Aznavour vitaal en soms sarcastisch

91 jaar is hij nu, maar volgens de zanger moesten we dit Amsterdamse concert niet als een afscheid opvatten – hij wil 120 worden.

Charles Aznavour (91) donderdag in Amsterdam: ‘Dit is geen afscheid. Ik wil 120 worden.’ Foto ANDREAS TERLAAK

Charles Aznavour begon zijn Amsterdamse concert demonstratief met een lied over vluchtelingen, Les émigrants. Als kind van Armeense ouders die voor de genocide van 1915 naar de Verenigde Staten wilden vluchten, maar in Parijs strandden, weet hij wat het is, op de vlucht slaan en in ballingschap leven.

91 jaar is hij nu, maar volgens de zanger moesten we dit Amsterdamse concert niet als een afscheid opvatten – hij wil 120 worden. Hij excuseerde zich voor zijn gebroken stem, maar dat viel mee. Probleem was eerder dat Aznavour soms haast lijkt te hebben en maten overslaat – een gewoonte waarop het zeskoppige orkest aardig leek ingespeeld.

Ofschoon hij met een opmerking over zijn leeftijd even op een kruk ging zitten, stond en liep hij voornamelijk, anderhalf uur lang. De twee concerten in Amsterdam moesten in november wegens ziekte worden afgelast, maar het vervangende optreden van gisteravond suggereerde in ieder geval, dat we ons over de conditie van Aznavour geen zorgen hoeven te maken.

Wie verwacht had dat hij al zijn grote successen de revue zou laten passeren, kwam bedrogen uit. Ze waren er wel: Emmenez-moi (in het Engels), La Bohème en Que c’est triste Venise – dat laatste lied in het Italiaans en geheel vals – het enige pijnlijke moment van de avond.

Aznavour zong echter ook minder bekende nummers uit zijn repertoire, zoals Je voyage (een duet met zijn dochter Katja), Ave Maria (waarbij een grote crucifix op het achterdoek werd geprojecteerd) en het prachtige La maison rose, over een ‘maison de rendez-vous’, waar al of niet legitieme gelieven elkaar kunnen ontmoeten. J’ai connu, over de Armeense emigratie, kwam – legde hij uit – in plaats van Ils sont tombés – helaas, want dat is een veel beter nummer over dit onderwerp.

Nostalgie – in de zin van spijt dat je geen twintig meer bent en alles voorbij gaat – kwam uitvoerig aan bod. Maar het was ook volkomen duidelijk dat een leven van hard werken, en opklimmen vanuit de goot tot wereldfaam, van Aznavour geen milde grijsaard hebben gemaakt. Mourir d’aimer – over een verboden liefde tussen een lerares en leerling – leidde de zanger in met de rancuneuze opmerking dat de filmmaker André Cayatte het lied niet had willen opnemen in de soundtrack van de gelijknamige speelfilm. Het is vrij opmerkelijk dat hem dat nog zo dwars zit, want lied en film zijn al uit 1971. Er waren flauwe opmerkingen over president François Hollande, en een buitengewoon sarcastisch nummer, Mon ami, mon Judas, over valse vrienden die op je parasiteren en achter je rug met je vrouw willen slapen.

Misschien kwam het mede door deze af en toe bittere toonzetting dat de avond niet werd tot een sentimentele communie tussen de bejaarde ster en zijn trouwe Nederlandse publiek – dat Aznavour al bij opkomst met een eerste staande ovatie beloonde. Hoeft ook niet.

Gezien: 21/1 in Heineken Music Hall, Amsterdam