Britten doen zo min mogelijk met ‘schurk’ Poetin

De betrekkingen tussen Russen en Britten konden al niet veel slechter worden, maar bereiken nu door de zaak-Litvinenko het diepste punt.

Litvinenko in 2002. Foto Alistair Fuller / AP

 

‘Een schokkende en onacceptabele schending van het internationaal recht”. Zo omschreef de Britse minister van Binnenlandse Zaken, Theresa May, donderdagmiddag de „waarschijnlijke” betrokkenheid van de Russische president Vladimir Poetin en de Russische geheime dienst bij de gifmoord op de gedeserteerde spion Aleksandr Litvinenko in een Londens restaurant in 2006.

De Russische ambassadeur moest op het matje komen en de regering uitte haar „diepgaande ongenoegen” en „diepe zorgen”. Arrestatiebevelen voor de hoofdverdachten blijven van kracht, en Interpol zal worden gevraagd hun buitenlandse tegoeden te bevriezen. Maar verdere sancties worden waarschijnlijk niet genomen.

Meer actie en reactie van Britse zijde is ook nauwelijks mogelijk. De relatie tussen de Britten en de Russen was al ruim voor de moord verstoord, raakte door de moord ernstig bekoeld, en het kwam sindsdien nooit meer goed tussen de twee landen.

Voor 2006 kwam de irritatie vooral van Russische kant. De Britten gaven Poetin-tegenstanders als Boris Berezovski en de Tsjetsjeen Achmed Zakajev politiek asiel. Vanuit Londen bleven die oppositie voeren, de eerste met hulp van een oud-adviseur van Margaret Thatcher. ‘Londongrad’ bood bovendien niet alleen onderdak aan duizenden gewone Russen maar ook aan oligarchen, die hun Russische geld niet in het moederland investeerden, maar in Londens vastgoed. De Britse kritiek op het optreden van Russische troepen in Tsjetsjenië viel ook slecht.

Zwarte band

Na de moord waren het de Britten die zich ergerden. Moskou weigerde mee te werken aan het onderzoek van de Londense Metropolitan Police; een van de verdachten mocht bijvoorbeeld slechts dertien minuten worden ondervraagd. Vervolgens weigerde Rusland (en weigert nog altijd) de hoofdverdachten in de zaak-Litvinenko uit te leveren. Diplomaten werden aan weerszijden uitgewezen, en samenwerking stilgelegd.

Even leek er halverwege 2012 zicht op dooi, toen Poetin en Cameron elkaar in de marge van judowedstrijden tijdens de Olympische Spelen in Londen – de Rus is drager van een zwarte band – ontmoetten. Het onderzoek naar Litvinenko’s moord lag bovendien stil: de Britse regering weigerde mee te werken aan een gerechtelijke lijkschouwing. Dat zou immers betekenen dat MI6, voor wie Litvinenko werkte, gehoord zou worden. Achter gesloten deuren, maar toch.

De weduwe van Litvinenko, Marina, zette echter door. Begin 2014 oordeelde het Britse Hooggerechtshof dat de regering diende mee te werken.

Half ontboden

En toen bezette Rusland eerst de Krim, een gebied waar het Britse leger precies 160 jaar eerder een Russische opmars had gestopt – een oorlog die in het Verenigd Koninkrijk nog altijd wordt herdacht – en werd Russische betrokkenheid vermoed bij het neerhalen van MH17 boven Oekraïne. Aan boord van de passagiersvlucht zaten naast veel Nederlanders ook Britten. Dat de regering enkele dagen later opeens meewerkte aan het Litvinenko-onderzoek was „toeval”, verklaarde zij.

De oppositie eiste donderdag van May steviger maatregelen. Rusland werd een „schurkenstaat” genoemd, Poetin een „gangster”, en geëist werd onder meer dat de Russische organisatie van het WK voetbal in 2018 zou worden verboden, zoals eerder werd geprobeerd de Winterspelen in Sotsji te voorkomen.

De minister zei zich geen enkele illusie te maken over Rusland. Maar zij maakte ook duidelijk dat er een groter belang was om de contacten met Moskou niet te verbreken: Syrië. Veelzeggend was dat de Russische ambassadeur bijvoorbeeld niet bij minister van Buitenlandse Zaken Philip Hammond moest langskomen, maar bij de staatssecretaris die Rusland in zijn portefeuille heeft.

Lees het hele rapport: