Column

Juist de leraar kan Multatuli omtoveren tot spannende literatuur voor scholieren van nu

Eduard Douwes Dekker heeft met de Max Havelaar een afgrijselijke, monumentale baksteen geschreven. Een moordwapen waarmee iedere literaire belangstelling bij prille lezers om zeep wordt gebracht. Een column, in deze krant, van schrijver Christiaan Weijts tegen de verplichte leeslijst bleek zelf een baksteen in de spreekwoordelijke vijver. Sindsdien is een polemiek losgebarsten over het (belang van) literatuuronderwijs. Een relevant onderwerp, niet alleen omdat 2016 door de stichting CPNB is uitgeroepen tot het jaar van het boek „in al zijn verschijningsvormen”.

Het is een debat waarbij alle deelnemers eigenlijk aan dezelfde kant staan. Niemand bepleit immers dat er minder literatuur moeten worden gelezen. Het meningsverschil draait om de vraag om welke teksten het moet gaan. Wie zegt „fuck de canon” en vervolgens een alternatief lijstje schrijversnamen oppert, voert gewoon een nieuwe literaire canon in. Immers het begrip canon is in de context van de literatuurgeschiedenis dynamisch. De lijst belangrijke schrijvers verandert langzaam mee met de normopvattingen van de lezers.

Dat betekent overigens niet dat middelbare scholieren helemaal vrij gelaten moeten worden in wat zij minimaal moeten lezen voor de lijst, wat ook is geopperd. Dit zou een capitulatie zijn die terecht op geen enkel ander onderwijsgebied zou worden geaccepteerd. En dus ook niet bij het vak Nederlands. Het lezen voor de lijst is op het gymnasium al tot een symbolisch minimum van twaalf titels teruggebracht. Waarvan er slechts drie hoeven te zijn van voor 1880.

Degenen die, zoals Weijts, bepleiten dat gymnasiumleerlingen niet meer mogen worden blootgesteld aan bijvoorbeeld Karel ende Elegast, Vondel, Hooft, Bilderdijk, Multatuli, Lodewijk van Deyssel en Marcellus Emants, roepen de vraag op hoe zij zelf aan die kennis komen. En waarom die wetenschap zou moeten worden onthouden aan de nieuwe generaties.

Het gaat hier niet om het streven naar een soort op Duitse leest geschoeid Bildungsbürgertum, maar het overeind houden – of stimuleren – van voldoende cultureel, historisch en literair geheugen in de samenleving. Daarom is lezen van literatuur, juist ook uit oudere perioden, cruciaal. Zeker in een tijdperk, zoals het huidige, waar mensen door snelle maatschappelijke veranderingen zoeken naar identiteit en zingeving. Docenten zijn de bondgenoten bij het bereiken van dat doel. Zij spelen een hoofdrol in goed leesonderwijs. Zij zijn gids, middelaar, en verteller. Zij kunnen de baksteen van Multatuli omtoveren tot een spannende roman over een belangwekkende periode die het Nederland van nu mede heeft vormgegeven.