Gevangenisje spelen

Met het populaire spel Prison Architect kun je een gevangenis bouwen en beheren. Hoe kijkt een professionele gevangenisbouwer er tegenaan?

In Prison Architect eten gevangenen in een Amerikaanse kantine. In Nederland eten gedetineerden 'op cel'. De gang tussen de cellen bleek net breed genoeg voor een pooltafel, telefoons en wat tv's.

Gevangenissen zijn vreemde plekken. Tegen hun wil worden mensen er ondergebracht en verzorgd. Soms hebben de gevangenissen de reputatie van hotel. Soms van overvolle beerput.

Maar als de game Prison Architect je iets leert, dan is het dat de gevangenissen vooral een ingewikkelde bedrijfsvoering hebben. Prison Architect is een simulatiespel waarin je een gevangenis bouwt en leidt. Wie gevangenen netjes hun straf laat uitzitten, krijgt meer geld om de gevangenis uit te breiden. Ontsnappingen en sterfgevallen worden bestraft met boetes.

Prison Architect kwam eind vorig jaar uit. Het spel is populair, op internet delen spelers massaal hun creaties. Meestal zijn dat gigantische detentiecomplexen waar alles op rolletjes loopt.

Zelf maak ik er een rommel van. In mijn kleine gevangenissen zijn opstootjes routine. Er zijn problemen met de waterdruk en om de haverklap valt de stroom uit. Zou een echte gevangenisarchitect het er beter vanaf brengen? Architect Gerhard Venhuizen (64) uit Heemstede wil het spel wel proberen. Venhuizen was zeventien jaar lang betrokken bij het ontwerp en de bouw van gevangenissen in Nederland en België.

Redacteur Lucas Brouwers biedt een inkijkje in het spel:

Prison Architect is een Amerikaans spel met Amerikaanse gedetineerden, compleet met oranje overalls en gangs. Toch gaan we een Europese gevangenis bouwen. Een kruisgevangenis. „Dat is een bewezen ontwerp”, zegt Venhuizen. Het gebouw bestaat uit vier vleugels, met in het hart van het kruis een centrale observatiepost. Vanuit daar kunnen de bewaarders alle celblokken overzien”.

Kruisgevangenissen in Nederland bestaan uit meerdere verdiepingen, maar de virtuele gevangenissen in Prison Architect zijn beperkt tot de begane grond. Jammer. Eén vleugel wordt al opgeslokt door keuken en kantine. Venhuizen probeert eronderuit te komen. „Moeten we echt een gemeenschappelijke eetruimte inrichten? In Nederland krijgen gedetineerden hun avondeten gewoon op cel.”

De isoleercel wordt een smeerboel

Steeds meer oppervlakte van ons bouwwerk gaat op aan facilitaire voorzieningen. Na aftrek van kantoren, bezoekersruimte en medische dienst is er nog plek voor 25 gevangenen, in cellen van 3 bij 2. En dan zijn we de recreatieruimte nog vergeten. Maar Venhuizen ziet de oplossing: de gang tussen de cellen is net breed genoeg voor een pooltafel, telefoons en wat tv’s.

Als het complex af is, arriveren de bewoners. De bewaarders negeren de beveiligde entree en escorteren de gevangenen door de bezoekersingang. Venhuizen gruwt ervan. Bezoekersstromen en bewegingen van gedetineerden moeten strikt gescheiden blijven. „Dit is een bende.”

De sfeer is grimmig, die eerste dag. ’s Avonds gaat het helemaal mis. Een opstootje in de kantine mondt uit in een plas bloed en één dode gevangene. Wat nu? Eerst maar eens een permanente bewaker in de kantine aanstellen.

De daders gaan een nacht in de isoleercel, maar die moet eerst nog worden ingericht. Ik plaats een wc en een bed, maar Venhuizen houdt me tegen. Enkel een wc is genoeg. „En dan nog maken ze er een smeerboel van. In isoleercellen wordt heel wat met fecaliën gesmeten.”

De gevangenis draait, maar de kosten zijn hoog. We lopen de staflijst na. Tien bewaarders, drie koks, twee doktoren en nog veertien man personeel. Is dat niet veel voor een gevangenis met 25 gedetineerden? Het is aan de hoge kant, maar in het echt is de verhouding personeel op gedetineerden ook één op één, weet Venhuizen.

Venhuizen is alert. „Wat doet die man daar? Die hoort daar niet!” Inderdaad, daar lummelt een gedetineerde waar niet gelummeld mag worden, in de beveiligde ring tussen hek en muur. Pas later ontdekken we dat we verboden zones kunnen aanwijzen. Langzaam ontdekken we de diepere lagen van Prison Architect.

Venhuizen vraagt zich af waarom we nog geen bibliotheek en werkplaats hebben. Dat kan pas later in het spel, leg ik uit. Ongepast, vindt Venhuizen, „Een gevangene heeft recht op arbeid en bezinning. Dat zijn geen extraatjes die je weg kan laten.”

Een bewaker dommelt in

Vindt Venhuizen het de moeite, dit gevangenisspel? „Een programma van eisen was prettig geweest”, zegt Venhuizen. Dat is het document waarin Dienst Justitiële Inrichtingen aangeeft aan welke eisen een nieuwe gevangenis moet voldoen. Alles is beschreven, van traliedikte tot het soort beveiligingsglas. Maar in Prison Architect wordt de ontwerper in het diepe gegooid. De enige beperkingen zijn fantasie en budget. Dat is even wennen voor de architect.

En toch heeft Venhuizen het naar zijn zin. „De complexiteit spreekt me aan. Eigenlijk zie ik het niet als spel.” Een groter compliment kan een simulatiespel niet krijgen.

We blijven nog even kijken naar onze gevangenis. Gedetineerden joggen rond de luchtplaats. Conciërges leggen schone uniformen klaar op bed. Een bewaker dommelt in. Alles loopt op rolletjes. „Het is geen perfecte gevangenis”, zegt Venhuizen, „maar het ziet er vertrouwd uit.”