Werken voor boekenbon is abnormaal, doe het niet

Een onbekend groot aantal afgestudeerde jongeren werkt langdurig op een werkervaringsplek voor een fractie van het minimumloon. Deze race to the bottom moeten we niet willen, schrijft Guus Christiaans.

Foto ANP

In Nederland kennen we sinds 1969 het minimumloon, een wettelijk vastgesteld bedrag dat een werknemer minimaal als brutoloon verdient. Met dank aan de Stichting van de Arbeid, een overlegorgaan van sociale partners dat na de oorlog is opgericht, is het minimumloon er gekomen. Het garandeert een zekere welvaart door werknemers een minimale beloning te bieden en is een belangrijke component van onze verzorgingsstaat. Tegenwoordig bedraagt het minimumloon voor iemand van 23 jaar of ouder zo’n 9 euro bruto per uur, wat neerkomt op 1.525 euro bruto in de maand.

Dat is in theorie zo. In de praktijk werken een onbekend groot aantal afgestudeerde jongeren drie tot vijf dagen per week voor een fractie, maandloon dat vaak bestaat uit maar een paar honderd euro of soms enkel een boekenbon. We hebben het hier over afgestudeerde, vaak hoogopgeleide jongeren die door gebrek aan werkervaring en het ontbreken aan betaalde startersfuncties aan de slag gaan bij een werkervaringsplek (wep) of stage. Deze generatie is veelal bereid om langdurig voor heel weinig te werken als hen een worst wordt voorgehouden die ‘baan’ heet. Helaas blijkt de worst in werkelijkheid vaak niet te bestaan.

Toen ik tweeëneenhalf jaar geleden toetrad tot de arbeidsmarkt werd ik geconfronteerd met het grote aanbod van niet- of nauwelijks betaalde werkervaringsplekken en het gebrek aan startersfuncties. Ik uitte mijn zorgen in opiniestukken, onder meer in deze krant, maar daar werd de populariteit van werkervaringsplekken niet minder om. Integendeel. Vandaag de dag is een wep bijna de standaard in een aantal sectoren en een betaalde juniorfunctie de uitzondering.

In principe is er weinig mis met werkervaringsplekken, mits er loon wordt betaald en het leren centraal staat. Maar hier wringt de schoen. Omdat leren zogenaamd voorop staat menen veel organisaties niets of bijna niets te hoeven betalen. Het lijkt erop dat werk dat eerst door betaalde medewerkers werd verricht in toenemende mate wordt gedaan door starters op spotgoedkope werkervaringsplekken. Het verschil tussen een echte baan en een wep wordt diffuus doordat het leeraspect naar de achtergrond verdwijnt en de nadruk ligt op productie.

Er zijn zelfs organisaties die grotendeels draaien op werkervaringsplekken en zonder deze niet functioneren. Begin januari maakte het KRO-NCRV-programma De Monitor een uitzending over uitbuiting van starters en stagiairs. Bij een ggz-instelling worden wep’ers ingezet als bezuinigingsmaatregel en deden sommige wel twee jaar onbetaald werk, blijkt uit meldingen van (oud-)medewerkers en wep’ers. Organisaties als deze zien weps als goedkoop alternatief voor duur personeel. Met het oog op de bezuinigingen in de zorg is deze ‘oplossing’ begrijpelijk, maar verwerpelijk.

Voor een starter met een dikke portemonnee – of ouders die dat hebben – levert de wep geen problemen op. Die kan zich de ene na de andere niet of nauwelijks betaalde werkervaringsplek voor vijf dagen in de week veroorloven, totdat het een betaalde baan oplevert. Maar wat als je weinig geld hebt en je voor je studie al diep in de schulden zit? En hoe kan je in je eigen levensonderhoud voorzien als de huur van een kamer meer is dan je met een wep verdient?

Tot voor kort was er weinig over de uitwassen van weps bekend, maar daar komt verandering in. FNV Jong is een half jaar geleden het Meldpunt stagemisbruik gestart om inzicht te krijgen in misbruik met werkervaringsplekken. Misbruik blijkt met name plaats te vinden in sectoren als psychologie, marketing/communicatie, orthopedagogiek en architectuur. Bijna driekwart van de melders zegt dat er geen verschil is in taken ten opzichte van betaald werk, terwijl zij veel minder dan het minimumloon krijgen. Velen voelen zich niet gewaardeerd en uitgebuit, maar vrijwel niemand doet aangifte van misbruik bij de Inspectie SWZ.

De reden dat zoveel jongeren toch een wep aannemen is de eerder genoemde worst – een baan. Je moet ‘iets’ als je bent afgestudeerd maar op basis van te weinig werkervaring niet aan de bak komt. Alles beter dan een gat in je cv. Bovendien moet je je ook zien te onderscheiden van de rest, de concurrentie is moordend. Toch is het de vraag of het verstandig is. Op deze manier beconcurreren we elkaar ten koste van het betaalde loon en wordt de arbeidsmarkt verpest, niet alleen voor starters. Doordat een ondergrens ontbreekt, ontstaat er een race to the bottom. Dat moeten we niet willen.

Een jaar lang drie tot vijf dagen per week werken voor een boekenbon of een paar honderd euro in de maand is niet normaal. Laat van je horen en maak melding van misbruik, al dan niet anoniem bij het meldpunt van FNV Jong of bij de Inspectie SWZ. Alleen dan kunnen we iets veranderen aan deze schijnconstructies op de arbeidsmarkt.