Column

Een signaal afgeven

De entourage had presidentiële allure. De staatsman had een hemelsblauwe stropdas omgedaan en plaatsgenomen voor een statig decor met twee marmeren zuilen. Gezien de statuur van de staatsman ging het hier om een streng beveiligde en waarschijnlijk zelfs geheime locatie. Het gaf de indruk van een leider in ballingschap die het benarde volk, dat zucht onder de verschrikkingen van de onderdrukking, niet in de steek laat maar moed inpraat met strijdlustige en vastberaden woorden. De banieren in de achtergrond ontbraken, maar de prinsenvlag konden we er moeiteloos bij denken. Hij was nadrukkelijk blond, de staatsman, zoals altijd, en zijn postuur, met zijn smalle afhangende schoudertjes, gaf hem iets kwetsbaars. Hij had het uiterlijk van een slachtoffer, een rol die hij graag koestert om het volk, dat zich al bij voorbaat slachtoffer weet van om het even wat, een aanleiding te verschaffen om zich met hem te identificeren.

Zo zag de videoboodschap eruit die Geert Wilders, de leider van de Partij voor de Vrijheid, deze week verspreidde. En wat hij zei, was dat hij alle mannelijke asielzoekers wil opsluiten omdat ze anders onze vrouwen verkrachten. Hij zei het, zoals we van hem gewend zijn, op de provocerendst mogelijke manier, met een baggerstroom van hyperbolen en invectieven.

Het was puur racisme en als zodanig volgde het ook nog eens het oude sjabloon van zwarte mannen, testosteronbommen, die met hun grote pikken een gevaar vormen voor de zedigheid van onze dochters. Maar dat kennen we en dat is niet wat er interessant aan is. Wat fascinerend is, is de totale discrepantie tussen het beeld en de boodschap. Wilders poseert in zijn filmpje nadrukkelijk als politicus, maar zegt dingen die op geen enkele manier bedoeld zijn om een reële oplossing te bieden voor een probleem. Wilders weet ook wel dat zijn plan onmogelijk kan worden uitgevoerd omdat het ongrondwettelijk is. Maar dat is ook helemaal niet zijn doel. Hij wil het vluchtelingenprobleem helemaal niet oplossen. Integendeel. Hij zou wel gek zijn. Problemen met vluchtelingen vormen zijn electorale goudmijn. En daarvan wil hij maximaal profiteren. Hij buit de vluchtelingencrisis uit voor electoraal gewin zonder zich ook maar een moment te bekommeren over de realiteit.

Je zag het ook toen hij vervolgens door Rutger Castricum van Powned kritisch werd ondervraagd over de haalbaarheid en de wenselijkheid van zijn plan. Het vastzetten van onschuldigen ging zelfs Castricum te ver. Wilders kwam er helemaal niet uit. Over haalbaarheid had hij nooit nagedacht. Daar gaat het hem niet om. Hij liep weg en liet bij monde van zijn woordvoerder weten dat hij Powned voortaan niet meer te woord wil staan.

Het afgeven van signalen is belangrijker dan de inhoud. Daar was nog een ander frappant voorbeeld van. De vraag is wanneer Nederland nou eens mee gaat doen met het bombarderen van Syrië. Er zijn praktische problemen. In juni houdt onze missie in Irak op. De piloten zijn moe, de munitie raakt op, de straaljagers zijn aan onderhoud toe. ‘Maar Defensie heeft de hoop nog niet opgegeven,’ zo schreef NRC gisteren. PvdA-Kamerlid Michiel Servaes belooft dat er iets komt: ‘De conclusie zal niet zijn dat we niets extra’s gaan doen.’

De vraag die hier heel nadrukkelijk niet aan de orde komt, is of het verstandig is om Syrië te bombarderen. Ook als je doel is om IS te bestrijden, zijn bombardementen contraproductief. Maar daar hebben we het niet over. Dat is inhoud. De politiek houdt zich uitsluitend bezig met het afgeven van signalen.