Neem een schaap

Inge Steenhuis tekent en schrijft over haar geboortestreek Oost-Groningen.

Claudia de Breij raadt ons in haar laatste boek aan een geit te nemen: wie in moeilijkheden verkeert, moet zijn problemen nog vergroten door een geit te kopen. Als je die geit dan later weer verkoopt voel je je heel opgeruimd en zijn je zorgen echt minder groot.

Ik wilde als kind een geit. Dat mocht niet want geiten zijn onnutte dieren. Toen ik een zware hersenschudding had en lang moest liggen kreeg ik toch als troost een geitebokje. Met al mooie grote horens.

We deden hem bij de schapen in de wei, pal voor mijn raam. Geiten willen aandacht en actie en gedoe. Hij stak zijn kop door een gat in het gaas en kon zich dan niet weer terugtrekken want de horens bleven steken. Hij begon meteen hard en hoog te blaten, uren lang. Ik ging dan in pyjama naar hem toe, wrong zijn kop terug door het gat en lag natuurlijk nog niet weer in bed of daar kwam dat geblèr weer. Altijd gedoe met een geit.

Met een schaap niet. Je hoeft alleen maar één keer per jaar te scheren. Er kwam al jaren een mannetje in een blauwe overal op klompen met een tondeuse zonder verlengsnoer. De schapen moesten dichtbij huis gehaald worden voor de stroom en na 20 minuten was één schaap kaal.

Toen ontstond er een kleine revolutie op de arbeidsmarkt in de vorm van een tondeuse met een twee keer zo brede bek. Er verschenen twee jongens in strakke spijkerbroeken in een gele Ford Capri. Precies begin mei, vlak voordat iedereen dat mannetje wilde bellen, reden ze langs de weilanden. Ze knalden die auto midden in het weiland, sloten twee brede tondeuses aan op hun accu, zetten Angie van de Stones op de autorepeat en begonnen zwijgend te scheren. In een uur was je hele kudde kaal. Makkelijk.

Schapen willen geen vrienden met je worden, dus als je een dier wilt aanschaffen dat ook weer weg moet, zoals geadviseerd wordt in het boek van De Breij: neem geen geit, maar een schaap.