Zo goed is het concurrentievermogen van de Nederlandse economie

Het World Economic Forum presenteerde de Global Competitiveness Report. We mogen trots zijn: Nederland staat vijfde.

Foto iStock

Het World Economic Forum (WEF) is op dit moment bijeen in Davos. Daar is uiteraard veel aandacht voor de ‘vierde industriële revolutie’. Maar daarnaast heeft het WEF zijn jaarlijkse rapport gepresenteerd (pdf) over het wereldwijde concurrentievermogen van verschillende landen. 

De Nederlandse deelnemers in Davos kunnen trots zijn: we staan op nummer vijf van de 140 landen die in het rapport zijn meegenomen.

Nederland scoorde nooit beter. Vorig jaar stonden we op plek acht. Binnen Europa mogen we ons dit jaar verheugen op de derde plek.

Hoe het concurrentievermogen precies wordt gemeten? Door landen te rangschikken op het gebied van twaalf ‘zuilen’. Bijvoorbeeld de aanwezigheid van instituties, de kwaliteit van de infrastructuur, hoe goed het onderwijs is, de technologische ontwikkeling en de arbeidsomstandigheden.

Wat maakt Nederland zo concurrerend?

We behoren tot een groep van 38 landen waarvan de economie ‘innovation-driven’ is. Dat is volgens het WEF het derde en hoogste economische stadium dat je kunt bereiken. Het betekent dat onze economische groei afhankelijk is van bedrijven die nieuwe producten en diensten bedenken, met de meest geavanceerde productieprocessen.

Op sommige punten binnen de twaalf gemeten zuilen scoren we beter dan de vijfde plek van onze algemene ranking. Zo hebben we de beste haveninfrastructuur ter wereld. Niet zo gek, met een haven als in Rotterdam. Ook hebben we procentueel gezien de laagste aanwezigheid van HIV/AIDS bij de volwassen bevolking. Ons anti-monopoliebeleid is het op een na beste, net als de kwaliteit van onze wegen en de mogelijkheid om als professional gespecialiseerde trainingen te volgen.

Hoe kan Nederland nog beter worden?

Toch kunnen er nog wel wat dingen verbeteren, vooral op het gebied van overheid en regelgeving. Onze staatsschuld is veel te hoog: we staan op plek 108 als we de staatsschuld afzetten tegen het BBP. Daarnaast zijn we niet flexibel bij het vaststellen van lonen (131e) en het aanname- en ontslagbeleid (89e). Ook scoren we matig qua belastingdruk voor bedrijven (75e) en bescherming van investeerders (85e).

De vijf grootste obstakels voor zakendoen in Nederland zijn volgens ondervraagden onze restrictieve arbeidsregels, de toegang tot financiering, de overheidsbureaucratie, de ingewikkeldheid van ons belastingstelsel en de hoogte van de belasting. Zo’n belastingparadijs lijken velen ons dus niet te vinden.