Vinvispenistas

Het opzetten van walvissen is nooit goed gelukt. De opperhuid is te dun en te vet, en opgevulde huidpreparaten staan razendsnel stijf van de schimmel. De penis is het enige vlezige lichaamsdeel dat wel droog te conserveren is. Het bewijs daarvan – een schooltas van de Rotterdamse biologieleraar en zeezoogdierkenner Anton B. van Deinse – is te zien in het Natuurhistorisch Museum.

Op het label staat wijdlopig ‘Tasch van leder van de huid van de penis van de Gewone Vinvisch, gevangen 1956-1957 in de Zuidelijke IJszee door de Willem Barendsz II. Leder gelooid in Waalwijk en ontvangen van Drs. J. Beiboer, arts van de W.B. II, 5-12-1957. Tasch ontvangen 9-11-1958, gemaakt door J.A. Plag, ledermagazijn te Rotterdam, maakloon 20 gulden’.

Voormalig scheepsarts Jan Beiboer kon mij de herkomst van het leer bevestigen: „Ik heb het samen met mijn vrouw achterop de scooter – de gelooide penishuid onder de arm – in 1957 op sinterklaasavond tegen van Deinses voordeur gezet, waarna – na een belletje – de opgerolde huid als surprise (met erin het bekkenbot, waarom hij mij gevraagd had) naar binnen viel.”

Of de bioloog de grap waardeerde is onbekend. De tas heeft hij altijd gekoesterd.