Zijn er geen neutronenkorrels tegen Brusselse tunnelrot?

Overal wordt gebouwd in Brussel. Nergens vind je rust. Behalve ondergronds, in de tunnels. „Ik ben geen liefhebber, maar een junk.”

In mijn eerste jaren in Brussel was er de terreur van heipalen op de bouwwerf in de EU-wijk. Op de redactie werden we bij elke donderslag een paar centimeter omhoog uit onze stoelen gewipt.

Dan maar thuis werken? Maar daar ligt de straat ook al jaren open.

Er is in Brussel geen ontkomen aan. Overal wordt gebouwd. Nergens vind je rust. Op één plek na: onder de grond, in het donkere stelsel van verkeerstunnels.

Ik ben geen liefhebber, maar een junk. Mijn favoriet is de Leopold II-tunnel. In de Kruidtuintunnel gaat het al kriebelen, en dan verdwijn je plots in dat zuigende zwarte Leopold-gat en begint de engste der kermisattracties die de Brusselse infrastructuur te bieden heeft.

Het best ‘doe’ je de Leopold aan het eind van de spits. Stilstaan is er niet meer bij en je gaat helemaal op in de voortrazende stoet van automobilisten die net als jij genieten van die verstilde en hallucinerende tocht.

Aan alles is gedacht om mijn tunnelverslaving blijvend te voeden: loshangende kabels aan de wand, afbrokkelend beton en gammele verlichting die onverwachts even oplicht. Hierbij vergeleken is de Terror Factory op de Zuidfoor, de jaarlijkse kermis langs de Brusselse Zuidlaan, kinderspel.

Met Nederlandse vrienden, op weekendbezoek, ga ik niet naar de Grote Markt. Ik sleep ze mee de diepte in. Ik zet ze een motorhelm op als we de Rogiertunnel naderen – ‘Pas op voor vallende brokstukken!’ Twee maanden geleden viel er nog een flink stuk beton op het dak van een auto. De chauffeur kwam met de schrik vrij.

In de Wettunnel wijs ik mijn vrienden op de geheime afslag, voor regeringsleiders die er de bocht nemen richting ondergrondse toegang tot de Europese vergaderbunkers.

Is er, in navolging van Top Gear, al een televisieformat voor Top Tunnel? Succes verzekerd.

Maar ik vrees dat ik mijn Nederlandse bezoek binnenkort moet teleurstellen. De ‘scheurtjes’ in het beton zijn niet langer aanvaardbaar. Sluiting dreigt voor mijn geliefde Leopold II. Andere tunnels wacht hetzelfde lot. Waar moet ik straks heen, op zoek naar rust?

Tunnelrot. Is er geen medicijn tegen? Zoals jodiumpillen bij scheurtjes in kernreactorvaten? De verspreiding van die pillen over het hele land is inmiddels een serieus advies van het Belgische agentschap voor nucleaire controle FANC. Het advies kwam er na aanhoudende problemen met scheurtjes in de kerncentrale in Doel, vlakbij de Nederlandse grens.

Verkleed als de twee sjoemelende Hagenezen F. Jacobse & Tedje van Es verkochten Koot & Bie een dame ooit neutronenkorrels. Dat was het enige dat zou helpen tegen het ‘scheurgras’ in haar gazon.

„O, o, o! Ik zie ’t al, uw gazon heb de scheur!”, zei Jacobse. Waarna Tedje, de korrels uitstrooiend, het gazon genas. Met neutronenkorrels? „Godverdegodver, dit is gewoon basterdsuiker!”

Ik werd aan de sketch herinnerd na een bijtende satire op de Vlaamse website TV Olen. „Electrabel, beheerder van de kerncentrale in Doel, lanceert een unieke scheurtjeskalender met elke maand een mooie foto van een incident in het niet-nucleaire gedeelte.” Kinderen van Electrabel-werknemers gaan de kalender huis aan huis verkopen. „De opbrengst”, schrijft TV Olen, „wordt geïnvesteerd in het onderhoud van de kerncentrale.”

Voor renovatie van de Brusselse tunnels is geen geld, waarschuwen inmiddels alle hoofdstedelijke politici in koor. Misschien is zo’n scheurtjeskalender een idee?