Waterpolo: eerst was het prijsschieten, nu wordt het menens

De Nederlandse vrouwen scoorden in zes duels al 111 keer op het EK. Maar het toernooi begint eigenlijk nu pas. Inzet: Rio.

Routinier Dagmar Genee is niet onder de indruk van de Spaanse ploeg. Foto Gertjan Kooij/Orange Pictures

Twee weken trekken ze al door een heel klein stukje Belgrado. In een touringbus, begeleid door politie met blauwe zwaailichten: van het luxehotel aan de ijskoude Sava-rivier naar het bloedhete bassin in de Kombank Arena, een paar honderd meter verderop. En weer terug. Eten, spelen, slapen. Eten, trainen, rusten. Het ritme van olympische topsport.

Het EK begint eigenlijk nu pas voor de Nederlandse waterpolosters, de laatste twee dagen van het toernooi. De zes eerste duels waren inleidende beschietingen – afwerktrainingen met een spartelende tegenstander. Neem de kwartfinale van woensdag, tegen Duitsland: 19-2. Reclame voor het EK was het niet, maar niemand die daar om maalde in het oranjekamp. Vorige week richtten ze ook al ravages aan tegen Turkije (25-0) en Portugal (28-2).

Dit soort wedstrijden zijn niet leuk...

De top is smal in Europa, met zes landen die aardig aan elkaar gewaagd zijn, zegt routinier Dagmar Genee (26). Daarachter gaapt een levensgroot gat, zo werd tegen Duitsland pijnlijk duidelijk. „Dat er voor het eerst twaalf landen meedoen, in plaats van acht, is bedoeld om de top te verbreden”, zegt Genee in de lobby van het hotel waar vrijwel alle EK-ploegen zijn gehuisvest. „Ik begrijp dat wel. China stond er ook ineens tijdens de Olympische Spelen van 2008, en ze tellen nog steeds mee. Landen die net onder de top zitten, kunnen dus aansluiten. Maar dit soort wedstrijden zijn niet leuk, nee. Bij 8-0 na de eerste periode dacht ik dat we al twee periodes hadden gehad, puur door de tussenstand.”

Op de voorlaatste dag wordt het dus menens voor Nederland, dat zich in Belgrado direct wil kwalificeren voor Rio. Dat kan alleen als de ploeg donderdag in de halve finale Spanje verslaat, en vervolgens vrijdag in de finale – naar verwachting – Italië. De Italiaanse ploeg, al jaren de aartsrivaal in Europa, speelt in de halve finale tegen Hongarije.

...maar tegen Spanje wordt het menens

Maar ook Spanje is geen makkelijke tegenstander, weet Genee uit ervaring. Zij speelde niet alleen drie jaar voor de Universiteit van Hawaï, maar ook twee seizoenen voor de Spaanse topclub Sabadell, hofleverancier van de Spaanse selectie. „Het meeste gevaar komt van midvoor Maica Garcia”, waarschuwt Genee. „Ze is supergroot, met 1,88 meter: lange armen, sterk, behendig en slim. We zullen haar veel moeten laten zwemmen, dat is niet haar sterkste punt.”

De Nederlandse vrouwenploeg zegt geen angst te hebben voor Spanje, maar afgaande op de recente onderlinge resultaten krijgt de nummer twee van het afgelopen WK in Kazan er een zware kluif aan. In 2014 verloor Nederland de EK-finale in Boedapest van Spanje. En vorige maand gingen in Los Angeles twee duels tegen Spanje verloren, bij de Holiday Cup. Genee: „Wij zaten toen midden in een zware trainingsperiode. Van wat we hier in Belgrado hebben gezien van de Spaanse ploeg ben ik niet heel erg onder de indruk.”

Het zal even wennen zijn voor Nederland, na die lange aanloop in Belgrado: ineens twee tegenstanders van formaat. Voor Havenga en zijn groep is het niks nieuws. „We wisten van tevoren dat het aankomt op de halve finale en de finale. Maar we komen hier maar voor één ding: een ticket naar Rio”, zegt de bondscoach vastberaden. „Dat voelen we, zo leven we. Eigenlijk wachten we op het moment dat we dat mogen bewijzen.”