Column

Preutse jeugd

We worden in Nederland weer preutser. Dat was zaterdag in De Balie in Amsterdam de consensus van een debatavond over de seksuele moraal anno 2016. Filmer Eddy Terstall zag het terug in de Nederlandse speelfilm, de Belgische seksuoloog Kaat Bollen en de Amsterdamse huisarts Marith Volp merkten het in hun spreekkamer.

Zij zagen deze tendens van verpreutsing vooral bij de jeugd. Het stemde overeen met wat universitair docent Linda Duits, gespecialiseerd in populaire cultuur en jeugd, dezelfde dag in Het Parool had gezegd: „Tegenwoordig zijn jongeren een stuk conservatiever dan twintig jaar geleden. Onenightstands worden meer afgekeurd. De leeftijd waarop jongeren seks hebben daalt niet en ze zijn meer in monogamie gaan geloven.”

Dat lijkt mij niet per se nadelig – de vrijere seksuele moraal heeft niet iedereen gelukkiger gemaakt – maar de experts zagen vooral grote bezwaren. Zij vonden dat de meeste opvoeders te weinig met hun kinderen over seksualiteit praten.

„Vaak wordt de seksualiteit doodgezwegen”, zei Kaat Bollen, „en wordt porno daardoor een belangrijke bron van kennis voor het kind – een bron die gemakkelijk verkrijgbaar is.” Ze vertelde dat 30 procent van de 10-jarigen al porno heeft gezien: „Erg veel.” Toch was ze niet principieel tegen porno, ze was er juist voorstander van dat het pornoaanbod thuis en op school besproken werd. „Porno hoeft geen negatief effect te hebben, als je maar laat zien dat het geen realiteit is.”

Seksuele voorlichting kon, wat haar betrof, beter te vroeg dan te laat gegeven worden. „Ouders moeten hun verantwoordelijkheid niet afschuiven op scholen. Ze kunnen ook niet genoeg beklemtonen dat je van seks kunt genieten.”

Ze had een nichtje dat vooral zorgelijke voorlichting had gekregen over nadelen van seks, zoals geslachtsziekten en ongewenste zwangerschappen. Het meisje had haar verbaasd gevraagd: „Waarom doen mensen het eigenlijk nog?” „Alles wordt benoemd als probleem – dat leidt tot verpreutsing”, bevestigde huisarts Volp.

Preutsheid en verzwijging vergroten volgens deze experts juist de behoefte aan porno.

Na afloop bleef ik nog een poosje denken aan dat nichtje van Kaat Bollen. En ook aan haar ouders. Ik kon me hun bezorgdheid wel voorstellen. Ze hadden een leuke dochter die ze tegen de gevaren van de grote wereld wilden beschermen. Het is toch niet zo gek dat je dan als ouder het eerst aan het seksuele gevaar denkt? Het is goed als je een balans weet te vinden tussen positieve en negatieve voorlichting, maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan.

Het is kennelijk zó moeilijk dat veel ouders de seksuele voorlichting blijven uitstellen. Zo was het vroeger en zo is het nu weer. Er is een periode geweest – de jaren zeventig, tachtig – dat het in de opvoeding wat openhartiger toeging, maar ik vermoed dat het tussen ouder en kind altijd een ongemakkelijk, al te intiem onderwerp zal blijven.

Zelf heb ik als kind nauwelijks voorlichting gekregen. En porno als ‘bron van kennis’ was niet verkrijgbaar. Het is me achteraf dan ook een raadsel dat ik me toch nog heb kunnen voortplanten. Mijn twee dochters heb ik geprobeerd voor te lichten, maar ze zeiden steeds: „Pap, we weten dat allang…” Dat klopte, want ook zij kregen kinderen.

En zo zal het doorgaan, preutsheid of niet.