Gifmoordzaak Litvinenko leidt elf jaar na dato naar Poetin

Britse rechter: Russische president zat ‘zeer waarschijnlijk’ achter moord op criticus in Londen.

Foto AFP

President Vladimir Poetin en geheime dienstchef Nikolaj Patroesjev van Rusland hebben „waarschijnlijk” opdracht gegeven om de gedeserteerde en gevluchte FSB-agent Aleksandr Litvinenko in Londen te vermoorden. Deze conclusie van een speciale Britse onderzoeksrechter zet de toch al slechte betrekkingen tussen het Verenigd Koninkrijk en Rusland nu verder onder druk. De regering in Moskou heeft de beschuldiging vandaag onmiddellijk verworpen.

In een veel explicieter rapport dan aanvankelijk verwacht was, stelt de speciale Britse onderzoeksrechter Sir Robert Owen dat de twee Russische moordenaars opereerden in opdracht van anderen. Het duo, de FSB-agent Andrej Loegovoj en Dmitri Kovtoen, heeft Litvinenko in 2006 vergiftigd met radioactief polonium.

Bekijk hieronder een uitgebreide tijdlijn over Litvinenko:

Het is volgens rechter Owen „zeer waarschijnlijk” dat ze dat deden op bevel van de FSB. Deze „FSB-operatie is waarschijnlijk goedgekeurd door Patroesjev", die in 2006 de leiding had over de staatsveiligheidsdienst FSB, en „ook door president Poetin”, concludeert het onderzoeksrapport. Patroesjev is tegenwoordig secretaris van de Nationale Veiligheidsraad van Rusland en maakt nog steeds deel uit van de naaste entourage van Poetin.

Volgens Owen wisten Loegovoj en Kovtoen dat ze een moord moesten uitvoeren, maar beseften ze niet dat ze dit moesten doen met polonium.

Met het rapport van Owen bereikt het onderzoek naar de moord een nieuwe climax. Litvinenko vluchtte in 2000 naar Londen. Voordien had hij gewerkt voor de geheime dienst.

Giftige thee

In Londen, en inmiddels geworven door de Britse geheime dienst MI6, beschuldigde hij president Poetin ervan dat de FSB in 1999 de hand zou hebben gehad in mysterieuze en nooit opgehelderde bomaanslagen op flatgebouwen in Moskou en andere Russische steden. Deze terreurdaden waren de opmaat voor een nieuwe oorlog in Tsjetsjenië en legden de basis voor het presidentschap van Poetn een half jaar later.

In oktober 2006 werd Litvinenko benaderd door ex-collega Loegovoj die hem in een Londens hotel thee serveerde die was vergiftigd met polonium, zoals onderzoek bewees. Een paar weken later stierf Litvinenko.

De Britse justitie was de daders en het moordwapen snel op het spoor. Maar omdat de Russen geen medewerking verleenden, kon ze niet tot vervolging overgaan. De weduwe van Litvinenko heeft zich daar nooit bij neergelegd. Dat leidde mede tot het onderzoek van Sir Owen. Zij verwelkomde de conclusies vanmorgen.

Geen uitlevering

Loegovoj, die na de moord werd ‘geridderd’ door Poetin en gekozen in het Russische parlement, noemde de conclusies van Owen „absurd”. De Russische regering hulde zich vanmorgen in stilzwijgen. Het ministerie van Buitenlandse Zaken haalde meteen fel uit. Het rapport is „politiek gearrangeerd” en beschadigt de betrekkingen tussen beiden landen, aldus het ministerie. Rusland weigert de twee daders uit te leveren, zo liet Moskou wel weten. De Britse autoriteiten hebben nog niet gereageerd op het rapport.

De kwestie-Litvinenko leidde ook in 2006 en 2007 al tot een hevige diplomatieke aanvaring tussen Rusland en Verenigd Koninkrijk. Toen de Russen weigerden om Andrej Loegovoj, die de Britten destijds al als de voornaamste verdachte van de moord beschouwden, uit te leveren, gaf de regering van premier Gordon Brown ten teken van ongenoegen vier Russische diplomaten van de ambassade in Londen opdracht om te vertrekken. Op zijn beurt wees Moskou vervolgens Britse diplomaten uit.

Lees ook: Van wie moest Litvinenko dood?

En vergeet ook deze longread van The Guardian niet