Zo is het om huisarts in een azc te zijn

Kritiek op de medische zorg in azc Heumensoord is niet terecht, vindt huisarts Yuri Fisscher. „We hebben hier een zware bezetting, halen alles uit de kast.”

De huisartsenpost op de asielopvang in azc Heumensoord, bij Nijmegen. Foto’s Ilvy Njiokiktjien

Een man met haaruitval, een kindje met luizen, een bloedende voet, een vrouw die het niet lukt om zwanger te worden. Ze doen deze ochtend allemaal een beroep op een van de twee huisartsenpraktijken op Heumensoord bij Nijmegen, de grootste opvanglocatie voor vluchtelingen in Nederland. In een kantoorunit op het tijdelijke tentenkamp voor 2.800 vluchtelingen zijn twee doktersassistentes, een tolk, drie verpleegkundigen en een huisarts aan het werk.

Patiënten lopen in en uit, de wachtkamer is bijna vol. Deze post heeft het drukker dan die in andere asielzoekers- of opvangcentra. „De situatie hier wijkt af, door de mix van onzekerheid en gebrek aan privacy. Dat geeft onrust en stress”, zegt huisarts Yuri Fisscher (44).

En waar veel mensen dicht op elkaar verblijven, in paviljoens met acht vluchtelingen op een ‘kamer’ – een afgeschermde ruimte die van boven open is – is een virus snel verspreid. „Iedereen is ziek”, zei een bewoner weken geleden, gevraagd naar de omstandigheden.

Fisscher zit al vroeg paraat om adviezen te geven aan de verpleegkundigen en assistentes. Zij staan de patiënten te woord. „In bepaalde situaties, bijvoorbeeld als mensen heel ziek zijn, luister en kijk ik mee. Voor de rest handelen de verpleegkundigen en assistentes het af. Ik controleer wel altijd alles.”

De arts doet dit werk drie ochtenden per week, naast zijn eigen dokterspraktijk in Mook. Omdat hij van afwisseling houdt, van de hectiek in de vluchtelingenpraktijk, en geïnteresseerd is in andere culturen en ziektebeelden. Fisscher draait ook mee in het asielzoekerscentrum in Overloon. „Ik vind dit werk heel erg leuk. Het verveelt nooit.”

Straks, rond het middaguur, lost een collega hem af. Zo is er de hele werkdag een arts aanwezig – en niet drie uur per dag, zoals klagende vluchtelingen onlangs beweerden in een brandbrief aan burgemeesters Hubert Bruls van Nijmegen. Ook de Nationale Ombudsman werd aangeschreven over „het uitblijven van adequate zorg” in het kamp. Die liet vorige week donderdag medewerkers ter plekke onderzoek doen.

De asielzoekers zijn ontevreden

Al vanaf de opening in oktober heerst er ongenoegen onder de vluchtelingen op Heumensoord, over procedures die lang op zich laten wachten, lawaaiige paviljoens, gebrek aan privacy, eten dat niet smaakt en gebrekkige medische zorg. Er zou sprake zijn van „schrijnende gevallen” en van steeds meer opduikende vervelende aandoeningen, zoals schurft, luizen en krentenbaard.

„Die ziektes doen zich wel voor, maar niet zo massaal als in de brief wordt voorgesteld. Het lijkt nu alsof je hier enorm veel risico loopt, en daar ben ik het niet mee eens. Schurft wordt meteen behandeld. Luizen en krentenbaard komen ook in Nederland veel voor”, vindt Fisscher. „De huisartsenpost heeft een zware bezetting; wij halen alles uit de kast om mensen zo goed mogelijk te helpen.”

Afgelopen week kwam Heumensoord in het nieuws omdat volgens homobelangenorganisatie COC zeker tien homo’s zouden zijn gepest; hun bedden zouden met uitwerpselen zijn besmeurd, kleding zou in brand zijn gestoken. Zelf heeft de arts daar niets van gemerkt. „Ik verneem het uit de media, zoals wel meer dingen. Ja, de ruzies bijvoorbeeld. Die zijn vaak ’s avonds. Een enkele keer zien we dan de volgende dag een wondje.” Hij zegt ook: „Mensen slapen slecht, lontjes zijn soms kort.”

Dan raadpleegt een verpleegkundige Fisscher; een 34-jarige man heeft last van haaruitval. „Geen ronde plekken”, wil Fisscher weten. „Nee”, antwoordt de verpleegkundige. De arts adviseert: „Je zou bloed kunnen laten prikken, controleren op bloedbeeld, bloedsuiker, schildklier-, nier- en leverfunctie. Waarschijnlijk is het stress.”

Niet over de tafel hoesten

„Voortschrijdend inzicht” heeft ertoe geleid dat er nu na sluiting van de dokterspraktijk een continu bereikbare ‘praktijklijn’ is en tot ’s avonds tien uur een spoedteam, bestaande uit twee verpleegkundigen. „Om de zorgverleners in de omgeving te ontlasten”, zegt Fisscher. „Als er dan een Eritreeër flauwvalt nadat hij ’s avonds met landgenoten in het bos heeft gebeden, hoeft de ambulance niet te komen.”

Er kwamen desinfectiepompjes in de eetzaal en hoestinstructies; hoest in je elleboog, niet over de tafel. Uit voorzorg kregen de bewoners een griepprik aangeboden – tweederde nam die ook. Fisscher: „Zo voorkom je luchtweginfecties en dat mensen ’s nachts hoesten en elkaar wakker houden.”

Immigratie- en naturalisatiedienst IND heeft besloten vanaf 25 januari vluchtelingen op Heumensoord ‘in procedure’ te nemen. Dan zitten ze niet meer zo lang in onzekerheid. Normaal gesproken begint de procedure voor een verblijfsvergunning pas bij overplaatsing naar een asielzoekerscentrum.

Wat opvalt is dat veel vluchtelingen – in Heumensoord verblijven vooral Syriërs en Eritreeërs – weinig weten van hun eigen lichaam en infectieziekten. „De zelfzorg is beperkt.”

„De meesten vinden het niet prettig dat ze worden geholpen door een verpleegkundige. Liever willen ze meteen een arts zien of naar het ziekenhuis – een dokter in een witte jas”, zegt een woordvoerder van de Gezondheidscentra Asielzoekers, de club die in opdracht van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) in alle Nederlandse opvangcentra de medische zorg organiseert.

Ze zijn gewend snel antibiotica te krijgen, zegt Fisscher. Nederlandse artsen zijn juist terughoudend met voorschrijven ervan, om te voorkomen dat meer bacteriën resistent raken en antibiotica niet langer werken.

Vluchtelingen dragen meer resistente bacteriën bij zich, volgens Fisscher. Bij opname in een ziekenhuis moeten zij in afzondering worden verpleegd totdat duidelijk is of zij resistente bacteriën, zoals MRSA, bij zich hebben. MRSA bijvoorbeeld kan gevaarlijk zijn voor mensen met verminderde weerstand.

Intussen komen twee laborantes binnen die bloed komen prikken. Zij zijn hier twee keer per week. Ook „een efficiencyslag”, legt de arts uit. „Hoeven de vluchtelingen daarvoor niet meer naar het ziekenhuis.” In de wachtkamer hebben weer nieuwe vluchtelingen een nummertje getrokken – op een ochtend komen hier vijftig tot zeventig man. Wachten is soms moeilijk, leert de ervaring. Ze gaan al bij de deur van de spreekkamers staan, eisen aandacht, vertelt een assistente.

Dan dient zich een vluchteling aan „met bloed aan zijn voet, die heel dramatisch doet”, vertelt de verpleegkundige. „Hij wil per se een dokter zien.” Het blijkt om een „gewoon wondje” te gaan. Een pleister erop is voldoende. Een man met een gesprongen adertje in zijn oog krijgt te horen: „Dat trekt vanzelf weg.”