Baas dekt zich in tegen dure fouten

Bestuurders krijgen meer en meer persoonlijke claims. En daar zijn meer verzekeringen voor. Een nieuwe industrie.

Illustratie Roland Blokhuizen

Bestuursbaantje bij de plaatselijke hockeyclub? Leuk, maar niet zonder risico. Voor je het weet heb je een nieuw, duur hockeyveld besteld dat niet goed blijkt. Grote kans dat de clubleden een claim indienen omdat ze vinden dat jíj moet opdraaien voor de schade.  

Want die schade wordt steeds vaker verhaald op het privévermogen van de baas, of dat nou de bestuurder is van een beursgenoteerd bedrijf of van een Vereniging van Eigenaren. En ook al geeft de rechter die ontevreden aandeelhouders of werknemers geen gelijk, ook de juridische kosten kunnen hoog oplopen en zijn voor eigen rekening.

Logisch gevolg is dat het aantal bestuurders dat zich daartegen verzekert toeneemt. De bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering is een industrie geworden. Het aantal aanbieders stijgt, net als de andere branches die eraan verdienen, zoals die van verzekeringsagenten en gespecialiseerde advocaten.

Cijfers zijn er niet; een woordvoerder van het Verbond van Verzekeraars zegt dat er geen statistieken worden bijgehouden omdat het een grotendeels internationale markt is. En de aanbieders geven uit concurrentieoverwegingen geen cijfers. Maar, zegt Bernard Goede van de Amerikaanse verzekeraar Chubb ter illustratie: twintig jaar geleden waren er drie aanbieders in Nederland. „Nu zijn er zo’n vijftien verzekeraars actief met dit product.”

Zeker in de non-profitsector zijn bestuurders zich er volgens Goede meer en meer van bewust dat ze een behoorlijk risico lopen. „Dus zeggen ze: ja, ik wil die tennisclub best besturen, maar alleen als ik een verzekering krijg.”

Zodra er weer een affaire in het nieuws komt, stromen volgens Michel Visser van assurantiemakelaar Aon de aanvragen voor zo’n verzekering binnen. Zoals eerder deze maand, toen bekend werd dat woningcorporatie Vestia een schikking van 4,8 miljoen euro had getroffen met oud-bestuurder Erik Staal en de oud-commissarissen, voor de geleden schade van het debacle met derivaten.

Van dat bedrag wordt 3,3 miljoen euro betaald uit de aansprakelijkheidsverzekering die Vestia voor zijn bestuurders had afgesloten. Het gebeurde ook toen vakbond FNV eerder deze maand liet weten dat het de schade die werknemers van het failliete thuiszorgconcern Meavita leden, probeert te verhalen op oud-bestuurders.

Bescherming privévermogen

Bedrijven sluiten de verzekering af voor hun bestuurders. Die beschermt hun privévermogen. Worden zij persoonlijk verantwoordelijk gehouden als er iets misgaat, bijvoorbeeld een faillissement, dan wordt dat gedekt door de verzekeraar. Tenzij ze opzettelijk iets verzwegen of misdaan hebben.

Het bedrag waarvoor ze verzekerd zijn, varieert volgens Goede van Chubb van 250.000 euro voor een VvE-bestuurder tot „honderden miljoenen euro’s voor het bestuur van een grote beursgenoteerde onderneming”.

De hoogte van de premie hangt af van het risico. Een VvE-bestuur is voor een paar honderd euro per jaar verzekerd, een beursgenoteerd bedrijf met „financiële uitdagingen” kan volgens Visser van Aon jaarlijks meer dan een miljoen euro kwijt zijn. Verzekeraars maken elk jaar een risicoanalyse voor ze de premie bepalen.

Zo is een woningcorporatie volgens de verzekeraars nu duurder uit dan voordat de schandalen naar buiten kwamen. Want Vestia is zeker niet de enige corporatie die geld terug wil van zijn voormalige directeur. Rochdale wil bijvoorbeeld 6 miljoen euro verhalen op Hubert Möllenkamp (een procedure die is stilgelegd omdat Möllenkamp failliet is verklaard). En ook tegen andere oud-directeuren lopen aansprakelijkheidsprocedures.

‘Verbazingwekkend’

In gesprekken met verzekeraars, advocaten en assurantiemakelaars wordt het steeds gezegd: „Dit zijn Amerikaanse toestanden.” Er ontstaat volgens hen ook in Nederland een claimcultuur. Bovendien, zeggen de makelaars Frank Hoffmans (directeur van Klap) en Michel Visser (Aon), is de maatschappij harder geworden. Vroeger keken we bij een ramp eerst naar de slachtoffers, zegt Visser. „Maar nu kijken we direct naar de schuldvraag. We zijn meer in claims gaan denken.”

Het besef dat bij bestuurders geld valt te halen nam toe door alle faillissementen tijdens de crisis. Werknemers die hun baan verloren en leveranciers die hun spullen niet meer betaald kregen, realiseerden zich: uit het bedrijf valt niks meer te halen, maar uit het privévermogen van de baas nog wél. René van Walsum van verzekeraar Allianz spreekt van „een ruime verdubbeling van het aantal schademeldingen” tijdens de crisis.

De bestuurders en commissarissen van de beursgenoteerde bedrijven zijn vrijwel altijd verzekerd, aldus een onderzoek van adviesbureau Finaccord uit 2014. Maar bij de kleinere bedrijven (jaaromzet 10 miljoen euro of meer) geldt dat voor nog niet eens de helft (45 procent).

Van Walsum van Allianz vindt dat „verbazingwekkend”. Alleen al vanwege de juridische kosten van een claim – ook die worden gedekt in een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering.

Tennisvloer

Die is misschien niet zo cruciaal als een brandverzekering voor je bedrijf, zegt advocaat Hein Kernkamp. En ondernemen is risico nemen; je hoeft niet álles te verzekeren. „Maar als je ziet wat voor bedragen er gevorderd worden... Een bestuurder heeft niet altijd een paar miljoen euro op de plank liggen.”

En een verkeerde investering is zo gedaan, zegt Frank Hoffmans van Klap. Bernard Goede van Chubb maakte onlangs een claim mee tegen het bestuur van een tennisclub. Dat had een offerte gevraagd voor een tennisvloer én de helft van het bedrag alvast aanbetaald. Toen de ondernemer failliet ging, was het geld weg. De leden houden de bestuurders aansprakelijk voor „enkele tonnen” verlies.

Ja, het is in het voordeel van verzekeraars om zoveel mogelijk verzekeringen af te sluiten. Van Walsum: „Zonder schades zouden we ook niks verkopen. Goede van Chubb wil er wel aan toevoegen dat het „voor niemand een prettige ontwikkeling is dat schade wordt geleden door de toename van het aantal claims, ook niet voor verzekeraars”. Daarbij worden de claims hoger, en de premies door de toenemende concurrentie lager, zeggen ze.