Grote oeuvreprijs voor Arie Schippers

Sacha Tanja Penning gaat naar gevarieerde Einzelgänger die de laatste jaren langzaam aan bekendheid won

Arie Schippers: Burger King, 2003. Olieverf op doek, 60 x 90 cm.

Tijdens de opening van Realisme, de jaarlijkse beurs voor figuratieve kunst in de Passenger Terminal in Amsterdam, is woensdagavond de Sacha Tanja Penning toegekend aan beeldend kunstenaar Arie Schippers (1952). De oeuvreprijs, die behalve uit een penning bestaat uit een geldbedrag van 10.000 euro, is bedoeld als eerbetoon aan ‘een kunstenaar, persoon of instantie die zich zeer verdienstelijk heeft gemaakt op het gebied van de figuratieve kunst in Nederland’. Schippers is de twaalfde laureaat sinds de prijs in 2005 in het leven werd geroepen. Hij kreeg de penning uit handen van juryvoorzitter Wim Pijbes.

Volgens het juryrapport is Schippers ‘onmisbaar voor de waardering van de hedendaagse figuratieve kunst in Nederland’ en ‘een kunstenaar die een grote bijdrage heeft geleverd op het gebied van materiaalgebruik, zich onderscheidt, blijkt geeft van grote vakkundigheid en veelzijdigheid binnen de figuratie.’

Arie Schippers werd in de jaren zeventig opgeleid aan de Rijksakademie in Amsterdam, toen nog een traditionele schilders- en beeldhouwersopleiding waar van vroeg tot laat naar model werd getekend. In 1977 won hij de Prix de Rome voor de vrije schilderkunst. In de decennia daarna werkte hij gestaag en betrekkelijk onopgemerkt verder aan een groot en gevarieerd oeuvre, als een Einzelgänger, zonder galerie en nauwelijks vertegenwoordigd in openbare collecties.

De laatste jaren wint Schippers’ werk aan bekendheid. Hij kreeg de opdracht een drie en een halve meter hoog bronzen beeld van Nelson Mandela te maken, dat in 2012 werd onthuld in Den Haag. De AVRO zond een documentaire uit over de totstandkoming ervan. Vorig jaar nodigde de Fondation Custodia in Parijs hem uit voor een overzichtstentoonstelling van zijn werk op papier: tekeningen, gouaches en schetsboeken. Toen die tentoonstelling afgelopen najaar in uitgebreide vorm te zien was in de Kunsthal in Rotterdam, verscheen in de Volkskrant een groot portret van Schippers met de kop ‘De beste schilder van zijn generatie’.

Dat hij nu nadrukkelijk als figuratief kunstenaar wordt onderscheiden is opmerkelijk, omdat hij zich altijd afzijdig heeft gehouden van de nauwe figuratieve kunstwereld. Over zijn schilderijen van het hedendaagse stadslandschap uit de jaren negentig zei hij dat hij het buiten schilderen beschouwde als ‘een soort land art-project’. Hij bewonderde de negentiende-eeuwse stadsgezichten van Breitner, maar ook het werk van kunstenaars als Richard Long en walking artist Hamish Fulton. In een film over Schippers die in de Kunsthal werd vertoond, was te zien hoe hij tussen het werk aan het Mandela-monument door zuiver abstracte opstellingen van groepjes bakstenen op een betonnen vloer maakte.

Hij heeft, zei hij een paar jaar geleden, ‘veel verschillende golflengtes’. ‘Ik ben altijd heel blij als ik iets maak waarvan ik denk: dit heb ik nooit eerder getoverd. Je zoekt de randen van je beperktheid op. Je blijft niet in het midden zitten, al zou dat misschien commercieel het grootste succes opleveren. Maar dit is van mij uit bekeken, hoor. Ik heb het gevoel dat ik mezelf af en toe opnieuw uitvind, maar een ander zegt misschien: kijk hem daar weer achter zichzelf aanlopen.’