Imago Poetin loopt opnieuw schade op

Russische media reageren kritisch op het vernietigende rapport van Sir Robert Owen.

Illustratie Riber Hansson, bewerking fotodienst nrc

Poetins woordvoerder deed afgelopen woensdag nog of het Kremlin geen belangstelling had. Het Britse rapport over de moord op voormalig FSB-agent Aleksandr Litvinenko in 2006 in Londen, zo zei Dmitri Peskov, „is niet erg belangrijk”.

Dat was een staaltje bluf. Want de conclusies van voormalig rechter Sir Robert Owen, die woensdag openbaar zijn gemaakt, zijn een stuk harder dan verwacht. „De FSB-operatie om Litvinenko te vermoorden”, schrijft Owen, „was waarschijnlijk goedgekeurd door [toenmalig hoofd van de geheime dienst FSB] Patroesjev en eveneens door president Poetin.”

Natuurlijk, het ‘openbare onderzoek’ van Sir Owen is geen gerechtelijke uitspraak. Een Britse rechtbank zou zich niet hebben gewaagd aan formuleringen als „waarschijnlijk” en „zeer waarschijnlijk”. Daar staat het Litvinenko-rapport vol mee, zo berichtten de Russische staatsmedia. In diezelfde media was ook veel kritiek op het besloten deel van Owens onderzoek, waarbij documenten van de Britse geheime dienst zijn gebruikt. Maria Zacharova, woordvoerder van het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken, sprak van het „zogenaamde openbare onderzoek”. Die formulering werd meteen overgenomen door de media die onder controle staan van het Kremlin.

Dat alles kon niet verhullen dat het rapport zeer beschadigend is voor Poetin. Sir Robert Owen wijdt een heel hoofdstuk aan de vraag of de Russische president van tevoren zijn goedkeuring heeft gegeven voor de moord op Litvinenko, die werd vergiftigd met het zeer radioactieve polonium-210. Sluitende bewijzen daarvoor zijn er niet, maar de conclusie dat Poetin „waarschijnlijk” zijn fiat gaf is ernstig genoeg.

Het rapport citeert uitgebreid uit de verklaring van Robert Service, hoogleraar Russische geschiedenis aan de Universiteit van Oxford. Volgens Service is het „ondenkbaar” dat toenmalig FSB-hoofd Nikolaj Patroesjev – een naaste vertrouweling van Poetin – niet op de hoogte was van de plannen voor de moord op Litvinenko. Service zei ook dat hij „moeilijk kon geloven” dat Patroesjev „niet op een of andere manier betrokken was bij de andere moorden”. Daarmee wordt gedoeld op verschillende tegenstanders van het regime die onder het bewind van Poetin zijn omgebracht, zoals journaliste Anna Politkovskaja en het parlementslid Sergej Joesjenkov.

Het Litvinenko-rapport neemt deze conclusies over. Uit de moorden blijkt een „patroon”, schrijft Sir Owen. „Deze zaken doen vermoeden (...) dat de Russische staat betrokken kan zijn geweest bij de moord van de critici van Poetin.” Het regime-Poetin wordt daarmee door Sir Owen weggezet als een bende cynische killers.

Illustratie Tab in The Calgary Sun (Canada)

In het openbaar zal Poetin daarover zijn schouders ophalen. Maar het is bekend dat de Russische president veel waarde hecht aan zijn positie in de internationale gemeenschap van wereldleiders. Na de annexatie van de Krim en de oorlog in het oosten van Oekraïne leek de Russische leider in een isolement te zijn geraakt. Door zijn totaal onverwachte interventie in Syrië afgelopen najaar, eiste Poetin opnieuw een hoofdrol op op het diplomatieke wereldtoneel. Nu lopen Rusland en zijn leider opnieuw imagoschade op – in een week waarin de olieprijs verder daalde, de koers van de roebel een diepterecord bereikte en het er steeds meer op lijkt dat de economische crisis nog lang niet voorbij is, zoals Poetin afgelopen december aan zijn volk had beloofd.

Bekijk hieronder een uitgebreide tijdlijn over Litvinenko:

Lees verder: Britten doen zo min mogelijk met ‘schurk’ Poetin