‘Wij kunnen niet zonder verzamelaars’

Benno Tempel De directeur van het Haags Gemeentemuseum, Benno Tempel, legt uit hoe zijn museum omgaat met verzamelaars.

Foto BoB van der Vlist

‘Van getuige zijn wij beklaagde geworden”, zei Benno Tempel, directeur van het Gemeentemuseum Den Haag, toen hij twee weken geleden hoorde dat drie internationale kunstenaars niet meer met zijn museum wilden samenwerken. De kunstenaars hekelen de relatie die het museum onderhoudt met kunstverzamelaar Bert Kreuk. Zij vinden dat het museum de kant heeft gekozen van Kreuk in de rechtszaak die de verzamelaar aanspande tegen kunstenaar Danh Vo over het niet leveren van een nieuw kunstwerk.

Michael Elmgreen, een van de kunstenaars die niet meer met jullie wil samenwerken, zegt: „Een private partij heeft het museum in zijn zak. Daar is in een zwaar door de overheid gesubsidieerd land als Holland geen reden voor.”

„Zwaar gesubsidieerd – niemand in Nederland kan dat toch serieus nemen? Maar zelfs al klotste het geld over de rand, dan nog zouden wij met verzamelaars blijven samenwerken. Een museum kan niet zonder verzamelaars, net zoals het niet zonder kunstenaars, galeries en collega-musea kan.”

Hoe kijkt u nu terug op de zaak-Kreuk, en wat zou u anders doen?

„Niet zoveel. Kijk, ik kan me heel goed voorstellen dat kunstenaars die bevriend zijn met Vo zeggen: we steunen hem en uit loyaliteit willen wij niet meer met dat museum samenwerken. Maar dat je dan naar de pers stapt en er een politiek statement van maakt, dat vind ik vreemd.”

Waarom vindt u dat vreemd?

„Wij waren geen partij in het geschil. Wij zijn ongewild betrokken geraakt in een rechtszaak die wij zelf helemaal niet wilden. Op verzoek van de rechter hebben wij onder ede vragen beantwoord. Wij hebben verder geen standpunt ingenomen. En vervolgens zitten wij nu ineens in het beklaagdenbankje.”

Uw getuigenis en die van de hoofdconservator zijn door de rechter gebruikt om Vo te veroordelen.

„Onze antwoorden waren niet bedoeld om een van de partijen te schaden. Het waren feitelijke antwoorden op feitelijke vragen.”

Kreuk liet destijds beslag leggen op een kunstwerk van Vo. Uw hoofdconservator e-mailde hem: „Beste Bert, ik denk echt dat je beslag moet leggen. Wij kunnen het terugsturen niet tegenhouden.” Volgens Vo koos het museum met dit advies duidelijk de kant van Kreuk.

„Die tekst wordt ontzettend uit zijn verband getrokken. Wij hadden als museum een bruikleenovereenkomst gesloten over dat kunstwerk. Het enige wat de hoofdconservator schrijft, is dat wij het werk moesten terugsturen, omdat de overeenkomst was afgelopen. En dat Kreuk er zelf beslag op moest laten leggen, als hij het langer wilde vasthouden. Die e-mail bewijst juist dat wij ons netjes wilden houden aan de afspraken met Vo.”

Kreuk liet na de tentoonstelling een aantal werken veilen. Volgens sommigen had hij het Gemeentemuseum gebruikt om de waarde op te krikken.

„Kijk de veilingresultaten maar na. Die kunstwerken van Kreuk gingen niet weg voor hogere prijzen dan andere werken van diezelfde kunstenaars die in dezelfde periode geveild werden.”

Hoeveel werken hebben jullie van Kreuk in bruikleen en hoe lang mogen jullie ze houden?

„Een stuk of twaalf tot vijftien. Dat begon in 2009 met een Mondriaan. Later kwamen daar werken van hedendaagse kunstenaars bij, zoals Peter Doig en Anselm Kiefer. Hoe lang we ze mogen houden, verschilt per werk.”

Heeft hij toegezegd dat hij sommige van die werken op termijn zal schenken?

„Nee, zo werken wij niet. Ons contact met bruikleengevers is gebaseerd op vertrouwen. Het is arrogant als je alleen contacten wilt aanknopen met verzamelaars als ze beloven werk te schenken.”

Maar u hoopt er wel op?

„Natuurlijk. We krijgen ook wel eens wat geschonken. Van Kreuk kregen we in december een grote installatie van Matthew Day Jackson. Het ontstaan van dit museum ligt in schenkingen. Denk bijvoorbeeld aan de Mondriaans, die we na de dood van verzamelaar Salomon Slijper hebben gekregen. De toenmalige museumdirecteur, Louis Wijsenbeek, heeft twintig jaar om hem heen gedanst. De hele wereld zat achter die Mondriaans aan.”

Met welke andere verzamelaars onderhouden jullie nog meer contacten?

„Tientallen. Maar dan heb je het niet alleen over beeldende kunst, daar zitten ook verzamelaars bij van mode of kunstnijverheid. Neem het echtpaar Roef-Van Hest, dat in 2013 twintig vazen van de Italiaanse glaskunstenaar Tagliapietra schonk. Je hebt ook verzamelaars die als het ware doorgegeven worden binnen het museum. Toen ik hier kwam, waren er families die al veertig, vijftig jaar bij het museum dingen in bruikleen hadden.”

Als jullie een verzamelaar een tentoonstelling laten maken, wie betaalt dan de kosten?

„Het museum betaalt in elk geval de verzekeringen. Bij het transport verschilt het. Soms zegt een verzamelaar: ik wil het zelf komen brengen.”

Welke privileges bieden jullie verzamelaars? Exclusieve diners, speciale openstellingen, rondleidingen over beurzen, kennismakingen met kunstenaars, restauraties, advies over aankopen?

„Nee.”

Twee genomineerden voor de Vincent Award hebben zich teruggetrokken, een van hen wegens jullie samenwerking met Kreuk. Hoe gaat dat verder?

„We willen kijken of we nog nieuwe nominaties kunnen doen. Zodat de uitreiking eind dit jaar gewoon kan doorgaan.”