Verzamelaars helpen musea een handje

Museumdirecteuren vertellen over wat wel en niet kan in de omgang met hun verzamelaars.

Donaties, bruiklenen en schenkingen: musea doen steeds vaker een beroep op particulieren. Het is een logisch uitvloeisel van de almaar strengere eisen aan hun ondernemerschap. Maar het leidt ook tot wrijvingen.

Christiaan Braun, voormalig eigenaar van Museum Overholland, plaatste er anderhalf jaar geleden paginagrote advertenties over, waarin hij suggereerde dat de nauwere banden met particulieren leidden tot belangenverstrengeling bij het Stedelijk Museum Amsterdam.

Twee weken geleden kwam het Haags Gemeentemuseum in opspraak. Drie internationale kunstenaars wilden niets meer met het museum te maken hebben. Reden: in een rechtszaak tussen kunstenaar Danh Vo en verzamelaar Bert Kreuk, met wie het museum samenwerkt, had het Gemeentemuseum volgens de boze kunstenaars partij gekozen voor de verzamelaar – en tegen de kunstenaar.

Deze krant sprak met zes directeuren van musea voor hedendaagse kunst over hun relatie met verzamelaars. Over de kwestie-Kreuk willen de collega’s van de Haagse museumdirecteur Benno Tempel niks zeggen. Alleen anoniem wil eentje kwijt dat de band van het museum met verzamelaar Kreuk te hecht is: „Zo moet het niet.” Maar dat de opvattingen over samenwerking met particulieren sterk uiteenlopen, blijkt uit hun antwoorden.

Dit zegt bijvoorbeeld Charles Esche, directeur van het Van Abbemuseum: „Je moet geen bruiklenen accepteren als ze niet na verloop van tijd eigendom van het museum worden. Een Belgische verzamelaar bood me zijn verzameling in bruikleen aan, maar wilde geen afspraken maken over schenking. Die hebben we daarom geweigerd.”

En dit zegt Edwin Jacobs van het Centraal Museum: „Bij bruiklenen stellen wij nooit de voorwaarde dat het werk op termijn wordt geschonken. Door onze goede contacten gebeurt dat toch vaak. Een voorbeeld: een Amerikaanse verzamelaar gaf ons een schilderij van een Caravagist in bruikleen. Dat hebben we opgeknapt en gerestaureerd, de lijst vervangen. En die man heeft dat zo gewaardeerd dat het stuk een promised gift is geworden, een schenking op termijn.”

Contacten met particulieren zijn (steeds) belangrijk(er)

Steeds meer musea proberen met vriendenkringen voor inkomsten te zorgen. Het Kröller-Müller Museum begon er twee jaar geleden mee, „ook om het draagvlak te vergroten” zegt directeur Lisette Pelsers. Voor 5.000, 2.500 of 1.000 euro per jaar (fiscaal aftrekbaar) kun je een Gulden, Zilveren of Bronzen ‘boeker’ worden, met bijbehorende privileges.

Andere musea hebben al langer ervaring met dit soort donateurs. Sjarel Ex van Boijmans Van Beuningen: „Particulieren hebben het afgelopen jaar voor tien miljoen euro aan kunst geschonken. Tien miljoen! En dan heb ik het alleen over geld, niet over kunst. Het Amerikaanse model van schenken is hier altijd gangbaar geweest. You earn, you learn, you return – dat is heel Rotterdams. Je geeft terug aan de stad waar je fortuin hebt gemaakt.”

Het is een trend, zegt Ex. „Toen ik hier elf jaar geleden begon, zorgden we zelf, vooral dankzij giften, voor 30 procent van onze inkomsten. In 2014 was dat al 56 procent. En het einde is nog niet in zicht. De terugtredende overheid, daar hebben we allemaal mee te maken.”

Bij alle musea melden zich verzamelaars met bruiklenen

Opnieuw Sjarel Ex: „Onze relatie met particulieren is altijd innig geweest – sinds de oprichting 168 jaar geleden hebben zo’n 1.700 mensen werk geschonken. Op dit moment hebben we wel 1.500 werken van particulieren in bruikleen.”

Edwin Jacobs van het Centraal Museum: „Verzamelaars zijn een component van de markt waarin wij opereren. Het is een van de vormen van klandizie, een belangrijke stakeholder in ons museum.”

Manieren van omgaan met verzamelaars lopen zeer uiteen

Kröller-Müller maakt weinig gebruik van bruiklenen, zegt Lisette Pelsers. „Ik weet, het klinkt wat arrogant. Maar er melden zich hier verzamelaars van over de hele wereld. Ik bekijk alles en het komt zelden voor dat een aangeboden werk iets toevoegt aan de collectie. We hebben op dit moment niet meer dan vijf permanente bruiklenen van particulieren.”

Andere directeuren zeggen bij bruiklenen en schenkingen rekening te houden met mogelijk eigenbelang. Charles Esche, de Britse directeur van het Van Abbe Museum: „Natuurlijk ben ik blij als een verzamelaar iets wil schenken. Maar ik stel altijd de common heritage, het algemeen belang, boven het eigenbelang van de verzamelaar. Bij twijfel moet je bedanken.”

Van alle directeuren lijkt Esche het strengst in de leer. Hij accepteert alleen langdurige bruiklenen als het werk op termijn geschonken wordt.

Andere musea nemen wél kunst in bruikleen zonder die toezegging. Sjarel Ex van Boijmans: „Onze enige voorwaarde is dat we het werk minstens vijf jaar mogen lenen.” Directeur Beatrix Ruf van het Stedelijk Museum: „Onze ideale termijn is tien jaar, minimaal.”

Ook Edwin Jacobs van het Centraal Museum stelt schenking niet als voorwaarde. Is hij nooit bang dat een verzamelaar zijn werk in bruikleen geeft om het een museale waarde te laten krijgen? „Dat bedrijfsrisico neem ik, in samenspraak met mijn conservatoren.” En als het misloopt, pech gehad? „Ja, daar komt het wel op neer. Maar elke verzamelaar kan zijn bruikleen beëindigen. Ook een promised gift.”

Verzamelaars hebben invloed op tentoonstellingen

Opnieuw neemt Essche een uitzonderingspositie in: nog nooit heeft hij een particuliere verzameling tentoongesteld.

Op de vraag ‘maakt u tentoonstellingen samen met verzamelaars?’ antwoordt directeur Stijn Huijts van het Bonnefantenmuseum: „Ja, met name in onze buitenplaats, Bonnefanten Hedge House in Wijlre. Die plek is oorspronkelijk een particulier initiatief van Jo en Marlies Eijck.”

Boijmans toonde recent de collectie van het verzamelaarsechtpaar De Heus-Zomer. Waarom? Sjarel Ex: „Omdat particulieren interessante collecties opbouwen. Dankzij De Heus-Zomer konden we ontwikkelingen laten zien in de hedendaagse Chinese kunst.”

Edwin Jacobs van het Centraal Museum laat wel eens verzamelaars mee beslissen. „Sommige verzamelaars zijn enorm deskundig. Die weten dan meer dan wij op een specifiek gebied.”

Samenwerkingen kunnen mislopen

Het Stedelijk Museum heeft jaren samengewerkt met de Broere Foundation. Het museum organiseerde een door die stichting geïnitieerde kunstprijs, in ruil kreeg het de kunstwerken in bruikleen die de stichting aankocht. Toen het Stedelijk die prijs niet meer wilde organiseren, klapte de relatie. De bruiklenen verdwenen uit het museum.

Hoe kijkt het museum nu aan tegen deze ervaring? Beatrix Ruf (directeur sinds 2014): „Wij zouden zo’n relatie nu niet meer aangaan. Wij willen alleen langdurige relaties aangaan als er een schenking mee is gemoeid, of als er sprake is van een promised gift.”

Bij het Haags Gemeentemuseum was de Broere Foundation vervolgens van harte welkom. Directeur Benno Tempel zegt geen mening te hebben over de problemen in Amsterdam. Hij is tevreden met de afspraken met de Foundation.

Koopadviezen aan particuliere verzamelaars: ja en nee

De meeste musea geven die tegenprestatie niet aan grote donateurs. Charles Esche van Van Abbe: „Alleen als het gaat over kunstenaars die we in een tentoonstelling hebben, praten we daarover met verzamelaars. En we zullen nooit zeggen welk werk ze het beste kunnen kopen, tenzij het om een werk gaat dat ze direct aan het museum willen schenken.”

Beatrix Ruf van het Stedelijk: „Welbeschouwd kan ons hele tentoonstellingsprogramma, dat een jaar van tevoren bekend gemaakt wordt, en ook ons aankoopbeleid, gezien worden als advies. Maar persoonlijke adviezen, nee.”

Maar Sjarel Ex van Boijmans zegt ‘ja’: „Sponsors hebben soms een kunstwerk in optie en vragen dan: wat vind je ervan? Dan zijn we een klankbord. En soms geven we gerichte adviezen. Dat doen we bij verzamelaars die de intentie hebben hun verzameling aan ons te vermaken. Zo hebben we Jaap Timmermans en Joop Kalhorn twintig jaar lang geadviseerd over hedendaags design. Dat contact heeft onze collectie met honderden stukken verrijkt.”

Privileges aan particulieren: uiteraard

Wie geld (of kunst) doneert heeft recht op rondleidingen, ontmoetingen met conservatoren, restaurateurs of kunstenaars en soms op exclusieve diners in het museum. In Kröller-Müller hangt bij de entree een overzicht van sponsors: bedrijven en de namen van de nu ongeveer zestig ‘boekers’. Sommige willen anoniem blijven, anderen niet: bankdirecteur Gerrit Zalm staat bij de ‘bronzen boekers’ (1.000 euro per jaar).

Als eerste museum is het Stedelijk na de heropening in 2012 zalen gaan vernoemen naar particulieren. Zo heeft het museum nu de Van den Ende-zaal en het Zadelhoff Café.

Bijna nergens zitten verzamelaars in de raad van toezicht

Maar dat is eigenlijk toeval. Charles Esche van Van Abbe: „Ik vind het op zich niet verkeerd. Maar bij ons is de gemeenteraad van Eindhoven raad van toezicht. Het is niet altijd makkelijk, maar zij waarborgen wel dat wij de belangen van de samenleving in en rond de stad dienen.”

Sjarel Ex van Boijmans: „Naar die kwaliteit hebben we niet speciaal gezocht. Maar als een toezichthouder verzamelt lijkt me dat geen belemmering.” Zou hij werk uit diens collectie tonen in het museum? „Dat hangt af van de kwaliteit. Een principieel bezwaar heb ik niet.”

Het Stedelijk Museum heeft wel twee (grote) verzamelaars in de raad van toezicht. Zou het museum werk van die toezichthouders kunnen tonen? Beatrix Ruf: „Ja natuurlijk, maar altijd op initiatief van het museum en passend bij wie wij zijn. We houden ons aan de regels van de Governance Code Cultuur. Die beveelt transparantie aan: mocht het museum een bruikleen willen van een lid van de raad van toezicht, dan wordt dat met de hele raad besproken.”

Die gedragscode voor bestuurders in de cultuursector is heel adequaat, stellen de directeuren in koor. Al maakt Sjarel Ex van Boijmans daarbij wel een kanttekening: „De wereld verandert zo snel dat die afspraken ongeveer per kwartaal zouden moeten worden opgefrist.”