Bombarderen duurt in ieder geval kort

Het dilemma van de dag

Wanneer neemt het kabinet nu eindelijk een besluit over meevechten boven Syrië?

Hennis wacht op haar eigen antwoord

Zichtbaar gefrustreerd was minister Jeanine Hennis (Defensie, VVD) begin deze week, in een gesprek met journalisten. Die vroegen haar uiteraard: gaan we Islamitische Staat (IS) in Syrië nou bombarderen? En waarom duurt dat besluit nemen zo lang? Hennis moest het antwoord schuldig blijven, want het kabinet heeft nog steeds geen knoop doorgehakt. Ze zal woensdag met dezelfde aan schaamte grenzende ergernis in Parijs hebben gezeten. Hennis was daar met de Defensieministers van Groot-Brittannië, Duitsland, Italië en Australië uitgenodigd door Frankrijk en de Verenigde Staten. Maar ze kon geen antwoord geven op de klemmende oproep van die twee landen om militair méér te doen tegen IS. Hun formele verzoeken dateren uit november en december.

Uitstel of afstel?

Uit de wandelgangen

Hennis bracht die oproepen op 11 december zelf naar buiten. Premier Mark Rutte zei dezelfde dag dat het kabinet in januari een beslissing zou nemen. Dat moet dan in de ministerraad van vrijdag of volgende week gebeuren. Dat de woordvoerders Buitenlandse Zaken van beide coalitiepartijen er liefst zo min mogelijk over zeggen, lijkt een teken dat de beslissing inderdaad aanstaande is. De tegenstelling is vanaf het begin van de anti-IS-missie duidelijk. De VVD ziet Irak en Syrië als één strijdtoneel. De PvdA beperkt de inzet liever tot Irak, waar naast bombardementen door F-16’s ook lokale strijders getraind worden. Maar de partij staat er „niet principieel in”, zegt Kamerlid Michiel Servaes. Hij heeft echter twijfels over de militaire strategie en de politieke oplossing van het conflict. Bij de VVD groeit de irritatie, niet zozeer met de coalitiepartner, maar vooral met het kabinet dat maar geen besluit neemt. Je kunt bondgenoten niet eindeloos laten bungelen, klinkt het daar. 

Voor het te laat is

Er is ook een praktisch probleem: in juni staakt de luchtmacht het bombarderen. De munitie raakt op, de militairen raken uitgeput en de straaljagers uitgewoond. De inzet boven Irak is al teruggebracht van zes naar vier gevechtsvliegtuigen en in de tweede helft van het jaar worden de taken overgedragen aan België. Hoe later Nederland beslist over Syrië, hoe korter die deelname duurt. Maar Defensie heeft de hoop niet opgegeven. Dinsdag schoof commandant der strijdkrachten Tom Middendorp aan bij de PvdA-fractie om te vertellen over de opties. De inzet blijft bescheiden, begrijpt ook Servaes. „Wat we ook besluiten, de Nederlandse bijdrage alleen zal niet doorslaggevend zijn voor de realiteit in het Midden-Oosten.” Maar hij belooft wel dat er íéts komt. „De conclusie van het kabinet zal niet zijn dat we niets extra’s gaan doen.”