Het vertrouwen in de rekenmeesters brokkelt af

Moet het Centraal Planbureau nog wel verkiezingsprogramma’s doorrekenen? Politieke partijen twijfelen aan de ‘werkelijkheid van modellen’.

Foto Istock

Laura van Geest wil het best nog een keer uitleggen. Over drie weken, op vrijdag 12 februari, organiseert de directeur van het Centraal Planbureau (CPB) een bijeenkomst voor Tweede Kamerleden onder het motto Modellen en voorspellen: een kijkje in de machinekamer van het CPB. Want, schreef ze afgelopen week in de uitnodiging, „over de mogelijkheden en opbouw van de modellen die het CPB gebruikt bij ramingen en andere analyses bestaat soms onduidelijkheid [...], ook onder politici.”

De aanleiding voor de bijeenkomst laat zich raden: het recente, moeizame debat over het Belastingplan 2016 en de hoofdrol die het CPB daar ongewild in speelde. „Ik had liever gezien dat het principiële debat gevoerd was over de vraag of eenverdieners iets extra’s moeten krijgen, dan over ons banencijfer”, klaagde Van Geest daags na het belastingdebat in de Tweede Kamer in het Reformatorisch Dagblad. 

Zij doelt op het door haar rekenmeesters verwachte effect op de werkgelegenheid van zowel de lastenverlichting van 5 miljard euro als het tegenvoorstel door de SGP om iets van dat geld speciaal ten goede te laten komen aan gezinnen met één kostwinner. De uitkomsten van beide voorstellen leidden tot groot ongeloof bij de christelijke partijen – het CDA en de ChristenUnie hadden zich bij het amendement van SGP’er Elbert Dijkgraaf aangesloten. Hun vertwijfeling: hoe kan het dat álle belastingverlagingen van het kabinet ter waarde van 5 miljard 35.000 banen zullen creëren, terwijl het voorstel van de SGP om 200 miljoen daarvan te verschuiven, eveneens 35.000 banen zal vernietigen?

Het voorstel van de SGP behelsde een eenmalige verhoging van de zogeheten ‘overdraagbare algemene heffingskorting’: een korting op de inkomstenbelasting die iemand zonder baan mag doorgeven aan zijn (of haar) werkende partner. Omdat deze fiscale genoegdoening niet-werkenden stimuleert om niet aan het werk te gaan – en om die reden door politieke tegenstanders smalend de ‘aanrechtsubsidie’ werd genoemd – zal die volgens het CPB de arbeidsparticipatie negatief beïnvloeden.

Die conclusie – vervat in de zin: „De variant leidt tot een daling van de werkgelegenheid (in uren) met 0,5 procent. Dit komt overeen met circa 35.000 voltijdbanen” – had een cruciale uitwerking op het belastingdebat. Staatssecretaris Wiebes (Financiën, VVD) kon met dat oordeel onmogelijk een akkoord sluiten met de christelijke partijen, waardoor ChristenUnie en SGP, zowel in Tweede als Eerste Kamer, uiteindelijk niet konden leven met het gehele Belastingplan – een historische tegenstem voor twee van nature constructieve partijen.

Het CDA bleef Wiebes niettemin steunen. Begin december sloot D66 zich daar na enkele kleine aanpassingen alsnog bij aan, waardoor het Belastingplan op slag van Kerst werd gered.

Niettemin heeft het slepende debat diepe sporen nagelaten in de houding van het parlement jegens het CPB. Dat moet het CPB ook zelf hebben gemerkt. In het najaar maakte Van Geest haar gebruikelijke gespreksronde langs fractieleiders en financieel woordvoerders. En begin december was er een besloten vergadering met de vaste Kamercommissie voor Financiën, waarin het CPB de spelregels uit de doeken deed voor een belangrijk agendapunt voor 2016: het doorrekenen van de verkiezingsprogramma’s.

Bij al die gelegenheden, vertellen aanwezigen, was de toon anders dan anders. Sinds het debat over het Belastingplan is de onvrede op het Binnenhof over de CPB-modellen gegroeid. „Ik proef meer en meer weerstand tegen het CPB”, zegt SP-Kamerlid Arnold Merkies.

De SP heeft zelf al langer moeite met wat Merkies het „monopoliseren” van CPB-analyses noemt. „Volgens het CPB en zijn volgelingen is er maar één waarheid. Afwijkende meningen worden niet of nauwelijks bij het debat betrokken.”

Volgens Merkies vinden ook zijn collega’s van andere partijen dat het planbureau tot hun ongenoegen „steeds meer invloed op de politiek heeft”. Rik Grashoff (GroenLinks) hekelt de „modelmatige werkelijkheid” die het CPB schetst. Dat ligt niet per se aan het CPB, zegt hij, maar: „Je moet er geen beleid op maken.”

De macro-economische analyses, of ze nu over werkgelegenheid gaan, economische groei of de gezondheid van de overheidsfinanciën, „hebben een zekere schijnzekerheid”, zegt Wouter Koolmees (D66), die overigens groot voorstander van CPB-doorrekeningen is.

Shoppen in de standpunten

Hoe kritisch de politici ook zijn, ze benadrukken dat het planbureau als instituut niet ter discussie staat „Het is goed dat we een objectieve scheidsrechter hebben die Haagse plannen tegen het licht houdt”, zegt Mark Harbers (VVD). Dat heeft een „hygiënische werking op het politieke debat”, zegt Koolmees. Henk Nijboer (PvdA): „Kritiek op het CPB kan en mag, maar de politieke overtuiging moet leidend zijn in debat en in besluitvorming.”

Hoofdmoot van de kritiek: de cijfers van het CPB zijn abstract, want ze gaan over de lange termijn maar ze worden heel exact weergegeven: in tienden van procenten als het gaat om economische groei of overheidsfinanciën en in tranches van 7.000 ‘fte’ als het gaat om werkgelegenheid.

Daarnaast gaat het planbureau volgens vooral linkse partijen te eenkennig uit van de aanbodkant van arbeid. Kort gezegd: als niet-werkenden zich maar aanbieden op de arbeidsmarkt zullen zij vanzelf een baan krijgen. Dat is door de overheid in de hand te werken door prikkels voor niet-werkenden weg te nemen (uitkeringen te verlagen) of prikkels om te gaan werken te vergroten (lasten op arbeid te verlagen). Dat is voor bijvoorbeeld GroenLinks te simpel. „Dit ís gewoon niet zo”, zegt Kamerlid Grashoff. „Banen, ook voor werklozen die aan de slag willen, liggen niet voor het oprapen.”

Sommigen bekritiseren ook de rekenmethodes. Zo waren de kleine christelijke fracties bij het belastingdebat in de Eerste Kamer hard in hun oordeel over het planbureau. Peter Ester van de ChristenUnie vond dat het SGP-amendement „op een wel heel merkwaardige manier was doorgerekend”. Zijn SGP-collega Peter Schalk sprak van een „starre benadering van een rekenmodel”.

De vraag hoe hecht het geloof in CPB-modellen is, is bij alle partijen actueel. In dit pre-verkiezingsjaar staan immers de verkiezingsprogramma’s op de rol. CDA-leider Sybrand van Haersma Buma opende deze week de daarbij horende discussie of partijen het CPB wel of niet moeten inschakelen. Buma liet zich tegenover De Telegraaf ontvallen te „overwegen” het nieuwe CDA-programma niet door te laten rekenen: „De modellenwerkelijkheid van het CPB sluit in de praktijk onvoldoende aan bij de werkelijkheid”, licht hij desgevraagd toe. Om dat te illustreren gebruikt de CDA-leider een veel geciteerde metafoor van oud-werkgeversvoorman Jacques Schraven. „Als het CPB in 1944 de landing in Normandië had moeten doorrekenen, dan lagen die boten nu nog voor de kust.”

Critici van het CPB vinden dat het doorrekenen van verkiezingprogramma’s ook aan de politieke kant is doorgeschoten. Partijen neigen ernaar hun standpunten inhoudelijk aan te passen om die ‘CPB-proof’ te maken, opdat er een gunstig effect op banen, groei en overheidsfinanciën uitrolt.

Dat shoppen in het CPB welgevallige standpunten komt aan de oppervlakte in het gebruikelijke rapport Keuzes in kaart, waarin het planbureau alle doorrekeningen van verkiezingsprogramma’s handzaam op een rijtje zet. Die publicatie is niet langer zaligmakend, betoogde PvdA-Europarlementariër én oud-CPB-medewerker Paul Tang al in 2013 in partijblad Socialisme & Democratie. „De politieke partijen pakken één onderdeel uit het lijvige rapport en roepen zich op dat onderdeel tot winnaar uit. […] De kiezers zijn niet geholpen met politici die elkaar met CPB-cijfers om de oren slaan.”

Ook SP en SGP denken erover hun programma’s komend jaar niet langs de rekenmeesters van het CPB te sturen. „Als het CDA dat niet doet, zal ik mijn partij adviseren dat goede voorbeeld te volgen”, zegt Elbert Dijkgraaf van de SGP.

Politieke partijen realiseren zich wel dat er ook een een groot nadeel kleeft aan niet doorrekenen. Peter Ester, senator van de ChristenUnie: „Als de ene partij het programma wel laat doorrekenen en de ander niet, volgt al snel het verwijt: jullie durven niet. We houden elkaar in een wurggreep.”

Dat bleek afgelopen woensdag toen VVD’ers onmiddellijk in de aanval gingen na de ontboezeming van Buma. Kamerlid Aukje de Vries twitterde: „CDA wil verkiezingsprogramma niet door laten rekenen door CPB. Bang voor uitkomst?”

    • Philip de Witt Wijnen