Twee liter zwavelzuur kreeg de mooie Colombiaanse in gezicht

Hét gezicht van slachtoffers van zuuraanvallen dwong een nieuwe wet af die de daders strenger straft in Colombia.

Natalia Ponce de León werd door de buurman verminkt. „Ik zei hem alleen gedag, had nooit een gesprek met hem, geen idee dat hij geobsedeerd was.” Foto Jose Miguel Gomez/Reuters

Een week geleden onderging ze opnieuw een operatie. Ditmaal aan haar onderlip. De hoeveelste medische ingreep het was, weet de Colombiaanse Natalia Ponce de León (35) niet meer. Ze is de tel kwijt.

In de woonkamer staan foto’s van de jonge Natalia. Een mooie meid met kastanjebruin haar en lachende ogen. Ze reisde, werd omringd door vrienden en begon een bedrijfje dat uniformen ontwierp.

Maandag zette de Colombiaanse president Juan Manuel Santos zijn handtekening onder een wet waarmee daders van zuuraanvallen zwaarder worden gestraft: maximaal 45 jaar als de slachtoffers vrouwen of kinderen zijn, en tot 50 jaar als het slachtoffer overlijdt aan zijn verwondingen. Deze ‘wet-Natalia Ponce’ is vernoemd naar het bekendste slachtoffer.

Op 27 maart 2014 is Ponce de León op bezoek bij haar moeder in Santa Barbara, een chique wijk van de hoofdstad Bogotá. De portier belt dat er bezoek is. Omdat haar moeder slecht ter been is, doet Ponce de León open. Voor de deur staat een man, zijn rug naar haar toe.

„Voordat ik het doorhad, draaide hij zich om en gooide twee liter zwavelzuur in mijn gezicht. Ik dacht dat het water was, maar toen hij het laatste restje over mij heen gooide, begon het te branden.”

Ponce de León wordt gillend aangetroffen: haar gezicht is al deels verbrand en haar kleding lost langzaam op door het bijtende zuur. Ze ligt twee maanden in het ziekenhuis. „Mijn gezicht, mijn armen, borst en handen zijn verbrand. Gelukkig hebben ze mijn ogen kunnen redden. Als ik blind was geweest, had ik niet verder willen leven. Elke dag heb ik gebeden: red mijn ogen”, vertelt Ponce de León, terwijl ze even omhoog kijkt. Alsof ze een lijntje heeft met God.

De dagen na de aanval staan de Colombiaanse media bol van het nieuws over het meisje dat door haar buurman Jonathan Vega Chávez van haar gezicht, en daarmee haar identiteit werd beroofd. Ponce de León:

„Ik zei hem alleen gedag, maar heb nooit een gesprek met hem gevoerd. Ik had geen idee dat hij geobsedeerd was.”

In de nieuwe wet worden zuuraanvallen niet meer aangeduid als ‘persoonlijk letsel’ maar als afzonderlijke misdaad beschouwd. Hierdoor kunnen de straffen hoger uitvallen, tot maximaal vijftig jaar. Deze hoogste straf geldt alleen als het vrouwelijke of minderjarige slachtoffers betreft. Ook moet de dader een schadevergoeding van omgerekend 180.000 tot 540.000 euro betalen.

De regering loofde 75 miljoen Colombiaanse pesos uit (20.800 euro) om de aanvaller van Ponce de Léon op te sporen. Dat bedrag is vele malen hoger dan waarop de meeste slachtoffers kunnen rekenen. Hoewel zuuraanvallen al langer een probleem zijn in Colombia, kreeg de zaak van Ponce de León meer aandacht dan ooit tevoren. Het betrof immers een meisje uit de gegoede middenklasse. „Zelfs de president bemoeide zich persoonlijk met mijn zaak, terwijl er vóór mij tientallen mannen en vrouwen met zuur zijn aangevallen”, zegt Ponce de Léon. „De politiek is niet geïnteresseerd in de lagere sociale klasse.”

Het is een van de frustraties die Ponce de León ertoe dreef een stichting op te zetten waarmee ze in relatief korte tijd de nieuwe wet afdwong. Met zijn handtekening stelde president Santos de in november aangenomen wet officieel in werking.

„Ik ben ontzettend trots op wat we hebben bereikt. De invoering van de wet is een grote stap op weg naar juridische rechtvaardigheid voor álle slachtoffers van zuuraanvallen.”