Studeren, waar doe je het voor?

Hoogopgeleiden werken vaak onder hun niveau.

Illustratie Tomas Schats

Geen prettige boodschap voor wie nu nog hard aan het blokken is aan universiteiten of hogescholen. Ongeacht welke opleiding ze hebben gevolgd, hoogopgeleiden tot 35 jaar hebben vaker een baan op middelbaar of lager niveau dan hun oudere collega’s. Dat maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dinsdagochtend bekend. Vooral hoogopgeleide jongeren tot 25 jaar blijken meestal te werken onder hun niveau.

In het derde kwartaal van 2015 had ongeveer de helft van hen een baan op een lager onderwijsniveau. Bij de middelbaar opgeleide jongeren gold dat voor 16 procent. De groep die het wat beter trof zijn de 25- tot 35-jarigen, ‘slechts’ 7 procent werkte onder hun niveau.

Wie ooit een opleiding in de dienstverlening heeft afgerond, heeft een ongelukkige keuze gemaakt: 57 procent van de groep tot 35 jaar werkt onder z’n niveau, tegenover 45 procent van de 35-plussers. In de richting ‘techniek, industrie en bouwkunde’ gaat het om 39 procent, ten opzichte van 27 procent van de 35-plussers.

Vrouwen blijven achter

Vanaf 35 jaar ontstaat er een opvallend verschil tussen mannen en vrouwen. Eén op de drie hoogopgeleide vrouwen van 35 jaar en ouder werkt onder haar opleidingsniveau. Bij hoogopgeleide mannen vanaf 35 jaar is dat een op de vier. Bij middelbaar opgeleiden zijn de verschillen tussen mannen en vrouwen kleiner.

Het verschil wordt vergroot als een vrouw kinderen krijgt, concludeert het CBS. „Over het algemeen gaan vrouwen na het krijgen van hun eerste kind vaker in deeltijd werken. Ze kiezen minder vaak voor voltijdbanen, onder meer om gezin en werk te combineren. Hierdoor bouwen ze minder werkervaring op, wat de carrièrekansen verkleint.”

Moeilijker voor middelbaar opgeleiden

Onduidelijk blijft of steeds meer of juist minder jongeren onder hun niveau werken, volgens het CBS is een vergelijking moeilijk. Wel becijferde het CBS dat in het eerste kwartaal van 2014 bijna 100.000 jongeren van 15 tot 27 jaar — die geen onderwijs meer volgden — werkloos waren. Voor middelbaar opgeleiden werd het toen steeds moeilijker om een baan te vinden van ten minste 12 uur per week, terwijl dat voor laagopgeleiden veel minder gold.