‘The Big Short 2’ is in de maak

Zagen echt maar enkele weirdo’s de crisis aankomen, zoals ‘The Big Short’ beweert? Dat niet, maar waarschuwen was riskant.

Twee jonge financiële honden, Jamie Shipley (Finn Wittrock, links) en Charlie Geller (John Magaro), spotten een buitenkansje: ze weten al vroeg dat de Amerikaanse huizenmarkt in zal stuiken.

Heeft nou echt vrijwel niemand die kredietcrisis zien aankomen bijna tien jaar geleden? Moest je een weirdo of een outsider zijn om tekenen te zien van de rot in de kern van de economie, zoals de makers van The Big Short zich afvragen aan het begin van hun film. Ze voeren een reeks van zonderlingen op die financiële bestsellerauteur Michael Lewis voor zijn gelijknamige boek had gevonden.

Waren zij de enigen die de crisis zagen aankomen, zoals de film lijkt te suggereren? Dat is overdreven. Toen ik met NRC-collega Egbert Kalse in 2008 en 2009 werkte aan ons boek Bankroet over de bankencrisis, zijn wij ook op zoek gegaan naar de early warners. En ze waren te vinden. Economen die bijnamen kregen als Dr. Doom. Een jonge controller bij een bank die te scherpe vragen stelde en op wereldreis vluchtte. Een jonge Nederlandse bankier, zoon van een vluchteling, die eerst tussen de uitvinders van giftige financiële producten werkte bij een grote Amerikaanse bank en in 2005 naar een veilige afdeling vertrok. Of een voormalige topaccountant, die het liefst cartoonist had willen worden, en op de Accountantsdag in 2004 waarschuwde voor een knappende luchtbel van derivaten. Je zou er een Nederlandse film van kunnen maken.

Een paar trokken hun mond open, velen hielden zich vóór 2008 liever stil. Ryan Gosling drukt het in de film als bankier Jared Vennett krachtig uit: „Ik heb voorspeld dat ik een hoop shit over mij heen zou krijgen. Dat heb ik ook twee jaar lang gekregen, maar ik heb het uitgehouden.” En daarom vindt hij dat hij zijn bonus verdient. Maar tegen die strontkarren waren weinig mensen bestand. Zo lang het goed ging en de overmoed van bankiers niet werd gelogenstraft, vergde het moed om de rot in het systeem aan de kaak te stellen. Dat is de meest beangstigende les van de film: weinigen doen dat.

Een journalist van The Wall Street Journal legt in de film twee jonge beleggers uit dat zij wel goed kunnen onderbouwen dat het mis zit, maar waarom zou iemand geloven wat een ‘garage band hedgefund from Colorado’ beweert terwijl alle bankiers en experts dat ontkennen? Daarmee vat hij het dilemma van veel journalisten uit die tijd samen. Die vaak voor 2008 weinig weet hadden van de complexe producten die banken ontwikkelden en later moeite hadden ze uit te leggen.

De vraag is alleen: waarom heeft Hollywood bijna zes jaar lang gewacht met verfilming van het boek van Lewis? Is het Amerikaanse publiek er pas aan toe nu het economisch herstel heeft doorgezet en zorgen voor het eigen bestaan kunnen worden ingeruild voor zorgen over het financieel bestel? Zoals Nederlanders zeven jaar na de crisis massaal het boek van Joris Luijendijk kopen?

Als het eigenlijk te laat is. De financiële sector heeft zich al lang weer hersteld. Banken sneuvelden, zeker, maar die zijn in veel gevallen overgenomen door de reuzen, die nog machtiger werden. Hun lobby was succesvol, waardoor strenge wetsvoorstellen zijn afgezwakt en het opbreken van de financiële machtsblokken uitbleef. Tot verbijstering van de makers van The Big Short.

Komt er dus weer een crisis? Zonder fundamentele verandering van het financiële stelsel is dat onvermijdelijk. Wanneer? Niemand die het weet. Op welke manier? Ongetwijfeld is een aantal weirdo’s daarop al aan het speculeren.