Londense misdaadlegende

De Krays zijn zo’n beetje de beroemdste Engelse gangsters allertijden. Ze maakten in de jaren zestig het Londense East End onveilig met een mix van nietsontziende wreedheid en gevatte volksheid. Ze namen het op tegen echte gangsters als Meyer Lansky en de Amerikaanse maffia toen die naar Londen kwamen om te kijken wat er daar nog te halen viel.

Wat dat betreft is de scène waarmee de geromantiseerde biopic van Brian Helgeland (scenarist van neo-noir L.A. Confidential) over de tweelingbroers opent een schot in de roos: Reggie die een kopje thee komt brengen aan de twee agenten die hem in een geparkeerd autootje in de gaten moeten houden. Ouwe-jongens-krentenbrood. Tot ze de thee niet aannemen natuurlijk, en hij de kopjes omkiept met hetzelfde achteloze gebaartje waarmee hij later in de film mensen zal afpersen of omleggen.

Reggie Kray is degene met de hersens, Ronnie een onberekenbare psychopaat: interessant is dat Helgeland ze door dezelfde acteur laat spelen. In de vertolking van Tom Hardy worden ze twee kanten van een medaille, Dr. Jekyll en Mr. Hyde, die na verloop van tijd ook niet meer precies weten wie wie is. Aan het einde doet een simpele blik van Reggie je twijfelen of hij ze ook wel allemaal op een rijtje heeft.

Maar waarom dat gevat wordt in een raamvertelling vanuit het perspectief van Reggies verloofde Frankie, die zo verteller wordt van scènes waar ze geen weet van zal hebben gehad, is een dramaturgisch onbegrijpelijke keus.