Van wie moest Litvinenko dood?

De daders zitten veilig in Moskou. Maar wie opdracht gaf, is niet bewezen. Wijzen de Britten het Kremlin aan?

De aan poloniumvergiftiging gestorven oud-spion Aleksandr Litvinenko werd in december 2006 begraven op een begraafplaats in Noord-Londen. Foto Cathal McNaughton/AFP

De moordenaars wisten waarschijnlijk niet eens hoe gevaarlijk de stof was. Polonium-210 is zeer radioactief, maar is kleurloos, reukloos en smaakloos. Polonium-210 zendt alleen zogeheten alfadeeltjes uit. Een normale geigerteller pikt deze straling niet op; daar is speciale apparatuur voor nodig.

Britse forensische experts gebruikten dergelijke apparatuur toen ze in 2006 onderzoek deden in het Londense hotel waar voormalig FSB-agent en Poetin-criticus Aleksandr Litvinenko werd vermoord. Overal werd radioactiviteit gemeten: op de tafel in de bar waar Litvinenko een ontmoeting had met oud-KGB’er Andrej Loegovoj en diens zakenpartner Dmitri Kovtoen. In de theepot waar Litvinenko thee uit had gedronken. Op kamer 382, waar Kovtoen verbleef. Toen de politie de wastafel uit elkaar haalde, maten ze de gigantische hoeveelheid radioactiviteit van 39.000 becquerel in het bezinksel dat ze uit de afvoerpijp schraapten. Kovtoen had de resten van het dodelijke polonium waarschijnlijk weggespoeld.

Bijna een decennium na de moord publiceert een Britse commissie deze donderdag de resultaten van een openbaar onderzoek naar de moord op Litvinenko. Over de daders bestaat geen twijfel: Loegovoj en Kovtoen hebben radioactieve sporen achtergelaten tot in het vliegtuig terug naar Moskou. Al in 2007 vroegen de Britten om uitlevering van de twee, maar Rusland weigert dat. Vorig jaar verleende president Poetin zelfs een onderscheiding aan Loegovoj, die nu parlementariër is voor de partij van de rechts-extremist Zjirinovski.

De belangrijkste vraag die het rapport moet beantwoorden is daarom niet wie de daders zijn, maar wie de opdrachtgever was. Tijdens de hoorzittingen vertelde een expert dat polonium-210 alleen wordt gemaakt in een fabriek in het Russische Sarov. „De enige geloofwaardige verklaring is dat de Russische staat betrokken is bij de moord op Litvinenko”, zo zei een advocaat namens de Londense politie.

Andere verdachte doden

De afgelopen vijftien jaar zijn verschillende critici en tegenstanders van het regime van president Poetin vermoord of onder verdachte omstandigheden gestorven. Journaliste Anna Politkovskaja (2006) en oppositieleider Boris Nemtsov (2015) werden doodgeschoten. Enkele maanden na de moord op Nemtsov belandde journalist en activist Vladimir Kara-Moerza doodziek in het ziekenhuis. De symptomen wezen op vergiftiging, maar de oorzaak is nooit opgehelderd. Hij herstelde op miraculeuze wijze.

In 2013 werd de Russische zakentycoon Boris Berezovski dood aangetroffen in de badkamer in zijn landhuis in het Engelse Ascot. Hij had een strop om zijn nek. Mogelijk pleegde de oligarch – die vanuit het Verenigd Koninkrijk een persoonlijke vete uitvocht met Poetin – zelfmoord. Forensisch onderzoek leverde in elk geval geen aanwijzingen op voor moord.

Die aanwijzingen zijn er wel rond de dood van de Russische zakenman Aleksandr Perepilitsjny, die in 2012 plotseling in elkaar zakte toen hij een rondje aan het joggen was rond zijn landhuis in het Britse Surrey.

Perepilitsjny was een belangrijke getuige in een megafraude rond het Russische investeringsfonds Hermitage Capital van de tot Brit genaturaliseerde Amerikaan Bill Browder, waarbij 230 miljoen dollar aan belastingen werd weggesluisd naar het buitenland, mogelijk door hoge Russische ambtenaren. Browders advocaat Sergej Magnitski, die de fraude onderzocht, werd in de cel gegooid en overleed in 2009 door mishandeling en medische verwaarlozing.

Het politieonderzoek naar de dood van Perepilitjsny leverde aanvankelijk niets op. Maar vorig jaar bleek dat er sporen zijn gevonden in de maag van de zakenman die erop kunnen duiden dat hij is vergiftigd met Gelsemium elegans, een zeldzame en zeer giftige plant uit Zuidoost-Azië. Bij een openbare zitting bleek ook dat de politie van Surrey weigert tientallen documenten openbaar te maken – wat zou kunnen duiden op betrokkenheid van de inlichtingendiensten.

Mediabaas van Poetin

Michail Lesin was zeker géén tegenstander van het regime. Als minister en adviseur van president Poetin hielp hij de Russische media onder controle te brengen. Maar Lesin stond onder druk: In 2014 begon de Amerikaanse FBI een onderzoek naar zwart geld rond de aankoop van zijn luxe landgoed (geschatte waarde: 28 miljoen dollar) in Californië. Kort daarna stapte Lesin op als baas van het machtige Gazprom-Media. In november overleed hij plots op 57-jarige leeftijd – alleen, in een anoniem hotel in Washington. Een hartaanval, meldde staatszender Russia Today. Maar het politieonderzoek is nog altijd niet afgerond. De Amerikaanse website The Daily Beast speculeerde onlangs dat de Poetin-getrouwe insider Lesin bereid was informatie te verstrekken aan de FBI in ruil voor ontslag van rechtsvervolging. Ook de kritische ex-parlementariër Gennadi Goedkov suggereerde dat sprake was van een deal.

Aanwijzingen dat Lesin is vermoord, zijn er vooralsnog niet. Maar na de moord op Nemtsov houden velen rekening met het ergste.