Chinezen beginnen het schaken te domineren

Het Chinese schaak is ver gekomen. Met drie schakers is het land goed vertegenwoordigd op het Tata Steel toernooi in Wijk aan Zee.

De Chinese wereldkampioene Hou Yifan. Foto Koen Suyk/ANP

In de Masters groep, de hoofdgroep van het Tata Steel toernooi in Wijk aan Zee, spelen drie jonge Chinezen. Zelfs in de tijd dat de Sovjet-Unie een sterkere schaakmacht was dan de rest van de wereld bij elkaar, kwamen er niet zoveel deelnemers uit één land.

Bij de opening van het toernooi sprak de directievoorzitter van Tata Steel Nederland bezorgde woorden over staal dat door China voor te lage prijzen op de wereldmarkt werd gegooid. Je kon je afvragen of het misschien ook voor Chinese topschakers geldt dat ze goedkoper zijn dan de anderen, maar afgezien daarvan waren er goede redenen om deze drie uit te nodigen.

Hou Yifan (21) is met grote afstand de sterkste vrouw. Sinds Judit Polgar niet meer speelt, is Hou de enige vrouw die in een toptoernooi als dit een goed figuur kan slaan. Ding Liren (23) is de sterkste speler van China, maar de grootste belofte is Wei Yi (16), die soms de Chinese Magnus Carlsen wordt genoemd.

Wereldkampioen Carlsen tegen wereldkampioene Hou vorig jaar:

Het Chinese schaak is ver gekomen in de afgelopen veertig jaar. Tijdens de Culturele Revolutie was het spel lang verboden en toen er in 1974 werd besloten om China op te stoten in de vaart der schakende volkeren (‘Project Grote Draak’) , waren er wel miljoenen schakers in China, maar de meesten schaakten volgens Chinese regels. Beoefenaars van het internationale schaak – dat is het spel zoals het zich in de loop der eeuwen in Europa heeft ontwikkeld – waren er in eerste instantie maar weinig. Gelokt door het vooruitzicht van een internationale carrière kwamen er snel meer.

Als team zijn de Chinesen nog sterker...

Op een ranglijst van landen die gebaseerd is op de gemiddelde rating van de beste tien schakers staat Rusland zowel bij de mannen als bij de vrouwen eerste en China tweede. In 2014 wonnen de Chinese mannen de Olympiade in Noorwegen en in 2015 wonnen ze het wereldlandentoernooi in Armenië, wat de indruk geeft dat ze als team nog sterker zijn dan individueel.

Misschien is dat ook zo. De teamleden helpen elkaar, delen graag hun kennis en zijn zich er van bewust dat ze voor een hogere zaak strijden dan hun individuele belang. Over die wedstrijd in Armenië zei Wei Yi in een interview: „Ding Liren speelde voor het eerst aan het eerste bord. Hij zei dat hij zich een beetje zenuwachtig voelde, maar doordat hij dichtbij de nationale vlag speelde, voelde hij zich gesterkt.” Ding Liren zei over Wei Yi eens: „Misschien ben ik voor hem maar een klein heuveltje waar hij straks overheen zal gaan.”

...maar die ene titel won China nog nooit

De Chinese vrouwen hebben in de loop der jaren hun Olympiade al vier keer gewonnen en er zijn al vier Chinese vrouwen individueel wereldkampioen geweest. Er is nog maar één titel die nooit door China is gewonnen: de allerhoogste, het individuele algemene wereldkampioenschap. Dat is de taak van de jonge Wei Yi.

Wei Yi tijdens het Tata Steel Chess toernooi. Hij geldt als een grote belofte. Foto Olivier Middendorp/ANP


Hij heeft er al veel voor gedaan. Toen hij zeven jaar was, verliet hij zijn ouders om in de miljoenenstad Nangton bij een schaakcoach te gaan wonen. Hij huilde, maar hij liet zijn tranen niet zien. Zijn moeder huilde ook, maar ook zij liet het niet merken. Na de pijn komt de vreugde, zei ze.

Wei was eenzaam, maar zei later dat de oogst rijk was. Toen hij dertien was, werd hij grootmeester en als vijftienjarige werd hij kampioen van China. Zijn rating ontwikkelt zich ongeveer zoals die van zijn idool: wereldkampioen Magnus Carlsen, toen die zo oud was als Wei Yi nu.

Maar toch, de mooiste partij van de drie Chinezen in Wijk aan Zee werd tot nu toe gespeeld door Hou Yifan.