding van een „wetenschappelijk team”.

Pieterburen is terughoudend

De plannen zijn directeur Kuizenga van het centrum in Pieterburen een gruwel. Volgens hem suggereren de initiatiefnemers een kloof tussen natuurbescherming en dierenwelzijn die feitelijk niet bestaat. „Er wordt gesuggereerd dat wij geen zorg zouden dragen voor het individuele dier. Dat is lariekoek. Wij laten geen dieren aan hun lot over.”

Wat Pieterburen wél doet, is consciëntieus het beleid uitvoeren dat dertien jaar geleden al werd gemaakt, om „terughoudend” te zijn met het opvangen van zeehonden. Pieterburen ving vorig jaar in totaal slechts 308 dieren op. Terughoudendheid betekent verder dat je opgevangen dieren vooral niet moet „volspuiten met te veel antibiotica, want dat is slecht is voor de populatie”. Ook moet je geen eenzame jonge zeehonden weghalen terwijl een moeder deze ‘huilers’ na enkele uren heus wel komt ophalen. „Wij zijn tegen het kidnappen van wilde dieren”, zegt Kuizenga over de plannen van zijn rivalen. „De beste plek voor een zeehond is de zee. En voor mensen is het beste advies: blijf uit de buurt.”

Reactie van De Boer die in Termunten aan de slag wil: „Uit onderzoek blijkt dat moeders hun jongen soms achterlaten om te jagen. Dat weten wij ook wel. Alsof wij die jongen mee zouden nemen. Dat is absoluut niet waar”. Ook heeft hij geen plannen dieren vol te spuiten met antibiotica. Hij beticht Pieterburen ervan hem in een kwaad daglicht te stellen. „Ze maken ons zwart. Ze willen hun monopolie beschermen.”

Staatssecretaris Van Dam studeert op dit moment op de aanvraag. Daarbij heeft hij sinds enkele maanden de beschikking over een advies van Bas Eenhoorn, voormalig VVD-voorzitter en voormalig burgemeester van onder meer Alphen aan den Rijn, en thans nationaal commissaris digitale overheid. Eenvoudig maakt hij het de bewindsman niet. „Toekennen en afwijzen is in de gegroeide situatie lastig”, schrijft Eenhoorn. Een van de oplossingen is volgens hem een tijdelijke ontheffing.

Staatsecretaris Van Dam mag het zeggen.