Maestro die haarscherp de mens toonde

De filmregisseur leverde in jaren 70 meesterwerken af als Una giornata particolare.

‘Zijn dood laat een enorm gat na in de Italiaanse cultuur,” zei de Italiaanse premier Renzi na het bekend worden van de dood van zijn landgenoot, de regisseur Ettore Scola – „un grande maestro”. Scola stierf dinsdagavond in een ziekenhuis in Rome, hij werd 84 jaar.

De jaren zeventig waren Scola's hoogtijdagen, toen hij een aantal meesterwerken achter elkaar afleverde die tekenend zijn voor zijn veelzijdige oeuvre, dat scherp inzicht in sociale verhoudingen het liefst kruidde met relativerende humor.

Een van zijn bekendste en meest geliefde films is Una giornata particolare (Een bijzondere dag, 1977). Hierin spelen Sophia Loren en Marcello Mastroianni twee buren die elkaar treffen op de dag dat Adolf Hitler de Italiaanse dictator Mussolini in Rome bezoekt. Terwijl het buiten feest is, brengen zij de dag door in een grauwe woonkazerne. Zij is een afgesloofde huisvrouw met diepe kringen onder de ogen, gekleed in versleten duster, hij een intellectuele, homoseksuele radio-omroeper die op het punt staat te worden gedeporteerd. Ondanks hun ideologische verschillen vinden ze voor even elkaar – hun kortstondige omhelzing tussen het wasgoed is een van de ontroerendste momenten uit de filmgeschiedenis.

Scola koos ervoor het beeld vrijwel helemaal te ontkleuren, op de geluidsband horen we de hele tijd het authentieke, triomfantelijke radioverslag van die dag, 6 mei 1938.

Geen verheerlijking arbeiders

Het jaar ervoor had Scola een heel ander soort film afgeleverd, de scabreuze komedie Brutti, sporchi e cattivi. Hij is gesitueerd in een krottenwijk en heeft een brute, eenogige patriarch als hoofdpersoon. Zijn gedegenereerde familie zit achter het verzekeringsgeld aan dat de vieze vrek overal heeft verstopt. Waar andere filmmakers nogal eens de neiging hebben de arbeidersklasse te verheerlijken, doet Scola niet mee aan deze romantisering. Zijn allerarmsten zuipen, vloeken en bestelen elkaar dat het een lieve lust is. Hoewel zijn boodschap dat de arbeider geen klassenbewustzijn meer had serieus was, goot hij het in de vorm van een hilarische komedie. Scola won er de prijs mee voor beste regisseur op het filmfestival van Cannes.

Illusies en desillusies

In een andere geliefde film van Scola, C’eravamo tanto amati (1974), toont hij haarscherp de illusies en desillusies van een groep vrienden tussen 1944 en 1974. Hij hield van dat soort egocentrische maar tegelijkertijd charmante mannen. La terrazza (1980) gaat ook over dit soort Romeinse communistische intellectuelen, gedesillusioneerde vijftigers wier idealen allang vervlogen zijn en die jaloers toezien hoe ze voorbij gestreefd worden door hun vrouwen.

Scola werd op 10 maart 1931 geboren in het gehucht Trevico en begon zijn loopbaan op vijftienjarige leeftijd als cartoonist bij het satirische blad Marc’Aurelio, waar ook Fellini in zijn jonge jaren voor werkte. In de jaren vijftig en zestig was hij scenarist van veel films die tot het gouden tijdperk van de Commedia all’Italiana behoren: Un americano a Roma (1954), Adua e le compagne (1960) en Il sorpasso (1962).

In 1964 maakte hij zijn regiedebuut. Zijn laatste film, een ode aan Fellini, maakte hij zo’n vijftig jaar later.

Onder de veertig films die hij achterlaat, zitten veel hier nog onvermelde pareltjes, zoals het fraaie kostuumdrama La nuit de Varennes (1982), de weemoedige terugblik op de dorpsbioscoop Splendor (1989) en het liefdesdrama Passione d’amore (1981), waarin een lelijke vrouw valt voor een knappe legerkapitein. Eerst gruwt hij van haar, dan raakt hij gebiologeerd. Trieste melancholieke films die echter nooit sentimenteel worden, daar waakte Scola wel voor.