Sieto Hoving: meer dan ‘Dan verkopen we toch de boot’

Sieto Hoving (1924-2016) was een scherpe cabaretier in de jaren 60 en 70. Hij werd later vooral bekend door de tv-reclames met de zin ‘Dan verkopen we toch gewoon de boot'.

Tingel Tangel bestaat nog. Het theatertje dat in 1958 door de beginnende cabaretier Sieto Hoving werd geopend in een woonhuis aan de Postzegelmarkt in Amsterdam, is er nog steeds. Het wordt al sinds 1989 onder de naam Betty Asfalt Complex gerund door Paul Haenen en Dammie van Geest, maar van binnen is het vrijwel onveranderd gebleven – met het minieme podiumpje en het piepkleine zaaltje, waarin Hoving en de zijnen ruim drie decennia lang geëngageerd cabaret voor fijnproevers lieten zien.

Sieto Hoving was een pionier die cabaret maakte naar het voorbeeld van vooroorlogse Duitse intellectuelen als Erika Mann en Kurt Tucholsky. Hij stierf gisteren, 91 jaar oud.

Nadat hij was begonnen als acteur, begon hij in de loop van de jaren vijftig een cabaretgroepje, als tegenhanger van de grootheden Wim Kan, Wim Sonneveld en Toon Hermans. Hoving kon wel amuseren – mede dankzij het komische talent van zijn vrouw Marijke – maar wilde boven alles onvervalst commentaar leveren op wat zich destijds in de wereld afspeelde. Met bijtende satire en rake ironie behandelde hij hete hangijzers als het militarisme, het kapitalisme, de wonden van de oorlog, het politieke gekrakeel en een toen nog nauwelijks besproken onderwerp als het milieu. Zo gaf hij, als moralist met een malicieuze ondertoon, het Nederlandse cabaret een scherpte die destijds niet gebruikelijk was.

In de loop der jaren hebben veel artiesten één of meerdere seizoenen in het Tingel Tangel-cabaret meegespeeld, onder wie grote namen als Conny Stuart, Adèle Bloemendaal, Rob de Nijs en Frits Lambrechts.

Door de opkomst van jeugdiger cabarettalent begon de belangstelling voor Hoving vanaf de jaren zeventig echter af te nemen. En zelf ging Hoving zijn analyse van de wereldpolitiek allengs belangrijker vinden dan zijn amuserende functie. Zo richtte hij zich in de jaren tachtig eens tot de hoofdredactie van NRC Handelsblad, nadat een nieuw programma in die krant niet puur positief was besproken. Hoving liet weten dat zijn voorstellingen beter door een politiek redacteur konden worden besproken dan door de cabaretrecensent.

Nadat hij zijn theater had overgedragen aan Haenen en Van Geest, verdween Hoving goeddeels uit beeld. Wel speelde hij samen zijn vrouw nog in een reclamespotje voor de Nederlandse Credietverzekering Maatschappij, als een man die in zijn pyjama de slaap niet kan vatten omdat hij wordt geplaagd door wanbetalers. Als zijn vrouw suggereert dat hij dan toch altijd nog de boot kan verkopen, schiet hij overeind en zegt: „Dat had je nou niet mogen zeggen”. Daarmee oogstte Sieto Hoing kortstondig meer faam en een veel groter publiek dan zijn cabaretcarrière hem ooit had opgeleverd.