Loonkloof groeit, behalve in de financiële sector

Top krijgt bruto zes keer meer dan doorsnee werknemer.

Loonkloof

De top van het Nederlandse bedrijfsleven is tijdens de crisis meer gaan verdienen, maar gewone werknemers nauwelijks. Topverdieners van de duizend grootste bedrijven verdienen bruto gemiddeld zes keer zoveel (240.000 euro bruto in 2014) als een doorsnee werknemer. De kloof nam juist af in de financiële sector, maar blijft daar het grootst.

Dat blijkt uit cijfers over de ‘loonkloof’ (2010-2014) die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) woensdag publiceerde. Het CBS vergeleek bruto lonen van de vijf best verdienende personen bij zowel de duizend als de honderd grootste bedrijven met het mediane loon (precies in het midden tussen hoog en laag).

Het loon van de vijf topverdieners bij de duizend grootste bedrijven steeg van 2010 tot 2014 met 14 procent. Het gemiddelde cao-loon steeg in deze periode 5 procent. Het jaarloon van alle werknemers in 2014 was gemiddeld 33.000 euro en van mensen met een voltijdbaan 48.000 euro.

„Let wel, het gaat om bruto lonen; netto is veel moeilijker te berekenen”, zegt CBS-hoofdeconoom Peter-Hein van Mulligen. „Netto houden hogere inkomensveel minder over. De loonkloof tussen deze top en de doorsnee werknemer is netto ook niet zes keer zo groot, maar misschien 2,5.”

De échte top van het bedrijfsleven heeft juist loon ingeleverd. Het loon van de vijfhonderd topverdieners van de honderd grootste ondernemingen daalde in vijf jaar fors met 18 procent. „We weten niet precies waarom”, zegt Van Mulligen. „We denken door de daling van bijzondere beloningen. Deze topgroep is sterk vertegenwoordigd in de financiële sector en daar zijn de bonussen nu een stuk lager.”

De loonkloof is vooral bij financiële instellingen afgenomen. In 2010 verdiende een topman bij een bank nog 15,7 keer zoveel als een gemiddelde medewerker, in 2014 was dat teruggelopen tot 11,7 keer. Toch blijft de kloof in deze sector verreweg het grootst, net als in de informatie- en communicatiesector, zakelijke dienstverlening en handel. De kloof is het kleinst in onderwijs, zorg en openbaar bestuur.

Ook de vermogensongelijkheid groeide, in jaren 2006-2013, aldus het Centraal Planbureau (CPB) dinsdag. Het aandeel van rijkste 10 procent in het nationale vermogen ging van 57 naar 66 procent. Belangrijkste oorzaak: vermogensdaling bij middeninkomens door lagere woningwaarde.