Visstand ‘uitgeput’, vangsten overal lager

Afgelopen jaren is volgens wetenschappelijke onderzoekers veel meer vis gevangen dan de FAO zei.

De vangsten van de visserij zijn wereldwijd sinds 1996 duidelijk aan het afnemen. Bovendien is aanzienlijk meer vis gevangen dan uit officiële cijfers van de FAO (voedsel- en landbouworganisatie van de VN) blijkt. Visbestanden raken uitgeput.

Dat concludeert een onderzoeksteam van visserijbiologen in een dinsdag gepubliceerd artikel in wetenschappelijk tijdschrift Nature Communications. „Dit komt niet doordat landen minder zijn gaan vissen. Ze vissen juist te veel en hebben de visbestanden één voor één uitgeput”, zei teamleider Daniel Pauly (University of British Columbia) tegen de pers.

Volgens zijn onderzoeksteam piekten de wereldwijde vangsten van vis en schaaldieren in 1996 op 130 miljoen ton, waarna ze daalden tot 109 miljoen ton in 2010, het meest recente jaar in de analyse. Het wijst erop dat de wereldwijde industriële zeevisserij steeds minder vis weet te vangen. Dat visquota strenger worden kan volgens Pauly de trend niet verklaren. Ook in regio’s zonder quotumsysteem (volgens Pauly de hele wereld minus VS, Noord- en West-Europa, Australië, Nieuw-Zeeland) dalen de vangsten.

De afname is nauwelijks zichtbaar in de rapportages van de FAO, de belangrijkste informatiebron over de wereldwijde visserij. De FAO kwam voor topjaar 1996 op 86 miljoen ton zeevis. In 2012 was de „productie” volgens de FAO 79,7 miljoen ton. Onder visserijbiologen gelden FAO-data als onbetrouwbaar, maar alternatieve data waren er tot nu toe niet.

„Voor de vangstquota van Nederland of EU zal dit echter geen gevolgen hebben”, zegt Adriaan Rijnsdorp, hoogleraar duurzame visserijbiologie aan de Wageningen Universiteit. Er bestaan voor Nederland en de EU betere gegevens dan de beperkte set die de FAO rapporteert, legt Rijnsdorp uit. Op de uitgebreidere EU-gegevens wordt het EU-visserijbeleid gebaseerd, dat is gericht op behoud en verbetering van bestanden. Zo constateerde de Internationale Raad voor Onderzoek der Zee (ICES) eind vorig jaar dat het goed gaat met veel bestanden in de Noordzee, zoals schol en tong. Wel zijn er zorgen over de Middellandse Zee.

„Dit rapport [van Pauly] laat wel zien dat bij de FAO een enorme verbeterslag nodig is”, zegt Rijnsdorp. Hij is overigens niet overtuigd dat de neergaande trend die Pauly laat zien, juist is: „Ook daar zitten grote onzekerheden aan. Maar in mijn colleges wijs ik studenten er ook op dat de visserij een plafond bereikt heeft, of dat die al aan het afnemen is.”

De onderschatting van de FAO komt volgens Pauly vooral doordat de FAO kleinschalige visserij (20 miljoen ton per jaar) en overboord gegooide vis (10 miljoen ton per jaar) niet meetelt. Verder worden vangsten van industriële visserijen onderschat. Ontbrekende gegevens worden als ‘nul’ meegeteld.

Er is veel kritiek op de praktijk om op grote schaal vis of schaaldieren (dood of levend) overboord te gooien. Vissers doen dat omdat de vis van de verkeerde soort is, te klein is, of omdat het quotum bereikt is. De FAO kent de praktijk, maar rekent dit niet mee. In de EU moeten vissers per 2019 alle gevangen vis aan land brengen. De overgangsperiode is al begonnen.

Het project van Pauly, ‘The Sea around us’, is gefinancierd door de Pew Charitable Trusts, een Amerikaanse ngo. Een team van 200 onderzoekers spoorde in tien jaar zo veel mogelijk gegevens op voor de periode 1950-2010 die in de statistieken van de FAO ontbraken, onjuist waren of niet meegeteld werden.