Minister Van der Steur loopt verdere politieke schade op

Kamer ontevreden over informatievoorziening rond MH17-expert. Oppositie eensgezind over kritische motie.

Foto ANP / Bart Maat.

Na een gele kaart en een motie van afkeuring van de oppositie heeft minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie) woensdagavond opnieuw politieke schade opgelopen. Een groot deel van de oppositie (onder meer CDA, D66, ChristenUnie en GroenLinks) kwam met een motie die de minister aan banden zou moeten leggen: de motie, die geen meerderheid kreeg, riep de minister op samen met premier Rutte een plan op te stellen om de Kamer voortaan beter te informeren. De SP kwam zelfs met een motie van wantrouwen, maar die kreeg alleen de steun van PVV, VNL, 50Plus en de Partij voor de Dieren.  

Van der Steur ligt nu onder vuur omdat hij patholoog-anatoom George Maat ten onrechte beschuldigde van een „ongepaste” en „smakeloze” lezing met foto’s over MH17-slachtoffers. De excuses van de minister kwamen negen maanden na Maats presentatie en pas nadat Maat zelf documenten openbaarde die hem vrijpleitten.

Volgens de gehele oppositie heeft de minister verzuimd de Kamer goed te informeren. „Elke stap van de minister kwam na vragen en druk van de Kamer en de media”, aldus Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma (D66). Zo werd er wel een rapport afgeleverd, maar waren grote stukken tekst daarin onleesbaar gemaakt.

Het is niet voor het eerst dat een fors deel van de Kamer twijfelt over het ministerschap van Van der Steur. Eerder liep hij schade op in het debat over de foto’s van Volkert van der G., waarbij de minister niet wist dat die met medeweten van het Openbaar Ministerie waren gemaakt. Bij het debat over de zogeheten Teevendeal, waarbij Van der Steur meeschreef aan een persbericht van voorganger Ivo Opstelten, overleefde hij samen met Rutte een motie van afkeuring.

De minister kon ditmaal de Kamer er niet van overtuigen dat hij het parlement altijd actief en transparant heeft geïnformeerd. Van der Steur bood zijn excuses aan en somde zelfs, als een schooljongen, de lessen op die hij geleerd had van de hele kwestie. Toch bleef in de Tweede Kamer een onbevredigend gevoel hangen tijdens het debat, ook al ging de minister af en toe door het stof. 

Hij beantwoordde vragen niet rechtstreeks, gaf volgens sommigen onterecht de politie de schulde, draaide eromheen en liet onduidelijkheid bestaan. Daardoor ondervroegen Kamerleden hem soms een half uur lang over één zin in een brief en leek het vooral een woordenspel te worden. Gevolg was dat een aantal cruciale vragen grotendeels onbeantwoord bleven, ondanks zes uur debatteren.

Zo is nog steeds niet duidelijk waarom korpschef Gerard Bouman de minister in een brief adviseerde om de samenwerking met George Maat te beëindigen, terwijl de politierapportages waar Bouman zich op baseerde juist adviseerden om zijn schorsing terug te draaien. Van der Steur benadrukte alleen dat dit louter een beslissing van de politie was.

Ook bleef vaag of het ministerie invloed uitoefende op die brief van Bouman. Een concept ging zeker twee keer heen en weer tussen politie en departement. Hierover zei Van der Steur: de politie heeft zelf geconcludeerd dat Maat ontslagen moest worden.

Maar hoe kan het dat een politieambtenaar al voor het afronden van het onderzoek noteerde dat de samenwerking met de professor „op last van de minister” was beëindigd? Geen idee, zei Van der Steur, maar het klopte niet. En daarmee zou het een „persoonlijke beleidsopvatting” van de ambtenaar zijn.

Soms leek de gekozen verdedigingslijn van de minister zelfs ongeloofwaardig. Bijvoorbeeld over de reden dat hij zo laat excuses aanbood voor zijn uitspraken. Pas na negen maanden, kort nadat de professor zelf met een potlood de politiedocumenten had overgeschreven die hem vrijpleitten. Van der Steur zei dat het voortschrijdend inzicht was. „Ik moest van heel ver komen.” Maar hij zei dat hij ook zonder de vasthoudendheid van Maat tot die excuses zou zijn gekomen. Dat konden Kamerleden moeilijk geloven. CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt herhaalde het nog maar eens: negen maanden had Van der Steur de kans om uit zichzelf excuses aan te bieden. „Dan hadden we hier geen Kamerdebat gehad. Dan was de minister zelf tot de conclusie gekomen dat hij een fout had gemaakt.” 

Van der Steur noemde verschillende lessen die hij geleerd heeft. De eerste: zakelijker reageren op incidenten. De tweede: voortaan sneller „een feitelijk relaas” van gebeurtenissen naar de Tweede Kamer sturen. In de Maat-affaire waren „persoonlijke beleidsopvattingen” van politie-ambtenaren geheim gehouden, maar ook de feitelijke constateringen van deze ambtenaren. Gevolg: een openbaar gemaakt rapport dat voor het grootste deel was weggelakt.

De minister had spijt van de late informatievoorziening. De interne politiedocumenten konden door de Kamerleden pas recentelijk in vertrouwen worden ingezien. „Dat had al in oktober gemoeten”, zei Van der Steur. Ook dat was een les. 

Uiteindelijk werden ze op 2 december vertrouwelijk beschikbaar gesteld aan de Kamer. Van der Steur zelf liet die documenten vervolgens nog een paar weken ongelezen liggen, bleek na vragen van Omtzigt. Hij las ze „in de loop van de kerstvakantie”. „Hij leest gewoon zijn stukken niet”, oordeelde Omtzigt.