Column

Europa lijdt aan fatal attraction

Luuk van Middelaar is politiek filosoof in Brussel.

Waarom krijgen de Europese landen, de rijkste en best georganiseerde ter wereld, geen greep op de vluchtelingencrisis? Die duurt al sinds de zomer, het eind is niet in zicht. De bezweringsformules van Rutte en Tusk („binnen twee maanden moet het onder controle zijn”) klonken eerder tragikomisch dan geruststellend. We springen „van ijsschots naar ijsschots” (de Volkskrant). Waarom ziet het er zo onhandig en onthand uit?

Natuurlijk, er zijn onverwacht destructieve krachten losgekomen. Ons continent ligt op quasi loopafstand voor wie wegvlucht van burgeroorlog, anarchie en armoede in het Nabije Oosten of Afrika. Improviseren is dan geen schande. Maar er wringt meer. Ons politieke zelfbeeld is er niet meer op berekend om krachten van de boze buitenwereld te bedwingen. Veiligheid is een consumptiegoed geworden, liefst van Amerikaanse makelij; niet iets dat je ook moet produceren. In de jaren ’90 namen we genoeglijk afscheid van de Geschiedenis met grote G. (Afschaffing dienstplicht, hier in 1997, is een symbolisch omslagpunt.) Als welvarende democratieën hadden wij het historische eindpunt bereikt. Nu wachten tot de rest van de mensheid – die arme Afrikanen, Aziaten en Arabieren – ook zover kwam. Onze taak was louter hen op weg te helpen, met ontwikkelingshulp, handel en export van marktnormen en democratische waarden.

Zo ging Europa zichzelf beschouwen als ‘magneet’. Wij hoefden niet actief op te treden, maar straalden vanzelf een positieve invloed uit op landen om ons heen. Ons model had ‘aantrekkingskracht’ – en wie zou daar niet gevleid door zijn! Om onze geopolitieke dadenloosheid en strategische ontkenning te legitimeren bedachten wetenschappers en intellectuelen een fijne theorie: de EU als soft power of ‘normatieve macht’. Wij hoeven niets te doen, het volstaat dat wij zijn. Een lichtend voorbeeld, een baken voor de mensheid.

Dit magneetmodel kent twee blinde vlekken. Ten eerste, het werkt alleen in de directe omgeving. Als magneet heeft Europa voormalig Joegoslavië gestabiliseerd, geweldige prestatie. Slovenië en Kroatië zijn EU-lid; Servië zit met drie buren in de wachtkamer; Bosnië en Kosovo kregen een ‘Europese roeping’. Dankzij voorwaarden aan wie binnen wil (wetgeving invoeren, Milosevic naar Scheveningen) helpt de magneet nieuwe Balkanoorlogen voorkomen. Maar op landen verder weg, die nooit tot de EU kunnen of willen toetreden (Noord-Afrika, Rusland), heeft de dreiging van een dichte deur minder effect; op staten met meer macht dan wij (VS, China) al helemaal niet. Tweede vlek, ernstiger: het model denkt in staten, niet in mensen. Voor landen kunnen we onze deur dichthouden, niet voor mensen. In de vluchtelingencrisis toont de magneet zich in zijn hulpeloosheid. Alles overkomt ons, onthand, zonder instrumenten om de situatie onder controle te krijgen. Europa’s aantrekkingskracht wordt fatal attraction – ook voor vluchtelingen in de sneeuw.

We moeten het zelfbeeld van de magneet loslaten. Het is een dwaalspoor. Het viert passieve aantrekkingskracht, terwijl de tijd vraagt om actief handelen, om organisatie van middelen waarmee we greep op de situatie krijgen. Ons zelfbeeld ergert bovendien de rest van de wereld. De gedachte dat iedereen op ons wil lijken, druipt van paternalisme. Deze pretentie wordt elders niet meer gepruimd. Chinezen of Amerikanen zien ons niet als voorbeeld of gelijke, maar als een lui, onverantwoordelijk, decadent continent. Soft power overleeft alleen bij de gratie van hard power. Ook dat wrijft – van Lesbos tot Keulen – de vluchtelingencrisis ons in.

Deze column is wekelijks.