Ex-festivalbeest

Als kind kwam ik al op het filmfestival. Omdat mijn vader bij de film werkte mocht ik in een witte limousine mee naar de première van Het Dak van de Walvis in het oude Lantaren/Venster, met Willeke van Ammelrooy in de hoofdrol. Ik kan me er verder niets meer van herinneren, maar dat geldt voor de meeste films die ik de afgelopen dertig jaar op het festival zag. Het kan zijn dat ik precies de verkeerde uitkoos, maar meestal was ik na een paar films alweer zo teleurgesteld dat ik me voor de rest van de festivalperiode alleen nog maar op de premièrefeestjes en afterparty’s richtte.

Ik heb er mijn huidige man voor het eerst gekust en ben ook wel eens wakker geworden in een kamer van het Hilton. En ik heb er ooit gewerkt als stukjesschrijver voor het dagelijkse festivalkrantje. Het was in het jaar dat de knappe Chinese filmster Gong Li (‘Raise the Red Lantern’) ‘s nachts in het Hilton iets te uitbundig danste met een iets te enthousiaste premier Lubbers. Een wilde week, in mijn herinnering althans, maar over de sappige details mochten we in dat krantje in ieder geval niks opschrijven.

Zo sloeg een doorgedraaide buitenlandse filmmaker zijn luxe hotelkamer kort en klein en rukte de wastafel van de muur, waarbij hij een slagaderlijke bloeding opliep. Ook liep op een avond festivaldirecteur Emile Fallaux in paniek ons redactielokaal binnen met de vraag of we hem met spoed aan heroïne konden helpen. Een drugsverslaafde Amerikaanse actrice was trillend vanaf het vliegveld naar Rotterdam gebracht en moest zo snel mogelijk een shot krijgen. Het was nog in de tijd van Perron Nul, dus dat was snel geregeld.

Ik weet niet of het met ouder worden te maken heeft, maar de laatste tien jaar sla ik regelmatig een festival over. Dan voel ik me in die week weliswaar wat onrustig omdat ik bang ben toch iets te missen, maar ik heb er gewoon niet zo veel zin meer in. Geen zin in de rijen voor de kassa, in een teleurstellende film, in een te drukke dansvloer in de Schouwburg, in het gezuip, in al die Amsterdammers.

Laat mij dus ook dit jaar maar weer veilig thuis. Ga ik lekker alle avonden op de bank Downton Abbey kijken met een pot thee erbij, in plaats van al die ingewikkelde films. En daar hoef ik me helemaal niet voor te schamen, want oud-filmfestivaldirecteur Rutger Wolfson kijkt er ook naar, weet ik toevallig. En als ik me heel onrustig ga voelen, kom ik misschien toch nog even een klein borreltje drinken. Eentje dan.