Column

Moordverdenking tegen Jitse Akse heeft vooral rechtspolitiek karakter

De arrestatie van de Nederlandse oud-militair Jitse Akse op verdenking van moord in de strijd tegen IS wekt verbazing. Akse maakte er geen geheim van dat hij in Syrië meevocht met de Koerdische militie YPG, en daarbij vermoedelijk ook slachtoffers maakte. De man bracht een paar dagen in hechtenis door, moest zijn paspoort inleveren en mag sindsdien thuis afwachten of hij wordt vervolgd.

Op zijn arrestatie volgde een golf van publiek protest, die zeker begrijpelijk is. Nederlandse militairen zijn immers ook actief in de strijd tegen IS. Nog in november verklaarde de premier, na de IS-aanslagen in Parijs, dat ‘we’ in oorlog zijn. Dat bleek achteraf meer politieke beeldspraak, maar de strekking ervan is onmiskenbaar.

Intussen voeren Nederlandse F-16’s in de regio ook luchtaanvallen uit, ter ondersteuning van milities die IS bevechten. En Nederlandse militairen trainen er Koerdische en Iraakse strijdkrachten. Dat gebeurt formeel op verzoek van de Iraakse regering – en daarmee is Nederland volkenrechtelijk gedekt. De strijd tegen IS is een Nederlands belang en Haags beleid.

De arrestatie van Jitse Akse zal met argusogen worden gevolgd door andere Nederlandse strijders tegen IS, meestal met een Koerdische achtergrond. Het OM zegt dat Nederlandse burgers die in buitenlandse milities actief zijn ‘gewoon onder het strafrecht vallen’ en dus geen ‘moorden’ mogen plegen, behalve in uitzonderlijke gevallen als zelfverdediging. Daar valt juridisch vermoedelijk geen speld tussen te krijgen. Wel dringt zich meteen een lawine aan vragen op. Deels over de concrete verdenking zelf: wie, wat, waar, wanneer en hoe dan wel? Vooralsnog lijkt de verdenking vooral gebaseerd op wat Akse zelf daarover naar buiten bracht. Politieonderzoek, in Syrië (?), moet nu uitwijzen of die verdenking substantie heeft. Dat lijkt niet zo’n haalbare kaart, zacht gezegd. Dat geeft de arrestatie van Akse vooral een symbolisch, rechtspolitiek karakter. Kennelijk wil het OM alle oorlogsvrijwilligers ontmoedigen, dus ook indien ze tégen IS vechten.

De vragen over de opportuniteit van deze stap zijn dan ook saillant. Daarover wordt gezwegen. De arrestatie wordt in een binnenlands strafrechtelijk kader gepresenteerd als een soort onvermijdelijke keuze. Moord mag ‘nu eenmaal’ niet. Aldus dezelfde overheid die wapens en militairen stuurt, met hetzelfde doel. Juridisch ligt dat anders, maar moreel ook? Om die logica te kunnen volgen, moet je echt hebben doorgeleerd. Ook Nederlandse strijders trachten door tegen IS te vechten, terroristische misdrijven (in Europa) te voorkomen. Zij dienen in beginsel hetzelfde belang als de Staat. Om hen dan te vervolgen wegens ‘moord’ ligt niet voor de hand.