Column

De beste

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

Ik had nooit het gevoel dat mijn vader ‘de beste’ was en ik vond hem ook niet ‘de stoerste’, ‘de sterkste’ of ‘de slimste’. Hij was wel ‘de oudste’, ouder dan alle andere vaders. Ik schaamde me al vroeg voor hem. Op de lagere school zeiden ze dat Sinterklaas op me stond te wachten als hij me kwam halen. Hij had toen nog een baard. Buitenshuis had ik hem het liefst zo ver mogelijk uit mijn buurt. Als het zijn beurt was om ons op zaterdagochtend naar een sportveld te rijden, smeekte ik hem om alsjeblieft normaal te doen. Over zijn werk hoefde hij tegen ons al helemaal niet te beginnen. Hij was ambtenaar op het provinciehuis in Arnhem en we gingen er vanuit dat hij daar niets interessants meemaakte. Leuk moet dat voor hem niet geweest zijn, maar hij nam later wraak door zich op zijn beurt te schamen voor dingen die ik schreef.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

Ik dacht altijd dat het abnormaal was hoe wij ons tot elkaar verhielden, maar dat was voordat ik het door Yolanthe Cabau gepresenteerde programma Mijn vader is de beste had gezien. Met de dochter van nul op schoot viel ik in de spelshow waarin vaders het met hun kind opnamen tegen andere vaders met een kind.

In ‘de grote finale’ moesten de twee overgebleven vaders met de mond zoveel mogelijk tomaten uit een aquarium vol palingen halen.

Probeer dat maar eens te visualiseren met je eigen vader in het hoofd. Hoe hij in een zaal vol joelende bekenden telkens weer met zijn hoofd onder water gaat en daarna hoofdschuddend tegen Yolanthe zegt dat het een hartstikke moeilijke opdracht was.

De vraag was niet of, maar wanneer bij een kind van zo’n man ergens het besef gaat groeien dat ‘de beste vader van de wereld’ niets meer is dan een faciliterende knecht die zichzelf desnoods voor lul zet om het koning kind maar naar de zin te maken.

Toen ik de winnende vader met een beschermbril op de neus met een honkbalknuppel meloenen stuk zag slaan om voor zijn dochter een racefiets te winnen, kwam het besef dat ik het met mijn niet zo vlotte vader nog niet zo slecht getroffen had.

Ik sloot zelfs niet langer uit dat de keus op hem zou vallen als ik opnieuw zou mogen kiezen.