Column

De opkomst van de babbelzieke politici

Het interessante van politiek is dat het vooral nog praten is. Uitleggen, becommentariëren, opheldering vragen, onderzoek eisen, aangifte doen: het zijn de woorden waarmee de politicus nu zijn bestaan rechtvaardigt. De woorden waarmee hij laat zien dat hij politiek bedrijft. Of er iets van zijn woorden terechtkomt, en of hij daar zelf iets aan moet doen – och, dat ziet hij later wel.

De twee affaires die Den Haag woensdag bezighielden – Stiekemgate, Maatgate – hebben precies dit fenomeen gemeen. Spreken zonder praktische betekenis. Consequentieloos handelen en babbelen.

Zo ging minister Plasterk (Binnenlandse Zaken) in 2013 in Nieuwsuur praten over grootschalige verzameling van metadata. Collega Hennis (Defensie) belde nog: Ronald, je kunt beter wachten. Plasterk sloeg dit in de wind, hij ging naar Nieuwsuur, en sprak uitsluitend onzin over metadata. Later gaf het kabinet dit – zeer terloops – in de commissie-Stiekem toe. Dit legde de basis voor een ruzie tussen de fractievoorzitters, en zo werd Stiekemgate geboren: de lekken, naar NRC-reporter Derk Stokmans, over wat in de commissie-Stiekem was gewisseld.

De afloop was niet minder typerend: de commissie deed aangifte van lekken. Ook zo’n populair politiek woord: aangifte doen. Niet dat het praktische betekenis heeft: justitie en politie hebben echt geen aangifte nodig om tot onderzoek te komen. Maar het oogt daadkrachtig. Het voelt goed. En je hoort er zelden nog van. (Dat dit rond de commissie-Stiekem toch gebeurde, was natuurlijk nooit de bedoeling.)

Dan had je minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie). Hij haalde uit naar MH17-expert George Maat, die studenten lichaamsdelen van slachtoffers toonde. „Buitengewoon ongepast en smakeloos”, zei Van der Steur, zonder de feiten en omstandigheden van Maats lezing te kennen. Later bleek dat de politie al vorig jaar concludeerde dat Maat rehabilitatie verdiende en ook deze minister lichtzinnig had gesproken.

Dus de vraag is: waar komt dit gebabbel vandaan?

Ik vrees van het misverstand dat praten voortaan belangrijker zou zijn dan presteren. En natuurlijk van de media. Feed the beast, zeggen ze in de VS: stil altijd de honger van de media.

Logisch misschien. Maar nu de prijs van de lichtzinnigheid zo hoog is, moeten politici misschien weer eens langzaam reageren overwegen. En even nadenken erbij. Wonderlijk hoe nuttig dat schijnt te zijn - nadenken.