‘Ik heb als dertiger ooit een boek in stukken gescheurd’

De auteur van het poëziegeschenk 2016 beantwoordt vragen over zijn leesgedrag en zijn literaire voorkeuren. Een selectie van zijn antwoorden stonden vrijdag in de Boekenbijlage van NRC Handelsblad. Hier is het hele interview te vinden.

Welk boek bent u nu aan het lezen?

Judas van Amoz Os. Omdat ik een boek aan het schrijven ben over een bekeerling in de elfde eeuw en romans lees die ook een stuk non-fictie in zich hebben. Ik wil graag zien hoe collega-schrijvers een dergelijk probleem aanpakken. Om diezelfde reden lees ik boeken als die van Edmund De Waal.”

Waar leest u het liefst?

„Op een plek in de rotsen, honderd meter boven mijn eenvoudige Franse huis in de Vaucluse.”

Welke schrijver benijdt u?

„Schrijvers die de mogelijkheid hebben om alle dagelijkse zorgen uit hun leven te bannen. Toen ik jong was las ik Rainer Maria Rilke, die leefde van het ene kasteel naar het andere. Er werd altijd voor hem gezorgd. Dat leek me erg comfortabel. Inmiddels kijk ik daar anders tegenaan: een schrijver moet zich niet van de dagelijkse zorgen afzonderen om goed te schrijven. Zelf ben ik al sinds decennia huisman, dan kreun je wel eens onder de dagelijkse zorgen. Aan de andere kant: als je dat niet doet, ben je ook een beetje gewichtloos.”

Wanneer stopt u met het lezen van een boek?

„Als een boek te veel fouten bevat en slordig geredigeerd is, gooi ik het in de prullenbak. Maar lezen is vaak ook een kwestie van geduld hebben. Heel veel boeken worden na honderd bladzijden pas interessant. Over De naam van de roos zei Umberto Eco ooit: ‘als je de eerste tachtig bladzijden niet kunt doorkomen, verdien je het niet om de geheimen van het boek te leren kennen.’”

Bestaat er een essentieel onderdeel dat iedere goede roman bezit?

„De manier waarop het boek je, op een onverwachte manier, gaande houdt. Daar zijn ontelbare manieren voor. Iedere romanschrijver vult dat zelf in. Dat maakt de roman als genre ook zo fijn. Je moet telkens weer een strategie verzinnen die de lezer dwingt verder te lezen. Ik heb het gevoel dat ik zelf ook altijd een andere strategie ontwikkel. Dat haal ik niet uit andere boeken. Dat komt uit het proberen zelf. Dat maakt het ook moeilijk. Bij Oorlog en Terpentijn was het drie jaar ploeteren voordat het boek echt van de grond kwam.”

Welk boek moet iedere ouder aan zijn kind voorlezen?

„Het verhaal van hun eigen verbeelding. Voor mijn zoon en dochter heb ik gedurende vele jaren zelf verhalen verzonnen. Mijn dochter, nu achtendertig, spreekt er nog steeds over. Ik zal ze nooit te boek stellen. Die verhalen waren er alleen voor hen.”

Wat is volgens u de beste boekverfilming?

The Sheltering Sky, waarin de boeken van de Amerikaanse schrijver Paul Bowles worden verwerkt in een verhaal over twee Britse toeristen die doelloos door Afrika reizen. Het is de perfecte verfilming van de geest van Bowles’ denkwereld. Dat is waar een schrijver van droomt: dat het levensgevoel in zijn werk verfilmd wordt. Niet zo maar het verhaal.”

Wat is uw favoriete literaire karakter?

„Ik zou hier wel tien personages willen noemen, maar ik kies er één: Hans Castorp uit Thomas Manns De toverberg. Wat een geweldige, slimme, ironische naïviteit heeft hij. Zijn observatie van de verdwijnende, vooroorlogse wereld van overgevoelige, ijdele burgers is weergaloos, omdat hij zogezegd naïef waarneemt. Eigenlijk is Castorp zo’n beetje een Duitse Forrest Gump: door zijn onwetendheid denk je als toeschouwer meer te weten dan het personage. Het is een knipoog van de schrijver, die je even slimmer laat zijn dan zijn hoofdpersoon.”

Zit er een systeem in uw boekenkasten?

„Daar raakt u een pijnlijk onderwerp. Tot mijn vijfendertigste ordende ik mijn boekenkast volgens het materiaal dat ik nodig had gehad om bepaalde essays te schrijven. Volgens ideeënclusters, dus. Maar op een bepaald moment vond ik niets meer terug. Toen heb ik alle boeken op alfabetische volgorde gezet, louter uit noodzaak. Het was of ik een moord op mijn eigen boekenkast had gepleegd.”

Wie is uw favoriete schrijver?

„Ik ben geïnteresseerd in elke auteur die intelligent met zijn verhaal omgaat. Nabokov, Rilke, Joyce, Proust, Borges hebben mij gevormd. Dat blijken vooral schrijvers uit de twintigste eeuw te zijn. Maar ook in deze tijd zijn er geweldige schrijvers te over: ik lees graag W.G. Sebald, Edmund de Waal, Emmanuel Carrère, Michel Houellebecq, zelfs een auteur als Laurent Binet. De manier waarop die zijn twijfels bij het schrijven laat zien – in zijn boek over Heydrich, met de grappige titel HhhH – is geweldig”.

Herleest u boeken?

„Zelden. Ik ben te gretig. Graag zou ik romans als Ada van Vladimir Nabokov herlezen. Omwille van de traagheid. Of het werk van Michail Boelgakov: zijn romans zijn ironisch, en erg knap gemaakt. Ik wil graag boeken herlezen waarbij ik me tijdens de lectuur gelukkig heb gevoeld. Maar het komt er niet van.”

Wat is het ergste dat u ooit met een boek hebt gedaan?

„Ik heb als dertiger ooit een boek in drie stukken gescheurd. Het boek was toen een hype, maar ik vond het knullig en arrogant, geschreven door een zevenderangs schrijver. Ik schrok van mijn eigen agressieve daad. Maar het gebeurde voor ik er erg in had. De titel en de auteur heb ik verder verdrongen.”

Over welk onderwerp wilt u in de toekomst nog een boek schrijven?

„Over de vriendschap tussen twee mannen. Een goede vriend van mij is net overleden. Hij was een van de meest genereuze mensen die ik heb gekend, tegelijk was hij een sympathieke schoft, aristocratisch en tegelijk een tikje vulgair. Hij verbond eigenschappen die je eigenlijk zelden in mensen gecombineerd vindt. Ook een personage wordt pas levensecht wanneer het iets ongerijmds heeft. Daardoor wordt het een echt iemand, een aangrijpend mens. W.G. Sebald schreef ooit: “literatuur vormt een soort restitutie voor elk verlies in het leven.”

Welk boek hebt u tot uw eigen schande nog niet gelezen?

Jozef en zijn broers van Thomas Mann. Het is zijn grootste poging geweest om iets op poten te zetten dat zowel roman, filosofie als geschiedschrijving was. Momenteel heb ik er geen tijd voor. Ik ben nog jong en heel druk (lacht).”

Welke schrijver is ten onrechte in de vergetelheid geraakt?

„Lawrence Durell van The Alexandria Kwartet. Geweldige boeken, prachtige stijl, heerlijke sfeer.”

Wat is het eerste boek dat u als kind las? Dat u zich kunt herinneren tenminste..

Alleen op de wereld van Hector Malot. Als kind vond ik de zwerversjongen Remy erg herkenbaar. Ik was als kind nogal eenzelvig en liep vaak overdag door de velden langs de Schelde. Wat ik aan Remy bewonderde is hoe hij de dingen nam zoals ze op zijn pad kwamen. Dat maakte hem tot een jeugdheld. Hij doorstond meer dan wij nog aan zouden kunnen.”

Wat is het eerstvolgende boek dat u gaat lezen?

In Molenbeek van Hans Vandecandelaere, een getuigenis over hoe het is om in die Brusselse wijk te wonen. De hele wereld doet alsof Molenbeek sinds de aanslagen in Parijs een rampgebied is. Ik woon er niet ver vandaan en zie hoe het leven daar doorgaat. Er is de laatste tijd zo karikaturaal over Brussel geschreven. De Amerikaanse pers noemde België een failed state. Maar bij ons sterven er geen 32.000 mensen per jaar door vuurwapens. Ja, er is veel mis gegaan in Molenbeek. Maar ik heb er ook vrienden wonen en ik zie hoe zij proberen iets van de buurt te maken. Het is aan schrijvers en kunstenaars om tegen dergelijke veralgemeningen te strijden en een meer genuanceerde waarheid te tonen."