Met Robin van Galen als coach weet je dat je een kans hebt

Nederland verslaat Georgië, na een penaltyserie, en komt daarmee weer een stap dichter bij de Spelen in Rio.

Nederlandse doelman Eelco Wagenaar omhelst een ploeggenoot na de winst op Georgië na strafworpen. Foto Gertjan Kooij

Als geen ander weet Robin van Galen dat wonderen bestaan. De 43-jarige bondscoach wordt er nog bijna dagelijks aan herinnerd. Dan schieten wildvreemde mensen hem aan, op straat in Reeuwijk – even babbelen over het mooiste moment in zijn leven, het olympisch goud met de waterpolosters in Beijing, in 2008. Zo’n wonder heeft hij de komende maanden nodig om met de nationale mannenploeg de Spelen van Rio te halen. „Maar er is een kans. En ook al is die kans maar één procent, je moet het proberen.”

Dinsdagmiddag zette hij met de waterpolomannen een belangrijke stap in de goede richting. Na een zenuwslopende ontknoping, met strafworpen na een onnodig gelijkspel (9-9), was Nederland in de Kombank Arena in Belgrado Georgië de baas. De ontlading binnen de Oranjeselectie was enorm, toen doelman Eelco Wagenaar de laatste bal uit zijn doel ranselde.

Een plaats in de toptwaalf

Die ene stop maakt een wereld van verschil: daardoor eindigt Nederland in de toptwaalf op het EK, en dat geeft vrijwel zeker recht op een plek op het olympisch kwalificatietoernooi, begin april in Italië. „We komen steeds wat verder”, zei Luuk Gielen, de midachter van Partizan die met drie treffers en twee rake schoten in de strafballenserie een hoofdrol speelde.

Van Galen wiste ondertussen het zweet van zijn voorhoofd. „Deze wedstrijd zullen wij ons nog lang herinneren”, zei hij naast het zwembad. „Ik ben superblij dat we het hebben gehaald. Maar we hebben het onnodig spannend gemaakt.”

In tegenstelling tot de vrouwen ontbreken de Nederlandse mannen al jaren op het internationale podium. De laatste keer dat Nederland meedeed aan de Spelen was in 2000 (Sydney). Daarna zakte de ploeg diep weg en kon het zelfs niet meer aanhaken bij de Europese subtop.

Van Galen viste de groep twee jaar geleden op met het doel talenten op de lange termijn weer uitzicht te geven op de Spelen. Voetje voor voetje gaat zijn team voorwaarts, mede dankzij de detachering van een groot deel van de selectie bij buitenlandse topclubs. Juist voor de ontwikkeling was deze stap, in Belgrado, zo belangrijk. Van Galen: „Dit soort wedstrijden kun je niet trainen, hoe vaak je ook traint, hoeveel spelers je ook naar het buitenland stuurt. Dit heb je nodig om beter te worden, ook als je met grote cijfers verliest van de toplanden. Ook al worden we laatste op het kwalificatietoernooi, het is zó belangrijk om het te ervaren.”

Mede daarom kon hij wel door de grond zakken na de late gelijkmaker van de Georgiërs, 3,3 seconden voor tijd. Hij weet het aan de spanning bij Lars Gottemaker, die de laatste Nederlandse aanval te snel afrondde en Georgië daarmee in extremis nog een kans bood op doel te schieten.

De opluchting was des te groter na de strafworpen. Nadat Roeland Spijker had gemist bleef Wagenaar uiterst koel met twee gestopte penalty’s (7-6). „We waren psychologisch in het nadeel omdat je die wedstrijd weggeeft”, zei Van Galen. „Dan vind ik het een teken van karakter dat we ons kunnen afsluiten van die teleurstelling en de penaltyserie voor de poorten van de hel wegslepen.”

Hij was „trots” op zijn ploeg, maar noemde één speler met name: Robin Lindhout, die na de wedstrijd naar huis vloog. Van Galen: „Vier dagen geleden kreeg hij te horen dat zijn oma is overleden. Dan is het heel moeilijk om zo’n wedstrijd te spelen, met alle emoties die in zijn hoofd rond gaan. Superknap dat je dan zo speelt en twee penalty’s erin schiet. Dat getuigt van professionaliteit.”