'Bliezen ze zichzelf maar op :)'

Het moet maar eens afgelopen zijn met het schelden op internet en met de ‘haatcommentaren’ op Facebook, vindt een groeiende groep mensen. Daarom gaan ze in ‘verzet’. Met feiten en met een positieve boodschap.

Foto Lars van den brink

Bliezen ze zichzelf maar op :)
Ik hoop dat ze hun eigen soortgenoten aanranden
Optyfen met die rapefugees
Ik doe elke avond mijn gebedje vraag ik om tien graden vorst dat het ongedierte dood vriest

Chantal (31) woont bij haar ouders, boven een winkel in Purmerend. In de woonkamer heeft ze haar eigen hoekje. Een hoekje met een pc, meer heeft ze niet nodig. Vanaf hier trekt ze ten strijde. Met haar rug naar de zithoek en de tv. Hier tikt ze haar comments, momenteel wel een uur of vijf per dag. Uiterlijk zie je misschien weinig – jonge vrouw, roze trui, lang blond haar, gouden ketting. Van binnen borrelt en bruist het.

Ze heeft ter illustratie vast wat ‘haatcommentaren’ uitgeprint en met een roze stift gearceerd. Zelf typte Chantal terug: Hartverwarmend weer. Hopen dat mensen doodvriezen. De liefde straalt er vanaf.

Het is de kunst je te beheersen. Je niet te laten verleiden tot schelden. ‘Racist’ zeggen mag, ‘nazi’ niet. Positief blijven. De feiten. Susan (52) die vanuit haar woonkamer in Uden hetzelfde doet: „Als het me te veel wordt, loop ik naar buiten. Even afkoelen.”

Dit zijn Chantal en Susan. Ze posten positieve nieuwsberichten. Stellen vragen bij racistische opmerkingen. Sussen hoogoplopende debatten. Knutselen zonnige plaatjes met opbeurende spreuken.

En nee, Chantal en Susan zijn lang niet de enigen. Maak kennis met ‘Het Verzet op Internet’.

Het begon met vluchtelingendebat

Het begon allemaal afgelopen zomer. Het vluchtelingendebat, dat natuurlijk net zo goed op Facebook werd gevoerd, liep hier en daar wel erg hoog op. Op de pagina Je bent een Zaankanter als..., bedoeld voor mensen uit de Zaanstreek, ging het al gauw nergens anders meer over. Sterker: van discussie was nauwelijks nog sprake. Er werd gescholden. Gedreigd. Gejuicht om dode vluchtelingen. Op Liefde voor Holland, op Stop dit kabinet: idem. Op steeds meer plekken liep het uit de hand.

Mensen als Susan die daar wel eens een rondje maakten, dachten aanvankelijk wat „balans te brengen”. Ze posten positieve reacties. Vroegen om de feiten. Om wat minder discriminatie en gescheld. 

Maar in plaats van bezinning, bleek dat olie op het vuur. En dat niet alleen. Ineens hadden de ‘haters’ het ook op de ‘linkse Gutmenschen’, ‘de struisvogels’, de ‘NSB-ers’ gemunt. Chantal en anderen werden tot in hun mailbox achtervolgd. Mickie van der Klooster (50), een vrouw uit Roosendaal, kreeg mailtjes dat ze thuis bezoek kon verwachten. Profielfoto’s van anderen werden ontvreemd en voorzien van grimmige teksten: ‘Pas op: kinderlokker actief’.

Nederland Tolerant en Positiefgroep

En zo kwam het, toeval of niet, dat afgelopen najaar, de één na de andere community werd opgericht. Susan en Chantal vonden medestanders op de pagina Voor een Nederland zonder haat en leugens. Anderen sloten zich aan bij Nederland Tolerant. Bij de Positiefgroep, en de Humor tegen Haat-community. Als vanzelf gingen leden van ‘Het Verzet’ naar elkaar op zoek.

Chantal brengt al jaren veel tijd achter de computer door. Had ze ooit een goed lopende lingeriezaak, nu zit ze thuis. In 2011 kreeg ze de diagnose fibromyalgie, spierreuma. Ze is volledig afgekeurd. „Ik had altijd klachten. Kon als kind al moeilijk meekomen.” Dat is wellicht de reden dat ze het nu voor minderheden wil opnemen. Dat ze zich zo sterk tegen de hatelijke comments verzet. „Ik weet hoe het is om constant vooroordelen over je heen te krijgen. Je bent nog zo jong, zeggen ze tegen mij. Je ziet er niet ziek uit. Waarom werk je niet?”

Inmiddels is er naar schatting een tiental pagina’s waarop de leden van Het Verzet elkaar vinden. Een officiële beweging zijn ze misschien niet, het doel is eenduidig: wie je er ook naar vraagt, allemaal willen ze een positief geluid laten horen – een tegengeluid. Want het loopt uit de hand, zien ze. Ze hopen de tegenpartij aan het denken te zetten. Maar belangrijker nog is de groep die zich in het midden beweegt. Zij die stilletjes meelezen. De groep die zijn mening nog niet vastgetimmerd heeft.

De strijd zogezegd, wordt gevoerd op pagina’s als Liefde voor Holland, De Teleraaf, Een vuist tegen het Kabinet en Zeg Nee Tegen AZC. Zo publiceert de beheerder van Liefde voor Holland iedere zondagavond haar eigen gitzwarte editie van Opsporing Verzocht: een zelfgemaakte lijst misdaden door minderheden (‘Overval met pistool door 2 zwartjes’), met daarbij de oproep: ‘extreemlinkse roomblanke reageerders die beweren dat er ook van blanken zo’n lijst te maken is: We dagen jullie uit!!!’

De eigen, ‘positieve’ pagina’s fungeren als veilige basis. Een plek om op adem te komen, munitie te verzamelen. Hier gaan de duimen omhoog, hier spreken de leden elkaar moed in. Hier vind je positieve nieuwsberichten, hoopvolle weetjes, worden hoaxverhalen ontzenuwd – informatie kortom, waarmee je tegenstanders te lijf kunt gaan.

Het overgrote deel van de leden zwerft overigens vooral binnen de muren van de eigen community rond. Zij zoeken ‘hoop’, ‘diepgang’ en antwoorden op vragen in het vluchtelingendebat.

Radicalen als Chantal en Susan gaan er dagelijks op uit. In de aanval. En loopt het erg hoog op, of treffen ze wel erg veel tegenstanders, dan kunnen zij de hulp van de achterban inroepen. Joost Janssen (59) – beheerder van Probeer elkaar te begrijpen, niet te overtuigen – krijgt nog wel eens „een pb-tje”, een persoonlijk bericht. „Joost, kom even naar deze discussie”, schrijven ze dan. „Ik red het in mijn eentje niet.”

‘Landverrader!’

Chantal voelt zich verplicht om voor de underdog op te komen, maar in het dagelijks leven lukt haar dat niet. Waar ze ook komt, de kroeg, een verjaardag, steeds vaker overheerst „de haat”. Een vriendin die welkomdozen maakt voor vluchtelingen kreeg de volle laag – van haar eigen schoonzus. „‘Landverrader!’ zei die. ‘Je herkent die linkse rotkoppen meteen’.” Chantal loopt over van de voorbeelden. Dat weerhoudt haar ervan haar mening te geven. „Je weet nooit hoe de reacties zullen zijn.” Online kan ze haar frustratie botvieren. Haar geweten sussen. Zonder dat haar ouders en vriend ervan weten. Zo komt ze dan een beetje in balans. „Het is mijn rechtvaardige hart dat gloeit.”

Die rem hebben meer positivo’s. Net als Chantal vindt ook Stefan (51) het makkelijker om online zijn oprechte ideeën en gevoelens te delen. Stefan, beheerder van Nederland Tolerant (2.500 leden): „Als ik mijn mening rond zou vertellen, hou ik weinig vrienden over.” Sterker: sommige leden sluiten zich bewust aan bij een van de besloten varianten van de tegengeluid-groepen, omdat hun familieleden niet mogen weten dat ze pro-vluchteling zijn.

Inmiddels drieduizend mensen

De leden van de verschillende positieve communities schatten dat ze nu met zo’n drieduizend man zijn. Ze zijn niet per se religieus, en meestal tussen de 25 en 50 jaar. Oudste lid, van Nederland Tolerant, veruit de grootste groep, is een vrouw van 72. Bijna alle leden die we voor dit artikel spraken, hebben op dit moment geen werk. Toeval? Misschien – feit is wel dat zij bovengemiddeld actief zijn, ómdat zij de tijd hebben om de pagina’s actief te bezoeken en te beheren. Aan een politieke partij verbindt de groep zich niet, al zijn er vrij veel „gecharmeerd” van GroenLinks-leider Jesse Klaver. Persoonlijk kennen de meesten elkaar niet. Wel wordt er hier en daar privé gemaild. En er zijn plannen om een ontmoeting te organiseren.

Post op de pagina Liefde voor Holland, een pagina 'waar elk rood-wit-blauw hart welkom is'.

Een handvol strategieën

Veel van de positivo’s kennen zelf nauwelijks moslims, laat staan vluchtelingen. Ze hebben de indruk dat de ‘haters’ hun eigen problemen, financieel en fysiek, niet op de politiek maar op vluchteling botvieren. Chantal: „Makkelijk vechten.” Joost Janssen, die voor het UWV werkte (en als docent inburgering), volgde een tijdlang de strategie om haters hulp te bieden, als hij financiële problemen vermoedde. „Als je dan één op één met zo iemand praat, komt je boodschap ineens wel binnen. Dan zien ze ook wel in dat vluchtelingen financieel in hetzelfde schuitje zitten.” Behalve het probleem van groepsdruk, zegt Joost Janssen, zien de haters een compleet andere versie van de werkelijkheid. „Neem een filmpje van Lesbos. Wij krijgen tranen in onze ogen. Zij zien belastinggeld verdampen.”

Hoe gaat de groep te werk? Hoe geven ze dat tegengeluid? Hoe verzetten ze zich tegen haat? Behalve de discussie aangaan en negatieve berichten nuanceren, is er inmiddels een handvol strategieën. Zo zijn er mensen die vooral negatieve comments verzamelen. Anderen zijn druk met het checken van filmpjes en links die haters posten. Klopt de boodschap? Is er gesjoemeld of geshopt? Daarnaast rapporteren de leden zich suf – al is de ervaring ook dat bijna iedereen een standaard bericht terugkrijgt: de teksten gaan niet in tegen de richtlijnen van Facebook. Ze melden bij MiND, een meldpunt voor internetdiscriminatie. En bij de politie. Susan: „Die zijn gebonden aan de wet, zeggen ze dan. Alleen bij concrete bedreigingen kunnen ze wat doen.”

Susan heeft al twee keer een werkgever gebeld om racisme te melden, of ermee gedreigd bij haters. „Dan nemen ze soms hun woorden terug.” En dan is er nog een kleine groep die nóg verder gaat. Op de pagina Racisten in de spotlight (voorheen: Racisten aan de schandpaal) verzamelen zij racistische uitspraken, en plaatsen er de afzender, mét profielfoto bij. Susan wil daar niet aan meewerken: „Je weet nooit zeker of iemand wel echt de afzender is.” De meeste positivo’s voelen daar trouwens weinig voor – alleen al omdat zoiets feitelijk tegen de eigen opdracht ingaat: positief blijven, je niet mee laten slepen in haat. „Agressie met agressie bestrijden, dat heeft geen zin.”

Maar hééft een tegengeluid zin? Houdt het haten op?

Joost Janssen: „Je kunt wel denken: laat ze links liggen. Maar het zijn er zoveel. Ik word daar bang van.” Zie ze als de vrouw in Steenbergen, die opstond en zich tegenover een joelende meute uitsprak vóór de opvang van asielzoekers. Blijf je zitten, zegt Chantal, dan rent iederéén straks achter die schreeuwers aan.